PlusAchtergrond

Sprankelende kritiek op heden en verleden in het Stedelijk

Het Stedelijk Museum toont in In the Presence of Absence een selectie van (tegen)verhalen die ideeën bevragen over onze samenleving en over de manier waarop geschiedenis geschreven wordt.

Huwelijksportretten van Natasha Kensmil.

In de bibliotheek van het Stedelijk Museum stuitte beeldend kunstenaar Timo Demollin op een aantal oude prenten met afbeeldingen van de Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling. Die tentoonstelling vond plaats van mei tot oktober 1883, op het huidige ­Museumplein. Het Stedelijk stond er toen nog niet en het Rijksmuseum was nog in aanbouw.

De tentoonstelling was de eerste wereldtentoonstelling die werd gehouden om de Europese koloniale expansie, handel en rijkdom te vieren. Voor het paviljoen stond een standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. Naast machines, levende en opgezette dieren en producten als tabak en rubber werden er ook mensen ‘tentoongesteld’; zo toonden Sumatranen, Soendanezen en Javanen Indische ambachten in een Javaanse kampong. De tentoonstelling trok meer dan een miljoen bezoekers. De prenten waren bedoeld als souvenir.

Zestien souvenirprenten en een plattegrond van het tentoonstellingsterrein maken nu deel uit van de tweejaarlijkse tentoonstelling met Voorstellen tot Gemeentelijke Kunstaankopen, die dit keer – de eerste editie onder leiding van directeur Rein Wolfs – In the Presence of Absence is gedoopt.

In een zogenoemde open call werd makers gevraagd voorstellen te doen voor ‘verhalen die ongezien blijven, genegeerd zijn of vaker verteld mogen worden’. Er kwamen meer dan 1400 voorstellen binnen; een internationale jury selecteerde daaruit 23 kunstenaars en kunstenaarscollectieven. Dat gebeurde vanuit een ­kritische blik op de museumcollectie – een stokpaardje van Wolfs, die inclusie en diversiteit hoog op de agenda heeft staan.

De plattegrond van de in 1883 gehouden Internationale Koloniale en Uitvoerhandel TentoonstellingBeeld Timo Demollin

Met de keuze voor de ‘site-specific installatie’ van Timo Demollin erkent het Stedelijk dat het ‘op de fundamenten is gebouwd’ van de Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling. “Het Stedelijk beseft dat het als museum een rol heeft gespeeld in de continuering van deze koloniale erfenis en committeert zich om institutioneel racisme te leren herkennen en te ontmantelen.”

Dat het het museum ernst is, blijkt ook uit het feit dat de plattegrond van het tentoonstellingsterrein is toegevoegd aan de tijdlijn met museale ijkpunten naast de trap die naar de collectiepresentatie Stedelijk Base leidt.

Huwelijksportretten

Ondanks het wel zeer politiek-correcte uitgangspunt is het een sprankelende, zeer diverse tentoonstelling geworden. Met bijzondere werken van zo goed als onbekende makers en gevestigde namen, onder wie Evelyn Taocheng Wang (de winnares van de ABN Amro Kunstprijs, wier werk momenteel ook te zien is in de Hermitage en Circl.ART), Remy Jungerman (die Nederland vorig jaar vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië) en Jennifer Tee (die dit jaar de Amsterdamprijs voor de Kunsten in de categorie ‘bewezen kwaliteit’ ontvangt).

Natasja Kensmil schilderde een schitterende serie ‘huwelijksportretten’ van Johan de Witt en Wendela Bicker, waarmee ze de kijker aan het denken wil zetten over rijkdom en machtsverhoudingen – de twee lijken zo weggelopen uit Tim Burtons horrorsprookje A Nightmare Before Christmas.

Ahmet Ögüt maakte een nieuwe versie van zijn overrompelende installatie Bakunin’s Barricade die verwijst naar de socialistische opstand in Dresden in 1849. De Russische anarchistische denker Michail Bakoenin stelde toen voor de schilderijen uit de collectie van het Nationaal Museum op de barricades te plaatsen om de Pruisische troepen tegen te houden. Hij dacht dat zij het niet zouden durven deze kostbare, onvervangbare kunstwerken te vernietigen.

Bakunin’s Barricade van Ahmet Ögüt.

Geïnspireerd door Bakoenins nooit gerealiseerde voorstel creëerde Ögüt een barricade van hekken, een autowrak, bouwmaterialen en andere objecten die vaak in de openbare ruimte worden aangetroffen, gecombineerd met een aantal door hem geselecteerde werken uit de collectie van het Stedelijk – onder meer een schilderij van Malevich en foto’s van Nan Goldin en Marlene Dumas.

Als onderdeel van het werk heeft Ögüt samen met een jurist een vier pagina’s tellend contract opgesteld dat naast de installatie wordt getoond. Daarin staat dat burgers ‘in het kader van extreme economische, sociale, politieke, transformatieve gebeurtenissen en volksbewegingen’ een beroep kunnen doen op de barricade – inclusief de kunstwerken.

Belangrijke expositie

Het is natuurlijk uitgesloten dat het Stedelijk akkoord gaat met deze voorwaarden. Het betekent ook dat Bakunin’s Barricade niet kan worden aangekocht door het museum.

Voor de gemeentelijke kunstaankopen is 100.000 euro beschikbaar. Ook daarom is In the Presence of Absence een belangrijke expositie, juist nu. Het biedt het Stedelijk niet alleen de mogelijkheid de collectie meerstemmiger en diverser te maken, met de aankopen neemt het museum volgens Wolfs ook zijn ‘ketenverantwoordelijkheid’. Kopen is een directe vorm van ondersteuning van kunstenaars en galeries en dat is júist in coronatijden van levensbelang.

In the Presence of Absence: t/m 31/1 in Stedelijk Museum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden