Plus PS

Sinan Can ging naar IS-gebied: 'Er hangt de geur van de dood'

Sinan Can (40) maakte meerdere films over het Midden-Oosten, maar zijn nieuwste, over de opkomst en val van IS, viel hem het zwaarst. 'Toen ik weer die doden zag, in plassen bloed, was de emmer vol.'

Journalist Sinan Can: 'Er is geen productie waarin ik zo weinig heb gelachen' Beeld Still uit In het Spoor van IS

"O, tering." De handen van documentairemaker Sinan Can (40) gaan naar zijn knieën, zijn ademhaling wordt zwaarder, het hoofd is gebogen. Het is een van de openingsshots van Cans documentairetweeluik over de opkomst en ­ondergang van Islamitische Staat, die BNNVara vanaf vanavond uitzendt. Can staat in een compleet tot puin ­geschoten Mosul, dat op dat moment - juli 2017 - net is heroverd door het Iraakse leger. Naast een berg puin ziet hij een aantal lijken liggen, in verre staat van ontbinding. Pijn in de buik.

"Het was niet dat ik daar voor het eerst dode mensen zag liggen, het was een opeenstapeling van ellende," zegt Can, terugkijkend op zijn draaiperiode in Syrië en Irak. "Op een gegeven moment zit de emmer zo vol dat er niks meer bij kan. Het was gewoon genoeg. Ik had in een ander stukje van Mosul rondgelopen en daar lagen ook allemaal ­doden in vijftig graden te ontbinden."

"Er hangt in die stad de geur van de dood, er wordt continu geschoten, gebouwen staan in brand. Het is alsof je in een filmdecor zit. Maar toen ik weer die doden zag, in plassen bloed met overal ongedierte, was de emmer vol. Ook als het je fucking ­vijand is, laat je lijken niet zo liggen."

Can was bijna een maand in Irak en Syrië voor In het Spoor van IS, omdat hij wilde laten zien hoe de landen en de mensen eraan toe zijn nu IS vrijwel volledig is uitgeroeid. Niet zoals Nieuwsuur aan de hand van een terorrisme-expert, niet zoals het Journaal via een Nederlandse correspondent, maar simpelweg ernaartoe gaan met ­cameraman Bruce Amende en regisseur Jochem Pinxteren. Mensen bevragen die de gruwelijkheden waarover veel gepraat wordt, werkelijk hebben meegemaakt.

Weeskinderen
Can was als documentairemaker al meermaals in het ­Midden-Oosten (zie kader), en ook reisde hij eerder door IS-gebied, maar de afgelopen draaiperiode heeft veel ­indruk op hem gemaakt. "Er is geen productie waarin ik zo weinig heb gelachen. Niks was leuk, niks was gezellig. Af en toe probeerde ik geforceerd in een meligheid te raken met de cameraman en de regisseur. Even alles loslaten, maar het lukte gewoon niet."

De verhalen die Can vervolgens vertelt zijn allemaal even gruwelijk. In de buurt van de Iraakse stad Tikrit ­bezocht hij een kamp, vol met weeskinderen. "Ze hadden allemaal buikpijn. Ik dacht, misschien naïef: slecht drinkwater, weinig eten. Ze waren verdomme allemaal verkracht! Kinderen van een jaar of negen. IS vernietigt niet alleen steden, maar ook levens."

In dezelfde omgeving bezocht hij de plek van de ­Speicher-massamoord, waar IS zo'n 1700 Iraakse militairen executeerde. Camp Speicher werd gebruikt door het Amerikaanse leger voordat de Verenigde Staten zich ­terugtrokken uit Irak. "De beelden staan op mijn netvlies. Mannen die in groepjes een plateau op worden gejaagd om daar één voor één te worden doodgeschoten en in de Tigris te worden gesmeten. Als je daar staat, val je even stil."

Geen vader
In Syrië, in de stad Meskane, sprak Can met een jongetje van vijf en zijn vader. Ze hadden moeten toekijken hoe IS-strijders inwoners van de stad onthoofdden, kruisigden en ophingen. "Toen dat gebeurde heeft dat jochie aan zijn ­vader gevraagd of ze dat ook met hem gingen doen. Wat moet je dan zeggen? Zijn vader zei, uit pure wanhoop: dit is een film, dit is niet echt, het zijn acteurs."

Het zijn de verhalen van en over kinderen die Can het meest raakten. Irak heeft, sinds de inval van de Amerikanen in 2003, zo'n twee tot drie miljoen weeskinderen. "Daar struikel je over. Ze zijn veerkrachtig, maar het is een oneindige rivier van verdriet en verbittering waar een nieuwe groepering uit kan putten. De kinderen groeien op in een spiraal van geweld waar iedereen voortdurend wraak neemt op elkaar."

"Die kinderen gaan zich ooit afvragen waarom ze geen vader hebben, waarom ze vernederd worden. Zij krijgen de geschiedenisles over de inval van Amerika in Irak, de loze zoektocht naar massavernietigingswapens en de val van Saddam Hoessein ook. Zij ­krijgen de afschuwelijke beelden van de Abu Ghraib­gevangenis óók te zien."

De grot van Saddam
Het was voor Can, cameraman Amende en maker Pinxteren, niet eenvoudig om zich te verplaatsen. "We hebben overal geslapen. In Bagdad nog in een hotel, maar daarna bij mensen thuis, in compounds en op de betonnen vloer van een radiostation. Het was fysiek zwaar, ik heb nachten niet geslapen, maar het zorgt ervoor dat je dicht bij de mensen komt. Je eet met elkaar, drinkt met elkaar, slaapt met tien man in een ruimte en staat in dezelfde smerige douche. Daardoor leer je de mensen te begrijpen. Ik vond het fijn zo dicht bij de mensen te staan."

Sinan Can

Journalist en programmamaker Sinan Can is geboren in Nijmegen. In 2011 werkte hij mee aan het documentairedrieluik 9/11: De dag die de wereld veranderde. Voor zijn televisiedocumentaires Bloedbroeders en De ­Arabische Storm ontving hij in 2016 de Journalist voor de Vrede-prijs. Een jaar geleden werd zijn tweedelige ­documentaire Onze missie in Afghanistan uitgezonden.

Op draaidagen bewoog Can zich met een militie van zwaarbewapende sjiieten. Hij zegt het in de documentaire ook: voortdurend leefde het gevoel dat er iets kon gebeuren. "Tot grote frustratie van Bruce. Die wilde mooie shots draaien, maar ik trok hem telkens weg als er dreiging ­ontstond. In Falluja en bij de grot waar Saddam Hoessein zich schuilhield, stond de volledige militie zijn wapens door te laden. Dat is zeer beangstigend. In ­Samarra, waar we in de wijk filmden waar IS-hoofd Abu Bakr Al-Baghdadi vandaan komt, was de sfeer ook zeer geladen."

Momenten om even te ontladen waren er een maand lang nauwelijks, zegt Can desgevraagd. "Ik had twee ­momenten waarop ik met kinderen praatte en echt niet meer kon. Ik wilde huilen, en toch beheers je je. Niet ­omdat ik vind dat je geen emotie mag tonen - ik ben geen ­robot - maar omdat huilen in het bijzijn van kinderen niet fijn is. Zij hebben het moeilijk genoeg, proberen te overleven en dan komt er een meneer uit een comfortland en die gaat een beetje lopen huilen."

"Ze vroegen hoe het in Nederland was." Can slikt. "Weet je, ik kon en wilde het gewoon niet vertellen. Wat moet ik zeggen? Dat het hier fantastisch is? Ik heb gezegd dat het leven in Nederland vergelijkbaar is, maar zonder oorlog. Het is een leven dat zo'n kind waarschijnlijk nooit gaat zien. Dat was weer zo'n breekpuntje."

Naïef
Zijn emotie kon hem soms in de weg zitten, zegt Can. ­Tegelijkertijd geeft het hem de drive om door te gaan. ­"Natuurlijk kan ik de wereld niet veranderen met een ­documentaire. Dat heeft iets van machteloosheid. Wat ik hoop is dat ik mensen tot bepaalde inzichten kan brengen. Dat mensen die over vluchtelingen zeggen dat het allemaal gelukszoekers zijn, beter gaan nadenken."

"Ik word vaak benaderd met de vraag: Sinan, wat kan ik doen? ­Nadat ik Uitgezet had gemaakt (over het uitzet­beleid van 'Nederlandse' kinderen die niet onder het kinderpardon vallen, red.) belde zanger Dinand Woesthoff mij. Hij heeft voor een aantal kinderen iets gedaan - en niet voor de show hè, want dit is voor het eerst dat ik dit zeg. Ik ben daar ontzettend trots op. Al is het een individu dat we kunnen helpen, dan is het werk het dubbel en dwars waard."

Dat het werk zijn schouders zwaar maakt, is een bijkomstigheid. Loslaten lukt niet. Na de opnames in Syrië en Irak was Can een tijdje op vakantie in Italië. "Men moest mij even met rust laten, terwijl dat niet in mijn aard zit. Ik maakte 's nachts lange wandelingen, omdat ik moest verwerken wat ik gezien had. Ik huil veel. Dat lucht op. Het is een therapie voor mij."

Can is inmiddels alweer bezig met een documentaire over de Golfstaten. Daarna wil hij misschien iets vrolijkers gaan maken. Zoals Ruben Terlou dat voor de VPRO over China doet, bijvoorbeeld. "Impact is voor mij het belangrijkste. Mijn werk mag ook minder 'leuk' zijn. Ik denk dat dat van mijn ouders komt. Zij waren heel linkse activisten, en zijn dat eigenlijk nog steeds. Daar ben ik trots op. Zij willen nooit verbitterd raken en geloven dat elk mens te redden is. Dat vond ik vroeger heel naïef, maar als ik er nu over nadenk, denk ik: dan maar naïef."

In het Spoor van IS (BNNVara), maandag 11 en maandag 18 december, 21.10 uur op NPO 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden