PlusInterview

Stoppen met vragen is geen optie voor Jellie Brouwer van Kunststof

Radioprogramma Kunststof bestaat komende week 20 jaar. Presentatrice Jellie Brouwer doet er al net zo lang de interviews. Zelfs toen ze ernstig ziek was, bleef ze vragen stellen.

Jellie Brouwer: ‘We gaan van Reinbert de Leeuw naar Gerard Joling.’ Beeld Hilde Harshagen
Jellie Brouwer: ‘We gaan van Reinbert de Leeuw naar Gerard Joling.’Beeld Hilde Harshagen

De tegel. Het porseleinen klinkertje van Kunststof is bijna net zo bekend als het radioprogramma zelf. Elke uitzending eindigt ermee, al net zo lang als de 20 jaar dat het cultuurprogramma bestaat. Of de gast er een lijfspreuk of levensmotto op wil schrijven. Er is een uur om iets passends te verzinnen.

Bedenkster van het keramische slotwoord is presentatrice Jellie Brouwer (1964), die volgende week eveneens twee decennia achter de microfoon viert. Omdat niet iedereen op de redactie aanvankelijk even enthousiast was over de badkamertegels, reed ze zelf naar de Gamma om ze in te kopen. “Collega’s vonden het oubollig, zo’n tegelwijsheid. Snap ik best, maar zo’n motto zegt toch wat over iemand. En het is een grappige cliffhanger.”

De beste spreuken zijn ter gelegenheid van het jubileum verzameld op een scheurkalender. Andere festiviteiten volgen tijdens de uitzendingen op NPO Radio 1. Er is livemuziek, er zijn huisbezoeken aan de meest uitgenodigde gasten en luisteraars zijn gevraagd naar hun favoriete fragmenten.

En dat terwijl er aanvankelijk scepsis heerste toen de NTR op werkdagen een uur lang radio over de culturele wereld programmeerde op de nieuws- en sportzender van Nederland, zegt Brouwer. “In die zin is het best verrassend dat we al zo lang bestaan. Aan de andere kant: we hebben ons best gedaan om de vaste luisteraars, de nieuwsjunks, te overtuigen dat lang praten met één cultuurfiguur óók leuk kan zijn.”

Hoe dan?

“Ik maak bijvoorbeeld echt werk van de opening. Wil de luisteraar meteen grijpen met een eerste, voor een breed publiek geschikte vraag. Bij de pianobroers Jussen begon ik over de vertedering die hun verschijning als twee blonde broertjes altijd oproept. Ook al weet je niets van klassieke muziek, dan kun je je er toch wat bij voorstellen.”

“Na afloop zei een redacteur dat ik wat weinig over de ontwikkeling van hun muziek had gevraagd. Had zeker gekund, maar ik houd altijd in gedachten dat de luisteraars niet meteen heel geïnteresseerd zijn in de hogere kunsten. Je moet hen verleiden.”

Gaat het altijd over kunst? Gerard Joling en Gordon waren ook al eens te gast.

“Dat vind ik ook kunst. We vatten het op in de breedste zin van het woord. Dat is volgens mij ook deel van het succes van Kunststof. We gaan van Reinbert de Leeuw naar Joling, zoeken de juiste balans. Ook tussen bekende en minder bekende Nederlanders.”

Zou André Hazes junior ook geschikt zijn voor Kunststof?

“Zeker, ja! We hebben zijn zus al te gast gehad. Maar hem vind ik ook hartstikke interessant.”

En vraagt u dan ook naar de staat van zijn relatie?

“Daar wil ik het zeker over hebben. Dat hoort ook bij zijn verhaal. Zoiets is geen discussie op de redactie. We zijn geen kunstpausen.’’

Kunststof lijkt zijn bestaansrecht te hebben verworven. Komen er nog 20 jaar bij?

“We staan er goed voor, ja. Iedereen kent Kunststof inmiddels. Dat merk je ook aan de gasten. Die zijn bijna altijd vereerd met de uitnodiging.”

Niettemin knipte de leiding van Radio 1 jullie programma drie jaar geleden in twee helften van een half uur.

“Dat was wel echt een groot verdriet. Nog steeds eigenlijk. Een misstand, vind ik het zelfs. De toenmalig zendercoördinator vond Bureau Buitenland beter als afsluiter van het nieuwsblok in de avondspits. Niet onlogisch, maar waarom moest daarom ons uur door midden? Dat begrijp ik radiotechnisch nog steeds niet. Het is zo lelijk, zo’n opgebroken gesprek. En als je om zeven uur mag beginnen, heb je simpelweg meer luisteraars.”

Hoe is jullie verhouding met de sport? Je hoort soms het ongemak van presentatoren als ze moeten overschakelen naar een eredivisiewedstrijd.

“Het gaat heel goed tegenwoordig. Maar soms voelt zoiets heel lullig. Dan praat je met iemand over de dood van een naaste en moet je ineens naar de tussenstand bij PEC Zwolle. Maar we zijn nu eenmaal nieuws én sport. Dus kondig ik met alle enthousiasme de sportverslaggever aan. Hoewel, laatst zei ik: ‘We moeten nog even naar het voetbal.’ De verslaggever bleek daar heel gevoelig voor: ‘Nou, niets moet natuurlijk.’ Zo bedoelde ik het niet!”

Hoe omschrijft u uw eigen interviewstijl?

“Die begint bij oprechtheid. Als ik tegenover iemand zit, wil ik die dingen echt weten. Het is niet gespeeld, eerder de aard van het beestje. Ik stapte een keer een taxi in met mijn dochter. Ze zei meteen tegen de chauffeur: ‘Pas op hoor. Ze stelt allemaal vragen.’ Dat is inderdaad wie ik ben. Ik ben gewoon echt benieuwd waarom mensen doen wat ze doen.”

U bent geen harde interviewer?

“Ik ga geen moeilijke vragen uit de weg. Maar denk altijd: Met een vriendelijke lach erbij kun je heel veel vragen. En ik ga ook geen kutvragen stellen, omdat die er zogenaamd bij horen. Het is juist leuk iemand in zo’n goede stemming te brengen dat hij vergeet dat hij op de radio is. Alsof de luisteraars een gesprek in de kroeg opvangen.”

U werkte begin jaren negentig op de redactie van het tv-programma van Ischa Meijer. Hoe keek u naar hem?

“Ik was erg onder de indruk, was net twee jaar van de School voor Journalistiek af. Ischa lag vaak overhoop met zijn redacteuren, maar tussen ons ging het goed. Geweldig wat hij kon losmaken bij mensen, hoe hij ze irriteerde en toch ook oprecht nieuwsgierig naar ze was.”

Ik heb u in al die jaren nog nooit iemand horen irriteren tijdens een interview.

“Nee, zeg. Ik ben echt een pleaser. Vind het doodeng als mensen kwaad worden. Ik zie of hoor weleens collega’s die proberen Ischa na te doen, maar als die manier niet uit jezelf komt, werkt dat niet. Bij de interviewers die ik goed vind, zijn persoonlijkheid en stijl vaak helemaal in evenwicht. Bij Gijs Groenteman en Matthijs van Nieuwkerk bijvoorbeeld.”

Zou u ook een confronterend politiek interview kunnen doen?

“Ik zou het wel te gek vinden. Maar wel op mijn eigen manier. Net zoals ik deed toen ik anderhalf jaar terug bij De Wereld Draait Door ineens werd gevraagd om het gesprek met Rafael van der Vaart over te nemen. Toen heb ik niet geprobeerd er een echt sportinterview van te maken. Ik geloof er juist heilig in dat je zo dicht mogelijk bij jezelf moet blijven. Daarom vroeg ik naar zijn ouders in plaats van zijn prestaties.”

Hingen er daarna meteen televisieproducenten aan de lijn?

“Alleen die van De slimste mens. Of ik wilde meedoen. Maar dat durfde ik niet! Al heb ik daar nu weer spijt van. Die uitzending van DWDD heeft toch wel iets veranderd. Ik dacht dat ik geen hoofd voor de televisie had, maar blijkbaar kan het toch. Het heeft me meer zelfvertrouwen gegeven.”

U was in 2016 en 2017 ernstig ziek. Ondanks de borstkanker werkte u zo veel mogelijk door. Waarom die keuze?

“Ik heb een paar maanden moeten stoppen. Heb heftige ingrepen ondergaan, het werd even heel spannend. Maar zodra het kon, ben ik tussen behandelingen door weer uitzendingen gaan maken. Dat vonden ze op de redactie soms raar, maar ik had dat gewoon erg nodig. Het voelde alsof ik een parallel leven van ziekenhuizen was terechtgekomen. Dan keek ik tv of luisterde naar de radio en dacht: Ik hoor er niet meer bij. Ik wilde zo graag weer terug. Want dit is natuurlijk niet zomaar een baan om geld te verdienen.”

Wat dan wel?

“Dit werk is, zo realiseerde ik me toen, voor mij toch echte liefde. Het heeft natuurlijk iets geks om 20 jaar lang hetzelfde programma te doen, maar vanaf de eerste uitzending voelde ik: dit klopt precies voor mij. Precies zoals ik had toen ik mijn man ontmoette. Het voelt nog steeds als een voorrecht: boeken lezen, voorstellingen bezoeken en er daarna met de makers over praten. Nee, ook direct uit het ziekenhuis voelden die gesprekken geen moment triviaal. Het verhaal van een ander, dat is zo’n fijne afleiding. Helend zelfs.”

Zijn uw interviews veranderd door die periode?

“Ik geloof dat ik nu makkelijker tot de kern kom. Als je een tijd hebt geleefd met de mogelijkheid dat het zomaar voorbij kan zijn, ontwijk je minder snel moeilijke vragen. Ik durf meer nu, dat is het. Dat komt de interviews ten goede, ja. Maar het belangrijkste was voor mezelf toch dat ik zelf mijn leven weer terughad.”

Kunststof, NPO Radio1, ma t/m vr, 19.30 uur

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden