Plus

'Soms denk ik: daar ga ik gewoon niets over zeggen'

Zondag sluit Youp van 't Hek (63) het jaar af met zijn negende oudejaarsconference. 'Zo'n Harvey Weinstein, dat is een vreselijk figuur. Maar er lopen nu ook mensen weg met de #MeToo-discussie van wie ik denk: wat, jíj?'

Youp van 't Hek: 'Ik ben na mijn hartoperatie niet banger geworden of zo, maar ik ben wel nóg meer gaan relativeren.' Beeld Martin Dijkstra

Niemand die zo graag werkt als Youp van 't Hek (63). Na het interview in het
Oude Luxor te Rotterdam, waar hij die avond zijn ­oudejaarsconference zal fijnslijpen, sprint hij zowat richting het podium. Tijd voor de soundcheck. Of ­zoals Van 't Hek zelf zegt: "Ik ga lekker zingen!"

Twee jaar geleden zag zijn decembermaand er heel anders uit. Hij moest verschillende optredens afzeggen en werd uiteindelijk op kerstavond geopereerd aan zijn hart. Een week later keek hij nog suf van de narcose naar de oudejaarsconferene van Herman Finkers.

"Herman en ik zijn grote vrienden. Hij noemde me twee keer. Ik vond het een heel leuke conference omdat het helemaal op zijn Hermans was. Claudia vorig jaar vond ik ook erg grappig. Zij waren natuurlijk meer op verbinding gericht dan ik. Er zullen nu vast mensen zijn die zeggen: Claudia vorig jaar was véél beter. Véél beschaafder. En er zullen ook mensen zijn die zeggen: gelukkig, hij is weer terug. Allebei ­prima."

Wat kunt u zich nog herinneren van uw eerste oudejaarsconference in 1989?
"Ik was een paar jaar daarvoor ook al gepolst, maar toen durfde ik nog niet. Na mijn voorstelling Hond op het ijs werd ik weer gevraagd en dacht ik: ik moet het maar doen. Die voorstelling liep vanaf het begin vrij goed, maar dat het later zo'n belachelijk groot succes werd, om Ivo Niehe maar eens te citeren, had ik tijdens de try-outs helemaal niet door. Ik wilde alleen die gereformeerden met hun alcoholvrije biertje een beetje belachelijk maken. Ik was niet bezig met een hitje."

Bent u sinds 1989 erg veranderd?
"Natuurlijk. Ik ben vader geworden. Ik ben grootvader geworden. Mijn ouders zijn over­leden. Ik heb mijn broer verloren. En je wordt rustiger. Hoef je niets voor te doen. Dat zijn altijd leuke gesprekken met mijn kinderen. Die vragen dan: word je daar en daar niet boos over? Dan zeg ik: daar bén ik al eens boos over geweest. Snappen ze niks van. Ik kijk ook anders naar mezelf. Vroeger speelde ik drie dagen voor een uitverkochte zaal in Zwolle en dacht ik: heel Zwolle was er. Nu sta ik nog steeds drie dagen voor een uitverkochte zaal in Zwolle en besef ik: er zijn 97.000 Zwollenaren niet geweest. Bovendien: in 1989 was ik 35, nu ben ik 63. Mijn toekomst is korter dan mijn verleden. Ik sta anders in het leven."

Staat u daardoor ook anders op het podium?
"Ik denk het wel. Er is medisch natuurlijk het een en ander gebeurd de afgelopen jaren. Ik ben niet banger geworden of zo, maar ik ben wel nóg meer gaan relativeren. Toen ik na die operatie mijn ogen opendeed, zag ik mijn vrouw en zoon in de ziekenhuiskamer staan. Toen dacht ik: o ja, daarvoor zijn wij bij elkaar op deze aarde."

U zegt in deze oudejaarsconference dat u na de operatie zeker wist dat u nooit meer op zou treden.
"Het ging al vrij snel weer beter, maar ze zagen je open, trekken je met klemmen uit elkaar, opereren en naaien je dan weer dicht. Als je daarna wakker wordt, dat weet elke hart­patiënt, voel je je niet bepaald top. Dus ik dacht inderdaad dat het nooit meer zou gebeuren. Maar de behandeld arts zei direct: joh, dat komt wel weer goed."

Hoe erg zou u het gevonden hebben als u toen afscheid had moeten nemen van het podium?
"Dat had ik heel jammer gevonden. Het theater is een plekje waar ik me heel fijn voel. En dat is wederzijds. Overal waar ik heen reis, zitten er volle zalen op me te wachten. Als dat nou al een beetje minder werd, was het een mooie gelegenheid geweest om te stoppen. Maar ik heb er lol in, het publiek heeft er lol in. Ik heb nu ook alweer een nieuw programma gepland voor na deze oudejaars."

Bent u weleens bang dat het niet zal lukken om een jaar te vangen?
"Nee, daar ben ik niet bang voor, maar ik zorg er wel voor dat ik een actief leven leid. Ik heb een leuke vrouw en een leuk huis, dus de kinderen komen vaak bij ons langs. Dan discussiëren we veel. En als ik met mijn broertje naar Ajax ga discussiëren we ook. Ik heb leuke vrienden, leuke neven. Wat ik daarmee wil zeggen: je kunt een jaar alleen vangen door te horen wat er speelt. Dat is noodzakelijk. Ik lees veel kranten. Ik lees veel boeken. Maar je moet ook in het leven staan en lachen met andere mensen."

Wat was 2017 voor een jaar?
"Een ingewikkeld jaar. Een Trumpjaar. En het #MeToo-jaar natuurlijk ook. Gisteravond zat ik aan een diner van een vriend van mij. Die heeft twee beeldschone dochters en daar ga ik fysiek vriendschappelijk mee om, laat ik het zo zeggen. Dus ik zei: jullie kunnen mij enorm aanklagen, weet je dat. 'Nou, dat zijn we ook wel van plan!' zeiden ze lachend. Maar dat bleek een grapje, want: 'Je hebt nooit geknepen'."

U vertelt in uw conference één #MeToo-grap, maar die gaat daar eigenlijk niet eens echt over.
"Nee, maar hij is wel leuk. Kijk, al het andere is allang gezegd. Er ligt een enorme berg afgekloven botjes in de woestijn. Soms denk ik ook: ik ga over dat onderwerp gewoon niks zeggen."

Maar wat vond u van die discussie?
"Er stond een geweldig relativerend stuk van Wilma de Rek in de Volkskrant. Dat er een geile castingdirector is die zegt dat een acteur zijn broek uit moet trekken is één ding, maar de persoon die dat vervolgens doet, dáár is ook wat mis mee. Ik wilde vroeger graag bij het toneel, maar heb nog nooit mijn broek uit hoeven trekken. Voor niemand. En ik heb nooit op het punt gestaan dat ik dacht: nou, als ze me vragen om mijn broek uit te trekken, zal ik dat maar doen. Ik weet nu al dat hier dertig ingezonden brieven over komen, maar dat interesseert me niet."
"Deels is het natuurlijk heel goed dat het uitkomt hè, heel goed. Zo'n Harvey Weinstein, dat is een vreselijk figuur. Maar er lopen nu ook mensen weg met deze discussie van wie ik denk: wat, jíj?"

Beeld Martin Dijkstra

U maakt zich over andere dingen wel boos in deze oudejaarsconference. Over vliegen. Over vlees eten.
"Ja, ik zie in een soort vrolijke verbazing hoe we de wereld naar de kloten helpen. Daar hebben we blijkbaar geen moeite mee, dus dat vliegveld in Lelystad komt er echt wel. Maar ik wil nooit de cabaretier zijn die het allemaal door je strot duwt. Er moet een grap in zitten. En je moet ook intellectueel geprikkeld worden als je bij mij in de zaal zit. Ik noem geen namen, maar ik zie wel eens cabaretiers bij wie ik denk: jaja, jíj bent goed."

Wordt u op uw 63ste nog beter in uw vak?
"Dat vind ik ingewikkeld. Daar denk ik best vaak over na. Kijk, wat het is: ik ga niemand meer verbazen. Wat er in 1989 gebeurde, dat er een mannetje een oudejaarsconference ging houden en een biermerk belachelijk maakte, het had over huppelkutjes en Niemand weet hoe laat het is voor het eerst zong, dat was een enorme verrassing. Dat gevoel zal ik nooit meer oproepen. Maar ik denk dat ik in het vak optreden nog steeds beter word ja. Ik snap dat die scène over het Ikea-stapelbed een hitje werd omdat het zo herkenbaar is, maar ik vind het zeker niet mijn beste stuk. Tussen toen en nu zitten heel veel kilometers."

Dat is Wim Kan wel overkomen.
"Ja, dat was ook heel jammer. Die is in september na zijn laatste oudejaars overleden. Dat heeft echt niemand hem gegund, die laatste conference in 1982. Ik werd zelfs nog opgetrommeld om een paar grapjes voor hem te leveren. Toen stond ik in Klein Bellevue te kutten en vroeg iemand van de Vara of Wim Kan dat en dat mopje mocht hebben. Dat moment moet ik absoluut voor zijn."

Dat lijkt me lastig als u het zo leuk vindt om met deze mensen onderweg te zijn.
"Dat is het ook, want je bent niet alleen onderweg met de voorstelling, ik heb ook een eigen impresariaat, Hekwerk. Dat is een heel leuke club. Jochem Myjer zit nu bij ons en op kantoor werken bijna alleen maar dames die ik al heel lang ken. En hun families ook. In principe blijft dat bedrijf bestaan als ik stop, maar dan zullen er misschien wel wat mensen uit moeten. Of Jochem moet een beetje vaker gaan spelen, de luie hond."

"Ik ben nu nog niet actief over stoppen aan het nadenken, maar dat het eindig is snap ik ja. En voel ik ook. Soms klaag ik over een pijntje en dan zegt mijn arts: ja, Youp van 't Hek, maar je bent ook gewoon 63. Vroeger deed ik in alle steden waar ik speelde het licht uit. Dan won ik vaak van Waardenberg en De Jong en die konden het goed, hoor."

En dat gaat nu niet meer.
"Ook dat is veranderd. En dat ligt niet alleen aan mij. Als ik nu een café binnenstap, staat daar een heel andere generatie. Die zitten niet meer te wachten op Youp van 't Hek die nog eens op de bar klimt om Flappie te zingen. En dat is logisch. Ik zal nooit vergeten dat ik een keer met mijn vader op het strand was en dat hij zei: ik houd mijn blouse aan. Dat was denk ik tien jaar voor zijn dood. Er komt een moment en dan houd je gewoon je blouse aan. Ik hoor nu soms een jong iemand zeggen: 'Dat is Youp van 't Hek,' en dan vraagt de ander: 'Wie is dat?' Daar moet je gewoon de grap van inzien. Daar moet je vooral niet somber van worden."

Oudejaarsconference: Een vloek en een zucht, 31/12, 22.30 uur, NPO 1

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden