PlusBoekrecensie

Supertalent Ottessa Moshfegh is geestig, desoriënterend en diep ontroerend

De Bezige Bij, €22,99, 255 blz. Vertaald door Lidwien Biekmann en Tjadine Stheeman.

Zoals de titel al suggereert, begint De dood in haar handen, de derde roman van het weerbarstige Amerikaanse supertalent Ottessa Moshfegh (1981), als een ouderwetse detective. Met een scène namelijk waarin de 72-jarige Vesta Gul tijdens een boswandeling met hond Charlie een raadselachtig briefje vindt: ‘Haar naam was Magda. Niemand zal ooit weten wie haar heeft vermoord. Ik was het niet. Hier ligt haar lichaam.’

Waarop de betrekkelijk verse weduwe, die sinds kort in een afgelegen blokhut bij het rurale plaatsje Levant woont, op het voormalige terrein van een zomerkamp voor padvindsters, besluit níét naar de politie te stappen, maar zelf op onderzoek uit te gaan. So far, so Miss Marple.

Algauw blijkt onze speurneus er methoden op na te houden die Agatha Christie nooit zou hebben goedgekeurd. Ze typt ‘Hoe los je een mysterie op?’ en ‘Is Magda dood?’ in op zoekmachine Ask Jeeves. Ze leest ‘toptips voor detectiveschrijvers’. En ze houdt vast aan de onorthodoxe overtuiging: ‘een goede rechercheur veronderstelt meer dan ze ondervraagt.’

Schijnbaar goeddeels gebaseerd op de gedachtekronkel in haar steeds verwardere ‘geestruimte’ construeert Vesta zo een krankzinnige gedetailleerde ‘hypothese’. Een verhaal over Magda als illegale immigrante uit Wit-Rusland die in een fastfood­restaurant werkte en een armoedige kelderkamer huurde bij ene Shirley. Over dier zoon, Blake, die hopeloos verliefd op de huurster werd (en dat briefje schreef). En met als verdachten Magda’s knappe vriend, een bejaarde kruidenier die haar middels chantage tot seks dwong, een sinistere schim in het berkenbos…

Kolder? Misschien. Maar Moshfegh maakt de grens tussen waan en (roman)werkelijkheid zo diffuus, dat je als lezer de grip erop óók kwijtraakt. Terwijl je ondertussen, via terzijdes en (be)spiegelingen, steeds meer te weten denkt te komen over Vesta zelf. Over haar relatie met wijlen haar echtgenoot, Walter, die langzaam trekken krijgt van een betweterige Duitse huistiran. Over haar jeugdtrauma’s, haar angsten en vooral haar schrijnende eenzaamheid.

Want hoewel lang niet alles in deze zwartkomische antithriller duidelijk wordt, begrijp je allengs dat haar hond Charlie én haar fantasie de enige dingen zijn waarmee ze de leegte kan vullen. Een besef dat De dood in haar handen behalve geestig, desoriënterend en wonderlijk suspensevol uiteindelijk ook diep ontroerend maakt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden