PlusAchtergrond

Stadsarchief toont de twee gezichten van de oorlog met Fout in Zuid en Gerrit van der Veen

Twee presentaties in het Stadsarchief laten twee kanten van de Tweede Wereldoorlog zien. De ene gaat over verzetsstrijder Gerrit van der Veen, de andere over een Duitsgezinde familie in Amsterdam-Zuid.

Trouwfoto van Waltraud Heinrich en Heinrich Rademacher, 4 februari 1943.Beeld Stadsarchief Amsterdam

 ‘We houden deze twee presen­taties ­gescheiden,” zegt Erik Schmitz. Hij is de conservator van de dubbeltentoonstelling Gerrit van der Veen/Fout in Zuid die in de Schatkamer van het Stadsarchief te zien is. “Het gaat over duidelijk goed en duidelijk fout in de Tweede Wereldoorlog, dat willen we in dit geval niet mengen. De twee presentaties vormen daardoor een mooi contrapunt. In het centrale deel van de Schatkamer is de tentoonstelling met tafel­vitrines over verzetsstrijder Gerrit van der Veen, en in de kleine kofferkluizen vertellen we over een Duitsgezinde familie in Amsterdam.”

Een selectie van in de afgelopen jaren verworven documenten en amateurfilmbeelden van Gerrit van der Veen (1902-1944) is nu te zien, evenals de in 2016 in een kruipruimte van een huis in de Albrecht Dürerstraat in Amsterdam-Zuid gevonden spullen van de Duitsgezinde familie Heinrich.

“Het zijn twee uitzonderlijke verhalen,” zegt Schmitz, terwijl hij rondleidt in de Schatkamer. “Gerrit van der Veen was een uitzonderlijke man, en voor mij als Amsterdammer met ouders en grootouders die de oorlog bewust hebben meegemaakt, echt een held, bijvoorbeeld in de keuzes die hij maakte. Ik vind het heel belangrijk dat we zijn verhaal blijven vertellen.”

“Bij die vondst in Zuid is het de fascinatie van de ontdekking. Die half vergane, half leesbare ­papieren, waaruit blijkt dat die familie echt aan de foute kant stond en foute keuzes maakte. En veel mensen, vooral Joodse burgers, schade heeft berokkend.”

Maar eerst staan we stil bij de charismatische Van der Veen. Beeldhouwer, verzetsleider en oprichter van de Persoonsbewijzencentrale, de verzetsgroep die verzetslieden en onderduikers van valse persoonsbewijzen voorzag. “Ongelofelijk belangrijk werk,” zegt Schmitz. “Persoonsbewijzen waren heel moeilijk na te maken. Lastige inkt, moeilijk papier, een nog moeilijker watermerk. Van der Veen, met al zijn ervaring als beeldend kunstenaar, had een manier gevonden om het watermerk goed na te maken. Dat was van levensbelang voor veel verzetsmensen on onderduikers.”

Afscheidsbrief

Op de presentatie Gerrit van der Veen zijn veel nieuw verworven objecten en documenten te zien. Amateurfilmbeelden van Van der Veen (Gerrit die in bad zijn benen omhoogsteekt en inzeept), een deel van het archief van de familie van zijn vrouw, spullen van de Persoonsbewijzencentrale (nagemaakte stempels), blanco persoonsbewijzen die op 29 april 1944 bij de overval op de Landsdrukkerij in Den Haag ­waren buitgemaakt. Niet lang daarna werd Van der Veen opgepakt. Op 10 juni 1944 is hij, met zes andere verzetsstrijders, in de duinen bij Overveen gefusilleerd.

“We hebben ons niet beperkt tot de oorlog, maar tonen hier meer een biografische presentatie. Centraal staat de vitrine met daarin zijn ­afscheidsbrief. Daaromheen vitrines waarin we aandacht besteden aan zijn veelzijdige kunstenaarschap, zijn familie en die van zijn vrouw, zijn tijd aan de Rijksakademie van beeldende kunsten, waar hij zijn vrouw leerde kennen.”

“In de vitrine over zijn familieleven – hij hield ­ontzettend veel van zijn twee dochters – zien we de agenda van zijn vrouw, die abrupt afbreekt in 1942, toen ze moesten onderduiken.” In een laatste vitrine is te zien hoe zijn naam blijft voortleven, met onder meer een foto waarop de onthulling van het straatnaambord Gerrit van der Veenstraat is te zien, al twee maanden na de oorlog. Ook is er een brief van koningin Wilhelmina, waarin ze steun betuigt aan zijn weduwe.

Dan loopt Schmitz naar de kofferkluizen. In een eerste, kleine ruimte zien we spullen die vier jaar geleden uit de kruipruimte van het huis in Zuid zijn gehaald. We zien medicijnflessen, een naambordje (Heinrich) en een deksel van het Duitse mens-erger-je-nietspel Lache nicht zu früh!

Het persoonsbewijs van Gerrit van der Veen.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Ontmanteling

“Je krijgt hier een beetje een Pompeïgevoel bij,” zegt Schmitz, om vervolgens het verhaal van de familie Heinrich (man, vrouw, pleegdochter) te vertellen. Vader Emil was vertegenwoordiger van een bedrijf in kantoorbenodigdheden, maar trad in 1943 toe tot de firma Omnia. “Omnia Treuhandgesellschaft was een Duitse organisatie die Joodse winkels en kleine bedrijven ontmantelde. Heinrich kwam dan binnen en vroeg eerst naar de eigenaar. Dan zei hij: ‘Ik neem dit bedrijf over, ik wil nu de sleutels, graag ook de sleutels van de kluis. En ik wil dat straks het personeel bij elkaar wordt geroepen’.”

“Het personeel kreeg te horen dat het ontslagen werd. De eigenaar werd gedwongen een lijst te maken van de mensen die er werkten. Die ­namen werden doorgegeven aan het Joodse arbeidsbureau. Ze werden dan elders geplaatst, bleven zo voor Duitse instanties heel zichtbaar en liepen veel gevaar gedeporteerd te worden.”

Te zien zijn documenten die bij zo’n ‘ontmanteling’ van Joodse winkels en bedrijven hoorden. Ook is er het verhaal van de pleegdochter Waltraud, die typiste was voor de SS en getrouwd was met een Duitse officier die nog bij Leningrad heeft gevochten. Een deel van hun correspondentie is teruggevonden – waarin zij schrijft over de houding van de Nederlandse bevolking: ‘Ze hebben een hekel aan ons, ze noemen ons Moffen.’

Schmitz: “Emil Heinrich beriep zich na de ­oorlog op het feit dat, als de Joodse eigenaar ­gemengd gehuwd was, hij zijn best deed om het bedrijf op naam van de niet-Joodse partner te ­zetten en dat die mensen hem dan heel dankbaar waren. Dat is gewoon jezelf schoonwassen na de oorlog. Hij heeft twee jaar gevangen gezeten. Deze man was zonder meer fout in de oorlog. Het is goed om hem tegenover Gerrit van der Veen te zetten, om te laten zien hoe ongelofelijk belangrijk zijn verzetswerk is geweest.”

Een brief die Heinrich Rademacher, artillerist in het Duitse leger, schreef vanaf het Oostfront aan zijn vrouw Waltraud Heinrich, met wie hij op 4 februari 1943 trouwde. Beeld Stadsarchief Amsterdam

Gerrit van der Veen/Fout in Zuid, t/m 24/5. ­Stadsarchief Amsterdam, Vijzelgracht 32

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden