PlusFilmrecensie

Sing Me a Song: overweldigende scènes, eenzijdige kritiek

Sing Me a Song.

Een scène in het begin van Sing Me a Song – over het effect van het internet op het boeddhistische land Bhutan – vangt de combinatie van vertrouwdheid en vervreemding, waar de documentairefilm mee speelt. Een man berispt een jongeman over zijn tegenvallende studie­resultaten. “Studeer,” spreekt hij hem streng toe, “in plaats van de hele dag op je telefoon te spelen.” De jongeman is niet zomaar een rebelse tiener, maar een monnik die wordt toegesproken door zijn leermeester.

In zijn nieuwe film onderzoekt documentairemaker Thomas Balmès (Babies) de effecten die het internet heeft op de mens door te focussen op een plek waar zijn invloed misschien wel het ingrijpendst is geweest. Want Bhutan, ooit de enige plek op aarde zonder internet, is nu volledig in de ban van de verlokkingen van het moderne bestaan.

We volgen monnik in spe Peyangki, onderwerp van Balmès’ eerdere film Happiness (2013), en Ugyen, een vrouw die hij online heeft ontmoet. Hun relatie vormt de narratieve kern en verloopt zoals een dramafilm, inclusief obstakels en verborgen geheimen. Peyangki moet eerst helende paddenstoelen plukken om met het opgebrachte geld naar zijn internetliefje te reizen, die, bij aankomst, blijkt een kind te hebben verzwegen.

Ten dele is Sing Me a Song een blik op volwassen worden en de veranderingen die daarbij komen kijken. De documentaire opent met fragmenten uit Happiness, waarin een tien jaar jongere Peyangki de camera zijn ambitieuze levensplannen vertelt. Peyangki is nu 18, en met het verstrijken van de tijd zijn ook zijn prioriteiten verschoven. Hij worstelt met de vraag of het monnikenleven wel voor hem is weggelegd.

De film lijkt echter vooral een aanklacht tegen de macht van moderne communicatiemiddelen. In overweldigende scènes, die prachtig samenwerken met de filmmuziek van Nicolas Rabaeus, zien we hoe tientallen jonge monniken op hun telefoon spelen, terwijl ze hun gebeden opnoemen. Hoewel deze beelden zeker een schok teweegbrengen, lijkt de impliciete kritiek ook te eenzijdig.

Hetzelfde geldt voor de prachtig geschoten, maar repetitieve scènes waarin een groep jonge monniken schiet­spelletjes speelt in een arcadehal. Vooral omdat het gevoel wordt opgeroepen van een narratieve fictiefilm, doemt de vraag op wat Balmès met het portret van ­Peyangki wil vertellen, behalve dat het internet gevaarlijk is – want zelfs de internetrelatie met Ugyen loopt niet zoals gepland. Op momenten als deze vervalt de documentaire in een te gemakkelijke nostalgie, verbeeld door footage van een jonge Peyangki die door de natuur rent.

Uiteindelijk is Peyangki’s rebellie, net zoals zijn jonge naïviteit, misschien ook een fase en daarbij doemt de vraag op hoe het hem over tien jaar zal vergaan.

Sing me a Song

Regie Thomas Balmès
Te zien in De Balie, Cinecenter, Eye, Kriterion, Rialto

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden