PlusBoekrecensie

Sinéad Gleeson vertelt in ‘Hemellichamen’ het verhaal van alle zieken

‘Ziekte is een buitenpost: op de maan, op de Noordpool, moeilijk te bereiken. De locatie van een niet voor te stellen ervaring (...),’ schrijft de de Ierse Sinéad Gleeson in haar poëtische en inzichtelijke essaybundel Hemellichamen.

Dieuwertje Mertens
Gleeson wijst erop dat de taal om pijn te beschrijven ontwikkeld is door artsen, niet door patiënten. Beeld Getty Images/EyeEm
Gleeson wijst erop dat de taal om pijn te beschrijven ontwikkeld is door artsen, niet door patiënten.Beeld Getty Images/EyeEm

‘Het lichaam is een gedachte achteraf,’ luidt de openingszin van haar essaybundel. Pas als het niet meer naar behoren functioneert, zien we het wonder van al haar interne processen die ons op de been houden. Als Gleeson dertien is, wordt ze geconfronteerd met een nieuwe pijn. De botten in haar linkerheup ‘schuurden tegen elkaar en vergingen letterlijk tot stof.’ Ze krijgt de diagnose monoartritis. Vanaf dat moment brengt ze talloze uren in het ziekenhuis door.

Alsof dat allemaal niet genoeg is, krijgt ze als twintiger leukemie; een vorm van bloedkanker. Door de harde confrontaties met haar zieke lichaam begint Gleeson de taal rondom ziekte te onderzoeken. Zo maakt ze kennis met nieuwe medische termen die haar conditie moeten omschrijven, en met de namen van medische instrumenten en medicijnen.

Bij het aftappen van bloed valt haar oog op een bloedbuis met de merknaam Vaguette. ‘Zou dat geen geweldige naam zijn voor een meidenpunkband?’ wil ze de verpleegkundige vragen. Ze vermoedt dat ‘vaguette’ een afgeleide is van vacuüm; een lege ruimte die nog gevuld moet worden.

De taal terugclaimen

Ze wordt ook geconfronteerd met het gebrek aan taal om de ervaring van de zieke onder woorden te brengen. In 1971 werd de McGill Pain Questionnaire uitgebracht; een vragenlijst ontwikkeld door artsen om in 77 woorden ‘pijn’ te omschrijven. Gleeson wijst erop dat deze taal is ontwikkeld door artsen, niet door patiënten.

In twintig poëtische verhalen aan de hand van deze woordenlijst, claimt ze de taal terug. Zo beschrijft ze onder de noemer ‘vermoeiend, uitputtend’ haar angstige zwangerschap: ‘Lange stations vernoemd naar weken en trimesters / Deze baby en ik, / Twee sporen die in de nacht reiken.’

Kwetsbaarheid

Ze laat zien hoe kwetsbaar het vrouwenlichaam is onder de harde medische blikken van veelal mannelijke artsen, in het theater van de operatiekamer. Ze beroept zich niet alleen op haar eigen ervaringen, maar valt ook terug op andere kunstenaars en schrijvers die hebben gereflecteerd op hun ziekte, zoals Frida Kahlo, die de miskramen van haar zieke lichaam omzette in confronterende zelfportretten, zoals Frida en de miskraam.

‘Een litteken is een opening, een uitnodiging om te vragen: ‘wat is er gebeurd?’’ schrijft Gleeson. Welke woorden gebruik je? Waar houdt de taal op? In Hemellichamen overstijgt ze het persoonlijke en vertelt ze het verhaal van alle zieken. Ze maakt de pijn van het lijden invoelbaar, door met haar poëtische verkenningen de grenzen van de taal op te rekken. Poëzie en kunst zijn misschien de enige registers waarmee de ervaring van de zieke zich laat omschrijven.

null Beeld -
Beeld -

Hemellichamen. Spiegelingen uit het leven
Sinéad Gleeson, vertaald door Astrid Huisman
Uitgeverij HetMoet
€24,50
240 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden