Plus

'Soms rij ik langs de gracht en dan ruik ik: haaaa, de jaren tachtig'

Bij cabaretière Paulien Cornelisse (42) begon de fascinatie voor Japan al vroeg met de hondjes Bobby en Kate, houtsnedes en judo. Nu is er de reisserie Tokidoki ('soms'). De geboren en getogen Amsterdamse over Japan, humor en de aangeharkte stad. 'Ik speelde in de zandhopen en overal was graffiti.'

Paulien Cornelisse woont met radio- en theatermaker Chris Bajema en hun zoon Wiek (3) in de Watergraafsmeer Beeld Linda Stulic

Volgens een persbericht van de VPRO bent u al sinds uw vijfde gefascineerd door Japan. Het begon met Hello Kitty?
"Nee, maar ik vond wel Bobby en Kate heel gaaf, ook Japans. Ken je die? Het zijn twee hondjes en je hebt er pennetjes en gummetjes en zo van. Ik had zo'n gummetje, waar ik altijd aan zat te ruiken. Zo lekker. Véél later liep ik in Japan langs een struik en rook ik precies die geur. Ik had altijd gedacht dat dat gummetje een fantasiegeur had, maar het was een imitatie van die struik."

"Waar ik als kind echt van hield, en daar is het begonnen, waren Japanse prenten. Van die oude houtsnedes van bijvoorbeeld Hiroshige. Utamaro is er ook zo één. daar hadden we thuis een poster van, met een mysterieuze dame. Ik vond dat heel mooi en probeerde, op mijn manier, ook zo te tekenen. Ik heb die tekeningen nog."

In de reisserie Tokidoki zit u ook geregeld met een schetsboek op schoot.
"Ik probeer beter te worden in Japans. Om nieuwe woorden beter te onthouden, maak ik tekeningen. Het Japanse woord voor 'best wel' is bijvoorbeeld kanarie. Dan teken ik een kanarie die 'best wel' zegt. Zo sla ik het op."

Hoe ontwikkelde uw fascinatie voor Japan zich verder?
"Wat ik ook nog weet, is dat we op mijn zesde op school een Japanproject hadden. Iedereen kreeg toen een Japanse naam, ik was Emiko. Ik had een vriendje dat half-Japans was en hij zat op judo. Daar ging ik dus ook op. Bij Kindervreugd in Amsterdam-Oost, waar we les kregen van meneer Donker en meneer Zwart."

"Bijna mijn hele jeugd heb ik, met tussenpozen, gejudood. Later leerde ik de Japanse keuken kennen en raakte ik geïnteresseerd in Japanse literatuur. En toen ik een jaar in Amerika studeerde, raakte ik daar heel goed bevriend met een Japanse, met wie ik nog altijd omga. Terug in Nederland wist ik een uitwisseling met Japan te regelen. In Hiroshima heb ik toen zeven maanden Japans gestudeerd."

Was Japan net zo mooi, interessant en leuk als u zich had voorgesteld?
"Wat me vooral opviel, was dat het helemaal niet zo hightech was als ik dacht. Veel was wel hypermodern, maar je had ook van die huizen met van die Aziatische daken die in een skischansje eindigen. Ik zag wat ik kende van die prenten van Utamaro. Het was er allebei: oud en nieuw."

"Hoewel je bij oud op je hoede moet zijn in Japan. Denk je een prachtige oude tempel te zien, blijkt hij van 1970 te zijn. Dat land staat door al die aardbevingen op losse schroeven natuurlijk: ze zijn gewend veel te herbouwen."

Paulien Cornelisse, geboren op 24 februari 1976 in Amsterdam Beeld Linda Stulic

Taal is uw ding. Ging Japans leren u vlot af?
"Hmm, ik vind het een heel moeilijke taal. Destijds ging het helemaal niet vlot. Ik zat in een klasje. Misschien dat het sneller was gegaan in mijn eentje."

Wat u leerde, was wel goed genoeg om nu een tv-serie over Japan te kunnen presenteren.
"O nee, sinds vorig jaar leer ik serieus bij. Dit keer had ik wel privéles."

Wat vinden Japanners van hoe u Japans spreekt?
"Er zijn twee reacties. De eerste is: geen reactie. Het is zo'n afgesloten land, voor veel Japanners is Japans de enige taal. Dus ze kijken er niet van op dat ik Japans spreek, ook al doe ik dat op een rare manier. Wat zou ik anders moeten spreken? De andere reactie is dat mensen in de meer stedelijke gebieden juist complimenteus zijn. 'Oh, wat kun je dat goed!' Wat dan code is voor: Wat doe je het slecht."

In de ondertiteling ziet het er gestroomlijnd uit.
"Ja, maar ik heb een vreselijk accent, sta te hakkelen, moet zoeken naar woorden en maak grammaticale fouten. Er zijn in Japan drie manieren om te praten: naar boven, gelijkwaardig en naar beneden. Dat heeft allemaal te maken met hiërarchie."

"Ik beheers vooral die neutrale manier. Dat er een laag beleefdheid wegviel, hielp wel bij het interviewen. Of die mensen dachten: nou, ik geef maar gewoon antwoord. Ik vond het ontroerend hoe mensen hun best deden. Als ze dachten dat het in het Engels moest, waren ze meteen weg. Als Japanners al Engels spreken, vinden ze dat heel eng en gênant. Maar zodra ze merkten dat het in het Japans kon, waren ze heel bereidwillig en open."

Weten Japanners iets van Nederland?
"Tulpen en windmolens - dat vooral."

De vroegere Nederlandse handelspost Deshima, komt die in de Japanse schoolboeken voor?
"Weet ik niet. Een heel groot issue is het niet. Wie de geschiedenis kent, weet ervan. Die weet ook van Von Siebold, de arts die in de negentiende eeuw als eerste westerse geneeskunde doceerde in Japan. Uit de tijd van die handelsbetrekkingen stammen ook Nederlandse leenwoorden in de Japanse taal."

"In Tokidoki heet een aflevering waarin het onder meer gaat over vrouwenemancipatie Otenba. Een opstandig meisje wordt in Japan otenba genoemd. Het is een beetje omstreden, maar dat zou van het Nederlandse ontembaar komen. Onomstreden is dat messu, een chirurgisch mes, komt van mes. En het rugtasje dat Japanse schoolkinderen dragen heet randoseru, wat te herleiden is tot onze ransel."

Paulien Cornelisse: 'Ik ben trouwens minstens twaalfde generatie Amsterdammer' Beeld Linda Stulic

Blijft bijzonder dat Nederland 200 jaar lang de enige handelspartner van het verder totaal afgesloten Japan was.
"De reden is dat we geen ideologie of religie te brengen hadden. Het ging alleen om die handel. De Portugezen hebben het er ook geprobeerd, maar die wilden de Japanners tot het katholicisme bekeren. Het resulteerde erin dat sommigen van hen zijn geëindigd in kokend hete bronnen. Japanners waren zich er al heel vroeg van bewust dat kolonisatie niet in hun voordeel zou zijn."

Bent u vooral geïnteresseerd in het dagelijks leven in Japan en de popcultuur, of ook in de, laten we zeggen, zware kant?
"Dat verschilt. De literatuur en beeldende kunst vind ik heel interessant. Zenboeddhisme: hmm, niet per se. Theeceremonies: laat maar, héél saai. Dat komt misschien ook doordat ik een keer zo'n ceremonie heb meegemaakt toen ik honger had. Dan duurt het wel heel lang. Voor de serie heb ik een kimonodraagworkshop gedaan. Hoe beweeg je in zo'n ding. Dat vond ik dan weer wel interessant."

Is het leuk een Japanner te zijn, denkt u?
"Ik ken Japanners die het héél leuk vinden Japanner te zijn. Mij lijkt het nogal vermoeiend. Ik vind het heel leuk er als buitenstaander te zijn. Ik denk niet dat ik er permanent zou kunnen wonen. Die Japanse vriendin van me heeft veel in het buitenland gewerkt. Ik begrijp wel waarom. Ze is veel te westers."

Hoe staat het met de emancipatie van de vrouw?
"De man-vrouwverhoudingen zijn er heel traditioneel. Ik las laatst een bericht dat de universiteit van Tokio jaren de cijfers van vrouwelijke studenten naar beneden heeft bijgesteld. De gedachte was: we kunnen die vrouwen wel opleiden tot dokter, maar als ze kinderen krijgen, stoppen ze toch met werken. Ik kan daar met mijn verstand niet bij. Het is hier in het Westen ook niet ideaal natuurlijk, maar daar hebben vrouwen het wel heel zwaar."

In die vrouwenaflevering van Tokidoki spreekt u een vrouw die elke ochtend om vijf uur begint aan de lunchbox voor haar man.
"Ze staat al om vier uur op, zodat ze nog even een uur voor zichzelf heeft voor ze aan die lunchbox, de bento, begint. Je leest wel hier weleens over die uitgebreide bento­boxen van Japanse kinderen, maar die krijgen vaak een lunch op school. De vrouwen sloven zich vooral uit voor de bentoboxen van hun mannen."

Gaat er iets veranderen voor Japanse vrouwen?
"Ik heb wel het gevoel, ja. Over die bijgestelde cijfers van vrouwelijke studenten was in Japan veel verontwaardiging. Ik was voor de serie op een bijeenkomst waarin vrouwen leerden voor zichzelf op te komen. Ze hadden een plastic tafeltje met daarop een plastic mandje met plastic fruit. Dat moesten die vrouwen omgooien en iets zeggen als: 'Ik pik het niet!'"

Beeld Linda Stulic

"Toen ik erheen ging, dacht ik ook: wat bizar. Maar toen ik er was, had ik wel het idee dat die vrouwen iets voor zichzelf aan het veranderen zijn. Vrouwen die thuis nooit hun stem durven laten horen, worden gedwongen hun gevoelens te uiten. Het is een begin."

"Die feministische golf van de jaren zeventig en tachtig is volkomen aan Japan voorbijgegaan. Die vrouwen van dat tafeltje omgooien wisten niet wat ze hoorden, toen ik vertelde dat terwijl ik in Japan aan het werk was, thuis mijn vriend voor onze tweejarige zoon zorgde. Dat was helemaal buiten hun realiteit."

"Moet ik wel bij zeggen dat ik hier in Nederland ook vaak de vraag heb gekregen hoe ik het maken van de serie wist te combineren met het moederschap. De vraag krijgt Jelle Brandt Corstius nooit, terwijl die toch ook een gezin heeft."

Jelle Brandt Corstius is de regisseur van Tokidoki. Wat hield dat concreet in?
"Best veel. Hij ging over de praktische zaken, waar de camera moest staan en zo. Daar heeft hij ook de nodige ervaring mee natuurlijk. Hij dwong me ook echt mensen op straat aan te spreken. Ik heb toch een zekere verlegenheid, moest een drempel over. Als hij er niet bij was geweest, had ik eerder gedacht: nou, het is wel goed zo."

U kent hem ook privé.
"Ik ken vooral zijn zus Aaf heel goed, zij is een van mijn beste vriendinnen. Het idee voor deze serie is ontstaan in Zomergasten. In 2010 was dat, Jelle presenteerde, ik was er te gast. Ik liet een Japans filmpje zien van apen in een warmwaterbad in de open lucht.''

''Superinteressant: in de jaren zeventig ontdekten apen dat en vervolgens gaven ze dat door aan de apen na hen. De Japanse apen hebben nu dus ook een badcultuur. Dat dat uitgerekend in de seventies ontstond maakt het extra komisch."

"Na afloop van Zomergasten zaten Jelle en ik te praten en zei hij: 'Kunnen we niet eens samen een serie maken over Japan?' Acht jaar later gebeurde het."

Hij woont ook in de Watergraafsmeeer toch?
Lachend: "Ja, en?"

Je hoort weleens over een Watergraafsmeerkliek van mediamensen.
"En wie horen daar dan zoal bij?

U, Aaf en Jelle Brandt Corstius plus jullie partners, die ook in de media werken. Dat zitten we al op zes.
"Er wonen zoveel mensen in de Watergraafsmeer. Ik ben echt niet voortdurend met iedereen aan het koffiedrinken. De enige die ik echt vaak zie is Aaf."

U bent geboren en getogen in Amsterdam, zo klinkt u niet.
"Dat hoor ik vaker. Als mensen moeten gokken waar ik vandaan kom, hoor ik vaak terug: Groningen, Friesland. Of Rotterdam. Ik denk dat ik een vrij neutraal accent heb, en dat mensen dan gaan verzinnen wat voor clichés er bij Amsterdammers horen, en dat ik daar dan niet in pas."

"Ik herinner me dat mijn moeder mij soms verbeterde. Dan zei ik 'Auma' en dan zei mijn moeder: 'Óma'. Dus wie weet hoe ik had gepraat als ze dat niet gedaan had. Ik ben trouwens minstens twaalfde generatie Amsterdammer, en dat weet ik doordat dat ooit is uitgezocht voor het programma Verborgen verleden. Misschien moeten we concluderen dat niet alle Amsterdammers hetzelfde klinken."

Uit wat voor nest komt u?
"Een warm en liefdevol gezin, ik kan het niet anders zeggen. Ik heb ook veel ooms en tantes en neven en nichten, en die kwamen ook altijd op alle verjaardagen. Ik was bijna de kleinste van de hele familie en heb misschien toen geleerd om te observeren. Hoe mensen praten, hoe ze zich gedragen."

Beeld Linda Stulic

"Ik werd thuis veel voorgelezen. Als er een zin was die ik grappig vond, vroeg ik of die nog een keer voorgelezen kon worden, en nog een keer, en nog een keer. Daar gingen mijn ouders wel in mee, wat ik lief van ze vind. Een zin die ik me herinner, is deze: '...zei Wiplala, terwijl hij met een been in de boter wentelde'."

Verschilt het huidige Amsterdam veel van het Amsterdam van uw jeugd?
"Vroeger was Amsterdam veel achenebisjer. Tot mijn zevende woonden we in een huurhuis op de Herengracht. Dat alleen al. Dat je daar kon huren, als ambtenarenechtpaar. Bij ons in de buurt waren er allemaal kraakpanden en ik herinner me de rellen en de ME'ers wel.''

''We speelden in de zandhopen. Overal was hondenpoep, graffiti en er werd ook altijd vrij casual gewaarschuwd voor naalden die je kon vinden. Amsterdam is nu een stuk aangeharkter. Maar soms rij ik 's zomers langs de gracht en dan ruik ik: haaaa, de jaren tachtig!"

Wanneer ontdekte u uw komisch talent?
"Op het Barlaeus ging ik iets doen dat eloquentia heet. Dan kreeg je een onderwerp, en daar moest je uit de losse pols twee of drie minuten over praten. Doodeng, maar ik wilde het ook graag."

"Ik moest iets vertellen over 'wildgroei', voor een volle aula. Dat was voor het eerst dat er mensen die ik niet persoonlijk kende om mij moesten lachen. Dat vond ik heel erg leuk. Maar cabaret zat niet in mijn systeem. Ik dacht in termen van serieus toneel. Pas toen ik psychologie studeerde, ben ik een cursus kleinkunst gaan doen en toen viel er erg veel op z'n plek."

Sinds deze week heeft u om de dag een column op de voorpagina van de Volkskrant.
"Ik heb gejuicht toen ik het aanbod kreeg. Om en om met Sander Donkers, zoals Remco Campert en Jan Mulder dat deden, maar die hadden meer ruimte. Sander en ik hebben 150 woorden, kort,maar heel leuk. We hebben een vrije opdracht, hoeven ook niet op elkaar te reageren."

Wat vond u van de columns van jullie voorganger Arnon Grunberg?
"Die heb ik niet veel gelezen."

Dat is een wel heel diplomatiek antwoord.
"Nee, echt. Ik weet dat dit heel snobistisch overkomt, maar ik lees voornamelijk boeken. Ik ben ook geen tv-kijker. Maar over Grunberg: Sander en ik gaan het ongetwijfeld anders doen."

Binnenkort gaat ook uw cabaretvoorstelling Om mij moverende redenen in reprise.
"Het wordt puzzelen, al die dingen tegelijk, maar het gaat lukken. In de voorstelling komt veel mos voor. Er staat een kast met mos op het podium en ook een tafeltje met daarop mos, dat ik tijdens de voorstelling verzorg."

"Ik houd veel van mos. Dat hoor je hier niet vaak, maar in Japan heb je in elke stad wel een club van mensen die mosfan zijn. Japanners hebben een hoge nerdtolerantie, ze doen ook graag dingen samen.''

''Dus die mosfans gaan met een plantenspuitje en een loep de stad in en verzorgen op straat de ­miniemste mosjes. En ze hebben bijeenkomsten waar ze probleemloos zes uur achter elkaar over mos spreken."

"Toen ik de leden van zo'n club vertelde dat ik zo van mos houd, maar dat het een heel particuliere hobby is, hadden ze met me te doen: 'Ach jeetje, je moet in Nederland echt mensen zoeken om mosvrienden mee te worden.' Voor mij is het heel normaal iets in mijn eentje leuk te vinden, voor Japanners totaal niet."

Jeugdfoto Paulien Cornelisse Beeld Linda Stulic

De vierdelige reisserie Tokidoki is te zien vanaf zondag 16 september om 20.15 uur op NPO 2.

Paulien Cornelisse

Geboren
24 februari 1976, Amsterdam

1988-1984
Barlaeus Gymnasium

1995-2000
Studie psychologie, Universiteit van Amsterdam

1998
Studeert zeven maanden in Hiroshima

1999-2003
Cabaretduo Rots met Irene van der Aart

2008
Debuteert als solocabaretière met voorstelling Dagbraken

2009
Publicatie van bestseller Taal is zeg maar echt mijn ding

2013
Wint Wie is de Mol?

2016
Publicatie roman De verwarde cavia

2017-2018
Vierde solovoorstelling Om mij moverende redenen

2018
Reisserie Tokidoki

2018
Begint met column op voor­pagina de Volkskrant

Paulien Cornelisse woont met radio- en theatermaker Chris Bajema en hun zoon Wiek (3) in de Watergraafsmeer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden