PlusInterview

Simone Kleinsma keert na dertig jaar terug in de duistere musical ‘Sweeney Todd’

De aanleiding is een trieste – het overlijden van schrijver en componist Stephen Sondheim – maar een vurige wens van Simone Kleinsma gaat in vervulling: ze keert terug in de duistere musical Sweeney Todd.

Jeroen Schmale
Sinome Kleinsma: ‘Sondheims melodieën en akkoorden zijn zo bijzonder, op het mallige af. Als je denkt dat ie omhoog gaat met z’n noten, gaat hij juist naar beneden en andersom.; Beeld ANP /  ANP Kippa
Sinome Kleinsma: ‘Sondheims melodieën en akkoorden zijn zo bijzonder, op het mallige af. Als je denkt dat ie omhoog gaat met z’n noten, gaat hij juist naar beneden en andersom.;Beeld ANP / ANP Kippa

Ze hadden elkaar tot vorige week nog nooit in het echt gezien, maar dat had zomaar anders kunnen lopen. Toen Simone Kleinsma in 1993 door het land toerde met de musical Sweeney Todd, zette de Vlaming Hans Peter Janssens zijn eerste stappen in de musicalwereld.

“Ik speelde in dat jaar mee in De man van La Mancha, met Ramses Shaffy,” vertelt de Antwerpenaar (60), die volgend jaar naast Kleinsma staat in Sweeney Todd.

Kleinsma (64) begrijpt het als geen ander dat ze elkaar dertig jaar geleden niet zagen: “Weet je wat het is: als je zelf druk bezig bent met een grote toer, dan zie je heel weinig andere voorstellingen. Je bent dan blij als je één avond in de week op de bank kunt ploffen.”

Voor Kleinsma, die in 1993 naast Ernst Daniël Smid stond in Sweeney Todd, was het decennialang een diepe wens om de duistere musical nog eens te kunnen spelen. Dat gebeurt in april volgend jaar, vijf weken lang in het Amsterdamse theater DeLaMar. De aanleiding is triest: het overlijden eind vorig jaar van Stephen Sondheim, schrijver en componist van de teksten en muziek van onder meer de musicals West Side Story en Sweeney Todd.

Kleinsma: “Op het gevaar af te technisch te worden: Sondheims melodieën en akkoorden zijn zo bijzonder, op het mallige af. Als je denkt dat-ie omhoog gaat met z’n noten, gaat hij juist naar beneden en andersom. Daardoor lijkt het een grote uitdaging, maar na drie minuten is het volkomen logisch. Al moet je wel blijven opletten, want er wordt ontzettend veel door elkaar heen gezongen. En er zitten nauwelijks dialogen in zijn producties, meestal is het ‘doorgezongen’, zoals wij dat noemen.”

Lef

Kleinsma speelde Sweeney Todd toen het musicalgenre in Nederland net populair werd. “Ik vond het van lef getuigen dat Joop van den Ende destijds Sweeney Todd naar Nederland haalde. Het is een aparte musical. Omdat het doorgezongen wordt, je moet echt opletten als publiek. Dit is geen voorstelling om lekker bij achterover te leunen en over je heen te laten komen. Destijds was Nederland daar misschien nog niet helemaal klaar voor, nu wel.”

Samen met Janssens zingt Kleinsma zondagavond één nummer uit de musical op de Uitmarkt in Amsterdam, de start van het culturele seizoen. Bij de Belgische bariton liggen de liedteksten nog iets verser in het geheugen dan bij Kleinsma (‘voor mij is het een jong mensenleven geleden’); in Vlaanderen speelde hij in 2019 nog de rol van Sweeney Todd – een bloeddorstige barbier, die zijn klanten vermoordt tijdens een knipbeurt en hun lichamen aan de medeplichtige mevrouw Lovett (volgend jaar dus weer gespeeld door Kleinsma) geeft.

Staande ovatie

Janssens: “Dat was wel een kleinere productie, de musicalwereld is bij ons gewoonweg niet zo groot als hier in Nederland. Het publiek apprecieert hier veel meer. Het valt me altijd op dat het Nederlandse theaterpubliek altijd een staande ovatie geeft na een voorstelling. Dat is in België alleen als de mensen het écht, écht, écht heel goed vinden.’’

Kleinsma: “Dat was hier vroeger ook echt niet hoor, maar dat is gewoon zo gegroeid de laatste jaren.”

Janssens: “Bij Sweeney Todd blijven de mensen zitten bij het applaus, als ze dit gelezen hebben.”

Kleinsma: “Ik weet wel dat ik nog voor Sweeney Todd, eind jaren tachtig, Sweet Charity speelde. Eerst in Nederland en daarna ook in Vlaanderen. Dat is een stuk waar behoorlijk veel lach in zat. Ik weet nog dat ik Antwerpen na afloop op een terras zat en iemand uit het publiek zag zitten, want hij had een programmaboek bij zich. Die meneer vroeg aan mij wat ik van de avond vond. Ik zei dat ik een beetje moest wennen, dat het publiek vrij rustig was geweest. Allez, zei hij, wij willen u niet storen door te lachen.”

Janssens knikt instemmend: “Zo denkt het Vlaamse publiek echt. De mensen genieten zeker, maar laten dat misschien iets minder blijken.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden