PlusAchtergrond

Stedelijk Museum eert de allereerste videokunstenaar

Het Stedelijk Museum toont in The Future is Now een overzicht van het werk van de Koreaan Nam June Paik. Hij wordt gezien als de allereerste videokunstenaar.

V-Buddha, een installatie uit 1974, werd vier jaar later aangekocht door het Stedelijk.Beeld Stedelijk Museum Amsterdam

In Wiesbaden dipt een jonge kunstenaar zijn hoofd in inkt, om daar vervolgens een lange lijn mee te tekenen op een strook ­papier. Het is 1962 en die jongeman is een vertegenwoordiger van Fluxus, een hypermoderne beweging waarin beeldend kunstenaars, componisten ontwerpers en schrijvers actief waren. 

De strook ligt nu in het Stedelijk Museum op de overzichts­expositie van die kunstenaar, Nam June Paik. Zijn werk heeft een onmiskenbaar Aziatisch tintje. De eeuwenoude praktijk van de kalligrafie krijgt hier een ironische, avant-gardistische draai.

Nam June Paik (1932-2006) wordt nu beschouwd als de allereerste videokunstenaar. De tentoonstelling in het Stedelijk laat dat ook zien, in de eerste zaal zelfs. Toch moet je eigenlijk eerst doorlopen naar de aanloop naar dat videowerk. Daar kun je zien dat Paik aanvankelijk vooral een kunstenaar was die dwarsverbanden zocht tussen beeldende kunst en muziek.

Paik werd geboren in Seoul, tijdens de Japanse bezetting van Korea. Na een studie in Tokio ging hij in 1956 naar München om musicologie en kunstgeschiedenis te studeren. In Duitsland kwam hij in contact met componisten van elektronische muziek. Zijn eerst solotentoonstelling was in 1963 in Galerie Parnass in Wuppertal – een deel van die werken is in het Stedelijk te zien. 

Er waren geprepareerde piano’s en televisietoestellen die iets anders deden dan gebruikelijk. Bezoekers konden een televisie met een voetschakelaar uitzetten. Daardoor wordt de laatste stuiptrekking van de beeldbuis een soort minivideo.

Sjamanistische rituelen

Er werd veel van het publiek verwacht, maar hun reacties werden ook op de proef gesteld. ­Piano’s waren zo bewerkt dat ze niet bespeeld konden worden, of alleen met de voeten. Een van de instrumenten werd door kunstenaar Joseph Beuys spontaan met een bijl kapotgeslagen. Dat vond Paik wel een sympathieke actie – zozeer zelfs dat de kunstenaars vrienden voor het leven werden en daarna regelmatig samenwerkten.

Paik en Beuys kwamen uit verscheurde landen (Duitsland en Korea), beiden wilden verschillende culturen in hun werk samenbrengen en ze waren gek op sjamanistische rituelen.

Nam June Paik installeert TV-Buddha in het Stedelijk Museum.Beeld Rene Block

In 1964 verhuisde Paik naar New York, waar hij zich steeds meer ging toeleggen op video-experimenten. Waarmee we terugkomen op die eerste zaal. Daar staat TV-Buddha, een installatie uit 1974 die vier jaar later werd aangekocht door het Stedelijk.

Het is een tamelijk simpel werk. Een houten Boeddhabeeld uit de 18de eeuw zit voor een televisie. De sculptuur wordt gefilmd door een camera en de beelden worden live vertoond op het tv-toestel. De houten figuur bekijkt zichzelf op de televisie en het televisiebeeld kijkt live terug.

Oost en West komen samen, religie en technologie. Je zou de boeddha kunnen zien als een figuur die helemaal zen is en reflecteert op zichzelf, maar het werk heeft ook een kritische ondertoon. Zit de boeddha gevangen in zijn eigen kleine wereld en moet hij lijdzaam toekijken wat hem wordt voorgeschoteld? Is het werk een commentaar op de passiviteit van de tv-kijker?

Kronkelende grimas

Zo’n kritische toon klinkt af en toe ook door in andere werken. In een installatie met twee televisies uit 1965 worden beelden vertoond van de latere Amerikaanse president Richard Nixon. Twee koperen spoelen voor de beeldbuizen worden om de beurt onder spanning gezet, waardoor het gezicht van Nixon vervormd wordt tot een kronkelende grimas.

Toch getuigen de meeste videowerken van Paik van een steevast geloof in een utopische wereld, waarin mensen, natuur en techniek in harmonie met elkaar functioneren.

Zoals in TV Garden, een zaalvullende installatie vol televisietoestellen en levende kamerplanten. Een feelgoodinstallatie, met alle oppervlakkigheid van dien. De robots die Paik ontwierp zijn schattig, en ze zijn familie van elkaar. Wat extra schattig is.

Wat niet wegneemt dat Paik wel degelijk visionair was. Hij filosofeerde in 1967 al over nieuwe papierloze vormen van informatie en een ‘breedband communicatienetwerk’ dat het televisietoestel zou veranderen in een ‘uitgebreid mixedmediatelefoonsysteem’ met allerlei nieuwe toepassingen.

Satellietuitzendingen

Hij gebruikte ook telecommunicatietechnologieën om kunstenaars te laten samenwerken. In de jaren tachtig organiseerde Paik een aantal satellietuitzendingen waarin kunstenaars uit allerlei landen live met elkaar konden communiceren. In Bye Bye Kipling (1986) en Wrap Around the World (1988) komen Issey Miyake, Lou Reed, Keith Haring, Ryuicho Sakamoto, David Bowie en Philip Glass virtueel samen in een nieuwe wereld waarin de afstand tussen Oost en West is opgeheven.

De tentoonstelling begint sereen en eindigt met een kakofonie. Voor de Biënnale van Venetië in 1993 ontwierp Paik een pandemonium aan beelden met de titel Sistine Chapel. Die installatie is nu in de erezaal van het Stedelijk te zien. Paik wilde een intense ervaring bij de bezoekers veroorzaken, met veel lawaai en bewegende projecties vol kunst en populaire cultuur.

Deze installatie oogt nog verrassend actueel.

Nam June Paik. The Future Is Now, Stedelijk Museum, 14/3 t/m 23/8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden