PlusAlbumrecensie

Silhouettes: een sterk pleidooi voor componisten van onmodernistische snit

Beeld -

Je kunt je erover blijven verbazen hoeveel goede muziek er is geschreven die slechts weinigen hebben gehoord. Neem nou de Sonata for viola and piano van Rebecca Clarke. Vingers omhoog wie weleens van Clarke heeft gehoord. Niemand? Dat dacht ik al.

Eens kijken of ze in de New Grove Dictionary of Music and Musicians te vinden is (de editie van 1989 die hier in de kast staat). Verdomd. Ze staat erin. ‘English viola player and composer’ lezen we, gevolgd door het bijzinnetje ‘wife of James Friskin’. Dat is alles. Hilarisch, maar vooral pijnlijk natuurlijk.

Eerste vrouwelijke leerling

Bij het lemma gewijd aan Friskin, een Schotse componist en pianist, die als eerste de Goldbergvariaties in de VS uitvoerde, lezen we iets meer over Clarke, maar meer dan tien regeltjes kunnen er niet af. Wel noemt de schrijver de Sonata for viola and piano, het stuk waarmee ze aan het begin van de jaren twintig van de vorige eeuw voor enige ophef zorgde nadat ze het onder een mannennaam (Anthony Trent) had ingestuurd voor de Coolidge Composition Competition en nog bijna won ook. Ze werd tweede achter Ernst Bloch. 

 Toen ze haar ware identiteit onthulde, begon de jury te blozen. Men had niet verwacht dat een vrouw zulke goeie muziek kon componeren.

Clarke (1886-1979) was de eerste vrouwelijke compositieleerlinge van sir Charles Stanford, die ook Holst, Vaughan Williams en Bridge het vak bijbracht. Veel succes had ze als alt­violiste. Ze trad op met alle kanonnen van die tijd: Casals, Heifetz, Schnabel, Rubinstein en noem ze maar op. Maar als componist telde ze niet mee, hoewel die Sonata for viola and piano door altviolisten wel degelijk werd opgemerkt en uitgevoerd.

Te veel echo’s

Het is het eerste stuk op de cd Silhouettes van de geweldige pianiste Anna Federova en dito altiste Dana Zemtsov, die Clarke’s stuk in het gunstigst mogelijke daglicht zetten. De originaliteitsprijs zal het nooit winnen, daarvoor zijn er te veel echo’s van Debussy en vooral Vaughan Williams aanwezig, maar de prachtige, vervoerende muziek grijpt de luisteraar vanaf het eerste thema krachtig bij de lurven en laat hem of haar pas na 33 minuten weer los, zeker ook omdat Zemtsov en Federova bijzonder overtuigend spelen.

Op Silhouettes houdt het duo een sterk pleidooi voor componisten van onmodernistische snit. Ook Arne Werkman (1960) een leerling van Tristan Keuris, zoekt in zijn Suite voor altviool en piano (2007) aansluiting bij historische structuur- en expressievormen en hetzelfde geldt voor Milhaud in zijn Sonate nr. 1, met het indrukwekkende opusnummer 240. Hoewel Werkman ook barokke vormen hanteert, is het Milhaud die het nadrukkelijkst de geest van Bach evoceert. De Air in zijn sonate is trouwens een verbluffend staaltje van ’s mans reusachtige muzikaliteit.

Mooi is ook het Concertstuk voor altviool en piano van Enescu. Als intermezzi spelen Federova en Zemtsov steeds een bewerking van een kort werk van Debussy. Indruk maakt vooral de afsluiter Bonne soir, dat de Franse componist schreef toen hij pas vijftien was.

Klassiek

Anna Federova & Dana Zemtsov

Silhouettes

(Channel Classics)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden