Interview

Streetart Frankey: ‘In het Vondelpark is mijn kunst meteen weg’

Op de fiets krijgt Frank de Ruwe, aka Streetart Frankey, de beste ideeën. Dan ziet hij in een waarschuwing voor hoogspanning ineens een David Bowie-cover of in een kraan het geslacht van Manneken Pis. Voor PS van de Week maakt hij wekelijks een kunstwerk in de openbare ruimte.

Streetart Frankey in de voetgangerstunnel Tussen de Bogen.Beeld Streetart Frankey

‘Straatinterventies’, zo noemt Frank de Ruwe, kunstenaar en eigenaar van creative studio Natwerk, zijn kunstwerken. Hij reageert op wat hij buiten ziet. Het ronde verkeersbord dat een gesloten weg aangeeft, wordt met één opgeplakte foto van pasta een bord spaghetti bolognese. Schroef een neusloos Pinokkio-figuurtje aan de tak van een boom en voilà: daar hangt een heel grote leugenaar.

Hoe bedenk je elke week weer een nieuw kunstwerk? 

“Ik maak een jaar of vijftien straatkunst, dus ik ben inmiddels aardig bedreven in om me heen kijken en overal iets in zien. Veel mensen zien ergens een gezichtje in: twee gaatjes in een muur zijn al snel twee oogjes, en een streep daaronder een mond. Die manier van kijken kun je trainen. Van alles wat me opvalt als ik op de fiets zit, maak ik een foto. Die bewaar ik thuis in mapjes. Af en toe zoek ik een avondje op Marktplaats naar spullen die ik nodig heb om op die locaties een straatinterventie te doen: Mickey Mouse-oren, een pluchen mol, een plastic Kuifje-raket. Daarna ga ik knutselen: zagen, kitten, plakken. Van niets iets maken, dat is het mooiste wat er is.”

Hoe lang ben je bezig met zo’n kunstwerk?

“Dat wisselt enorm. Soms plak ik ergens een sticker op en is het klaar, een andere keer ben ik er tien, twintig uur aan kwijt. Een tijdje geleden bedacht ik dat de kromme kraan van een drinkwaterpunt op het Kwakersplein kon dienen als het geslacht van Manneken Pis, maar dat bleek niet zo makkelijk. Die kraan bleek conisch te zijn en het metaalplaatje eronder zat niet in het midden. Een heel raar ding; ik heb de boel wel tien keer opgemeten en was mijn Manneken Pis-replica wekenlang aan het schuren en plamuren. Zo’n stevig beeld schuif je niet zomaar over zo’n kraan heen. Frustrerend? Nee, ik vond het eigenlijk wel tof, want nu móést het natuurlijk lukken, haha. Het been van Manneken Pis moest eraf en weer vastgemaakt worden. Het zag er uiteindelijk uit alsof het beeld één was met de kraan. De werken waarvan je niet ziet dat ze veel werk hebben gekost, zijn de beste.”

Hoe ben je begonnen met het maken van straatkunst?

“Ik heb industrieel ontwerpen gestudeerd aan de TU Delft, maar die studie was zo technisch dat er weinig ruimte overbleef voor creativiteit. Jammer, want juist dat creëren vond ik altijd al leuk. Om die creativiteit niet te verleren, begon ik gekke producten te ontwerpen die je in de supermarkt zou kunnen vinden. Chips met tandpastasmaak bijvoorbeeld, of bacon-hagelslag. Die legde ik in het supermarktschap en ik nam er een foto van. Dat principe ben ik gaan toepassen op het straatbeeld. Eerst tekende ik mijn ontwerpen alleen, maar toen ik in 2005 Banksy’s boek Wall and Piece zag, dacht ik: ja, ik kan het ook gewoon op straat neerzetten! Een bekend werk uit m’n beginperiode is de Saunaman, een levensgroot beeld van een man in een sauna op het Weteringcircuit, boven de dampen van de Noord/Zuidlijn. Er werd veel over gepraat. Ik dacht: dit is zo leuk, ik moet dit vaker doen.”

Lukt het om je kunstwerken ongemerkt in de openbare ruimte te plaatsen?

“Ja hoor. Soms zet ik ze gewoon neer, een andere keer doe ik een oranje hesje aan en een oranje helm op. Dan denken mensen dat ik van de gemeente ben. Als het echt moeilijk wordt, heb ik altijd nog een brief met stempels bij me, zogenaamd van de gemeente. Die ziet er heel officieel uit. Er staat op: ‘Hierbij geef ik, Frank de Ruwe, toestemming aan Streetart Frankey om straatkunst te maken.’ Ik heb ’m volgens mij drie keer laten zien aan iemand van handhaving. Nooit aan de politie; die denken dat ik van de gemeente ben als ze mijn hesje zien. Als ik overdag met een ladder in de weer moet, zet ik weleens een paar verkeerspionnen neer.”

Want je mag niet zomaar kunst op straat neerzetten.

“Nee, natuurlijk niet. Daarom vind ik het des te bijzonderder dat Het Parool elke week een foto van mijn werk plaatst. Dat siert de krant; het laat zien hoe belangrijk ze creativiteit vinden. Ik zorg trouwens wel altijd dat mijn kunst makkelijk weg te halen is, met supersterke magneten bijvoorbeeld. Ik probeer het positief te houden.”

Zijn je straatinterventies lang te bewonderen?

“Sommige dingen zijn meteen weg, zeker als ze klein zijn, op hoofdhoogte zijn geplaatst of van brons zijn gemaakt. In het Vondelpark is alles meteen weg; strenge mensen van de gemeente letten daar volgens mij de hele dag op. In woonwijken blijven de werken langer staan. Ik vind het niet erg als een kunstwerk weg is, hoor. Ik denk altijd maar: iemand heeft het nu vast thuis op de schoorsteenmantel staan. Ik kan er de lol wel van inzien. Vaak vind ik een werk nog beter uitkomen op de foto dan in het echt.”

Beeld Frankey

Wat gebeurt er met de werken die worden weggehaald?

“Soms ruimt de gemeente ze op, soms worden ze door voorbijgangers meegenomen, denk ik. Ik haal zelf in elk geval nooit iets weg. Ik heb een van mijn kunstwerken weleens op het dashboard van een gemeentewagen zien liggen. Die reed daar tijden mee rond, als een soort trofee. Dat vond ik tof. Vorig jaar printte ik twaalf foto’s van mijn beste kunstwerken op aluminiumpanelen en hing die op bij Tussen de Bogen, als een straatmuseum dat 24/7 open is. Er hangen er nu nog drie. Iemand wees me erop dat de gejatte platen op Marktplaats stonden. Ze waren met kit vastgemaakt aan de muur, maar die muur was blijkbaar poreus: het stucwerk is stuk. Degene die ze nu heeft, kan dus zien dat ze echt op straat hebben gehangen, haha.”

Welk kunstwerk vond je een van de beste?

“De tramhalte van lijn 14 op het Javaplein die ik Johan Cruijff-glas-in-lood-stickerfolie gaf. En het eerbetoon aan Van der Laan op de gevel van Paradiso; ik was vereerd dat ze dat goed vonden. Ook leuk: de baksteen die ontsnapt lijkt te zijn uit de muur op de Havenstraat. Onder een gat in de muur heb ik een baksteen neergelegd met een handje eraan. Die steen is op hoofdhoogte geplaatst, maar na driekwart jaar is ie nog steeds niet gejat. Ook de smurf op de Korte Marnixkade deed het goed: om de twee gele Z’s die op de muur staan – ik denk een aanwijzing voor de boten – tekende ik een denkwolkje, en daarnaast een slapende smurf.”

Wanneer is een werk voor jou geslaagd?

“Als het iemands dag even wat leuker maakt. Afgelopen week zag ik ineens een enorme deuk in de weg in mijn buurt, een halve meter diep, alsof een meteoriet was ingeslagen. Toen heb ik die Kuifje-raket gekocht, verbouwd tot neergestort object en die rechtop in het gat vastgezet. Mensen in de buurt zeiden dat ze het een mooi ding vonden. Maar niet iedereen hoeft het leuk te vinden. Als één iemand erom moet lachen, vind ik het al gaaf.”

Beeld Streetart Frankey
Beeld Streetart Frankey
Beeld Streetart Frankey
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden