PlusKlapstoel

Sprinter Jamile Samuel: ‘Ik merk niet veel van racisme in de topsport’

Jamile Samuel (1992) is sprinter. Ze won goud op de estafette bij de EK in Amsterdam en werd in 2018 Sportvrouw van het jaar. Deze week was ze waarschijnlijk gestart op de Olympische Spelen in Tokio.

Jamile Samuel op de KlapstoelBeeld Harmen De Jong

Nieuw-Sloten

“Mijn ouders wonen nog steeds in het huis waar ik ben opgegroeid. Dat is op een minuut lopen, ik zie ze bijna elke dag. Soms loop ik alleen even binnen om te kletsen, soms blijf ik eten. Nieuw-Sloten is lekker rustig, en je bent overal zo. In de stad, op de snelweg, het openbaar vervoer is goed bereikbaar. Hoe snel ik met de fiets in de Jordaan ben? Daar ga ik helemaal niet heen op de fiets. Ik fiets nooit. Ik heb een heel mooie olympische fiets, gekregen bij de Spelen van Londen in 2012, oranje met ringen erop en zo. Maar het aantal keren dat ik erop heb gereden, is op de vingers van één hand te tellen.”

“Ik kom uit een heel sportieve familie. Mijn vader was altijd heel snel. Hij geeft nu kickbokstraining, naast zijn gewone werk, mijn moeder deed aan synchroonzwemmen en hoorde bij de top van Nederland. Maar toen gingen ze samenwonen. Huisje, boompje, beestje. Nu doet ze fanatiek aan zumba.”

Phanos

“Mijn atletiekclub. Ik kom daar al mijn hele leven. Mijn grotere broer ging op atletiek, en ik vond alles wat hij deed geweldig. Ik zag hem rennen en dacht: dat wil ik ook. Maar ik moest eerst mijn zwemdiploma’s halen. Toen ik 7 was, ben ik meteen op atletiek gegaan.”

“Iedereen kende elkaar bij Phanos. We trainden in het Olympisch Stadion, daar kon je fantastisch spelen. Door de gangen achter de tribunes rennen, verstoppertje doen. Ik heb er als kind een heel leuke tijd gehad.”

Ruimtelijke vormgeving

“Dat is hetzelfde als grafische vormgeving, maar dan minder op de computer, meer met mijn handen. Meer knutselen. Tekenen, modellen bouwen. Ik was op het Panta Rhei begonnen op het vmbo, de sportklas, maar na twee jaar wilde ik liever wat creatievers. Ik deed naast school al zo veel aan sport. Toen ben ik ruimtelijke vormgeving gaan doen, aan het Media­college. Ik tekende en schilderde als kind al. Kleien vond ik geweldig.”

“Ik heb die opleiding afgemaakt. Als ik ergens aan begin, maak ik het af. Ik houd niet van half werk. Maar ik weet niet of ik er later iets mee wil. Misschien wil ik een grimeopleiding gaan doen. Achter de schermen van een podium of een film, dat lijkt me wel wat.”

Wonderkind

“Dank je wel! O, schreven ze dat over mij in 2007? Ik werd toen tweede op de tweehonderd meter bij de NK senioren. Opeens werd ik gevraagd voor interviews. Die aandacht was leuk, en ook wel heftig. Ik merkte dat er een nieuwe tijd aanbrak. Daarvoor deed ik gewoon mijn ding en had ik plezier, nu zagen mensen opeens wat ik deed. Ik dacht wel dat het goed was, maar ik wist niet dat het zó goed was.”

Dafne Schippers

“Ik vind niet dat ik in iemands schaduw sta, ik bewandel mijn eigen pad. Ik ben niet bezig met: zij gaat beter. Zij gaat goed, leuk, ik ben blij voor haar. Ik doe mijn best. Mensen vergelijken mij met haar, dat denk ik wel, maar het is maar hoe je het ziet: ik schiet er niets mee op om naar haar te kijken. Ik doe wat ik leuk vind, en dat is hard lopen. Als het goed gaat, gaat het goed, en als het slecht gaat, baal ik. Dan denk ik niet: bij haar gaat het wel goed. Daar kan zij niks aan doen, daar moet ík wat aan doen! Als ik harder wil lopen, moet ik harder lopen, en als dat niet gaat, kan ik het waarschijnlijk niet.”

42.02

“De estafette van de EK in Amsterdam! Met die tijd wonnen we goud. Ik ben opgegroeid in het Olympisch Stadion, maar ik heb het nog nooit zo vol gezien als toen. Er was echt iets moois van gemaakt. De sfeer was goed, het publiek was sportief, daar houd ik van. Ik moest als eerste. Superspannend: je mag geen valse start maken en moet het stokje als eerste overgeven. Als het bij jou fout gaat, heeft eigenlijk niemand gelopen. Maar we waren er klaar voor, we wonnen die medaille. Het stadion werd wild.”

Sportvrouw van het jaar

“Dat was in 2018. Ik had een heel goed jaar, met als hoogtepunt brons op de 200 meter bij de EK in Berlijn. Mijn eerste individuele medaille. Bij een estafette ben je met een groep, nu moest ik het helemaal alleen doen. Er staat wel een team achter je, maar dat is toch anders. In Berlijn dacht ik: ik ga die medaille halen. Het gevoel als het je dan lukt, is niet te beschrijven. Ik was één keer uitgeroepen tot Talent van het jaar, maar Sportvrouw van het jaar – beter wordt het niet.”

1 meter 68

“Niet zo lang hè? Maar lang genoeg. Ik ben klein, dus beweeg makkelijk. Als je lang bent, heb je lange benen, maak je grote passen. Dan is het ook zoeken hoe je snelheid kunt maken. Ik heb kleine benen, kleine passen. Eigenlijk moet ik groter lopen. Er zijn er best veel sprinters korter dan ik. Mijn lengte is geen handicap.”

Olympische Spelen

“In oktober 2019 was ik geopereerd aan mijn achillespees. Het zou krap worden, de Spelen, maar ik ben goed met haast, en had heel hard gewerkt. Toen gingen de Spelen niet door, en daarna ook de EK niet. Toen dacht ik: waarom train ik nog? Ik moet wel een doel hebben.”

“Ik ben nog niet officieel gekwalificeerd. Je moet een tijd halen: 22.80 lopen op de 200 meter – of de top 32 halen. Ik sta op 12, dus nu zou ik erbij zijn, maar het is mooier als je een goede tijd haalt. Mijn pr is 22.37, dus dat zou ik moeten kunnen. Het verschil is bijna een halve seconde. Dat lijkt misschien weinig, maar als je dat op beeld ziet, ligt dat heel ver uit elkaar.”

“Ik ben twee keer naar de Spelen geweest. In Londen werden we zesde op de estafette, Rio ging niet zo goed. Ik vond Londen sowieso leuker. In Rio was er weinig publiek, en de mensen die er waren, waren niet zo sportief. Die riepen ‘boe’ bij de polsstokhoogspringers uit andere landen. De Britten moedigden iedereen aan. Ik heb publiek niet nodig om te presteren, maar het geeft wel wat extra’s. Het is als een voetbalwedstrijd zonder toeschouwers. Dan kun je best een mooi potje spelen, maar het is toch anders.”

Relaties

“Ik zou best verliefd kunnen worden op iemand die geen topsporter is. Maar hij moet het wel snáppen. Je moet begrijpen dat ik soms niet mee kan met je familie naar Center Parcs. Of mee uit eten. Soms ben ik drie weken weg. Het belangrijkste is dat je dan niet zegt: je kunt toch wel één training overslaan? Nee. Ik kan niet een training overslaan! Dit is mijn werk!”

Doping

“Ik houd niet zo van mensen die doping gebruiken. Wij zeggen vooral vaak tegen elkaar: denk je aan je whereabouts? Je moet een uur per dag laten weten waar je bent, voor de dopingcontrole. Als ze langskomen en je bent er niet, ben je de lul. Ach ja, het hoort erbij.”

“Het is soms lastig, bepaalde medicijnen mag ik niet. Ik ben astmatisch. Gelukkig doe ik de sprint, dat is lekker kort, maar voor ik wist dat ik astma had, ging ik elke duurtraining dood.

Je verzuurt sneller, je bent sneller buiten adem. Nu heb ik mijn pufjes en gaat het beter. Sommige pufjes mag ik niet, of maar een maximumaantal, dus je moet er steeds rekening mee houden. Maar doping is gewoon oneerlijk. Ik probeer te presteren op eigen kracht, dat vind ik het mooist, en dan vind ik het zonde als iemand anders het met doping doet.”

Doha

“Bij de afgelopen WK in Doha is mijn toenmalige vriend Rutger Koppelaar weggestuurd. We waren samen naar de Nikelounge geweest, de ruimte van mijn sponsor. Dat hoort erbij, even dag zeggen, socializen, misschien krijg je nog wat spullen. Toen hadden we de Oranjekleding uitgedaan, want die was gesponsord door Asics. We wisten dat we in de Nikelounge niets mogen posten op sociale media, maar we zijn wel op de foto gegaan terwijl we dus niet de Oranjekleding aan hadden. Daarop is Rutger naar huis gestuurd. Ik vond dat zo krom, ik stond ook op die foto, dan hadden ze mij ook weg moeten sturen. Maar ik moest nog lopen en Rutger was al klaar.”

“Ze hadden erover moeten praten of een waarschuwing moeten geven. We deden het niet expres. Ik heb de volgende dag ook slecht gelopen. Ik had last van mijn achillespees, maar ik had ook slecht geslapen. Ik moet happy zijn, anders loop ik niet goed.”

Black Lives Matter

“Ik merk niet veel van racisme in de topsport. Ik kies ervoor om er niet te veel aandacht aan te besteden – maar ik kán daar ook voor kiezen, veel mensen hebben die keus niet. Daarom vind ik het belangrijk dat mensen zich er nu ­samen tegen uitspreken, maar je moet geen kwaad met kwaad bestrijden, geen standbeelden neerhalen. Je moet het goede voorbeeld ­geven. Maar ik heb misschien makkelijk ­praten.”

Madiea G.

“Ik heb met haar bij Phanos getraind, op Papendal, ze zat bij mij in het estafetteteam. We gingen altijd goed met elkaar om. Dat zij gepakt werd met drugs was heftig. Heel onwerkelijk. Ik heb het daar heel moeilijk mee gehad. Ik vind het jammer en zonde.”

Edward Asscher

“Ik houd wel van sieraden, en ook van diamanten, maar ik heb ze niet. Die zijn toch hartstikke duur? Wat ik in mijn ring heb zitten, is volgens mij gewoon glas.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden