Stefan Raatgever, journalist kunstredactie Het Parool Beeld Maarten Steenvoort

Serhat verenigt al het moois en lelijks van het Songfestival

Verslaggever Stefan Raatgever is in Tel Aviv voor het Eurovisie Songfestival. Dagelijks schrijft hij wat hem opvalt.

18 mei, de dag van de finale

Op de dag dat het Songfestival voor Nederlandse fans slechts om één naam draait, kijk ik ook uit naar een andere finalist dan Duncan Laurence. Mijn favoriet maakt geen enkele kans op de zege, betrok zijn podiumoutfit niet bij een hippe designer maar bij het lokale warenhuis en wordt hoogstens eerste in het klassement van grootste valszingers van het festival. Toch is Serhat, de troef namens dwergstaatje San Marino, mijn lievelingsdeelnemer. Hij verenigt voor mij al het moois en lelijks waar het Songfestival voor staat.

Ik viel voor zijn charme tijdens zijn eerste deelname. In 2016 mocht Serhat Hacipasalioglu, toch echt alleen in het bezit van Turks paspoort, ook al voor San Marino naar het Songfestival. Dat landje heeft zo weinig financiële middelen dat iedereen met een zak geld en goede connecties bij de omroep kans maakt zijn eigen deelname te orkestreren.

Toen Ralph ‘Ein Bisschen Frieden’ Siegel een jaartje zuinig aan wilde doen, greep Serhat zijn kans. Zijn I Didn’t Know strandde roemloos in de halve eindstrijd, maar hij nam hem voor me in als louche nachtclubuitvoering van Leonard Cohen.

Op zijn officiële Eurovisie-foto poseert Serhat in double breasted kapiteinscolbert. Een gestippeld pochet in het vestzakje. Een gentleman, op het oog. Met zijn 54 jaar is hij de oudste deelnemer aan dit festival. Maar wie Serhat in zijn dagelijkse kloffie ziet, herkent in hem net zo makkelijk een verkoper van hamsterkooien of een barman in een all-inclusive-resort.

Die tweeledigheid kenmerkt ook zijn Eurovisie-inzending. Die bevat edelkitsch van het soort dat het Songfestival lang domineerde, maar tegenwoordig nog maar zelden wordt waargenomen. Zijn hit van dit jaar heet Say Na Na Na. Hij schreef het, zo verkondigde hij trots, in vijf minuten. Nóg lang, als je het mij vraagt. Zijn liedje is zo licht als een veertje, maar is dankzij het oerrefrein uit de popmuziek (Nanananana) toch een feestnummer in Songfestivalcafés.

Serhats heerlijk campy glans maakte dat ik via video’s op deze site al lobbyde voor een finaleplek. Ook verwedde ik een tientje in een poging zijn stand bij de bookmakers te verbeteren. Dat hij in de eindstrijd kwam was alsnog een wonder. Serhat zong zo kreupel als een vermolmde knotwilg.

Als u vanavond, om Duncan Laurence te helpen, strategisch wilt stemmen en Zwitserland, Zweden en Australië wilt vermijden, geef uw stem dan aan Serhat. Hij is u namens alle 23 inwoners van San Marino zeer dankbaar.  

14 mei 2019

Niet eerder heb ik het woord ‘ballendilemma’ buiten een tennisbaan zo vaak uitgesproken als de laatste drie dagen. Het begon zaterdagmiddag tijdens de eerste openbare repetitie van Duncan Laurence. Daar oogde het geknutsel rondom de piano van Laurence als de Eurovisie-versie van Buurman en Buurman, de klusjesmannen die over het ophangen van keukenplankje rustig een dag kunnen doen.

Het montage-object van de dag: een lichtbol. Die bleek niet te willen wat regisseurs Hans Pannecoucke en Ilse DeLange hadden uitgedokterd. Wat dat precies was, werd niet duidelijk. Na afloop verklaarde DeLange ‘heel tevreden’ te zijn met de voortgang. Ze meldde alleen nog ‘kleine details’ te willen veranderen op de weg naar een ‘magische’ podiumact.

Het stelde de in Tel Aviv neergestreken kolonie doorgewinterde Songfestivalfans maar matig gerust. Hoe kon het dat de Nederlandse inzending, sinds jaren weer in kansrijke positie voor de zege, nu nog steeds aan het sleutelen was? Terwijl andere landen hun megaproducties – zwevende zangeressen, brandende wereldbollen of een compleet spiegeldoolhof - moeiteloos door de arena sjouwden, slaagde Nederland er niet in een lamp goed op te hangen.

[Tekst gaat verder onder video]

Maandagmiddag bleek de situatie toch anders in elkaar te steken. In niet mis te verstane bewoordingen legde Ilse DeLange uit dat er van dilemma’s in het Nederlandse kamp allerminst sprake was. Sterker nog: DeLange en Pannecoucke hadden eensgezind een ‘heel duidelijk script’ en een ‘uitgebreide lijst met camerashots’ naar de lokale tv-makers gestuurd.

Om een omstandig betoog samen te vatten: die onwetende types hadden van al dat voorwerk maar weinig begrepen. Tegen de NOS zei DeLange: ‘Je hoopt dat je bij de eerste repetitie op meer dan 80 procent zit van wat je in gedachten hebt. Dit was minder dan de helft. Ja, we zijn er van geschrokken.’

Daarna zette ze de nu te volgen tactiek uiteen: ‘Je zou wel willen schreeuwen wat je wil. Maar dat is niet verstandig. Je moet politiek bedrijven.’ Om te vervolgen: ‘Desnoods halen we de lamp weg. We willen geen half werk.’

Wie er ook debet is aan de miscommunicatie: het klinkt allemaal niet als de rimpelloze preparatie op een gooi naar de Songfestivaltitel. En dat is simpelweg zonde. Zeker omdat de overige elementen van succes – een foutloze en charismatische zanger én een topliedje – dit jaar wel helemaal op orde zijn.

Bekijk de video: Hoe is het om verslag te doen van het Songfestival? 

12 mei 2019

Het zijn contrasten die amper verenigbaar zijn. Was Israël een week geleden nog middelpunt van het internationale nieuws dankzij de zoveelste geweldseruptie rond de Gazastrook, vanaf afgelopen weekend kleurt de nieuwsvoorziening plots zoet roze. Ineens geen berichtgeving over bommen en raketten, maar over overslaande modulaties, wapperende jurken en overbodige podiumprullaria.

Voor de argeloze nieuwsconsument is de overgang ongetwijfeld bruusk. Helemaal wanneer je beseft dat de Expo van Tel Aviv - epicentrum van de Eurovisiebeving – op niet meer dan een uurtje rijden ligt van de grens met Gaza. Waarom schrijven die Songfestivalverslaggevers niet over wat je politiek neutraal ‘het conflict’ noemt? De afgelopen dagen zwengelden diverse journalisten van serieus te nemen media dat debat maar weer eens aan.

De teneur: in Tel Aviv steken die songfestivalverslaggevers bewust hun kop in het zand. En tussen de regels door te lezen: en daarmee werken ze mee aan de grote promotieshow van de Israëlische regering. Die wil immers laten zien hoe fan-tas-tisch die het voor elkaar heeft: het jaarlijkse feest van de vrede en de diversiteit binnen de grenzen en dan nog rimpelloos verlopen ook.

Het is precies dezelfde intentie waarmee de Oekraïense overheid, eveneens verwikkeld in een gewapend conflict, twee jaar geleden het Eurovisiecircus omarmde. Sterker: elk organiserend land (Nederland volgend jaar?) poetst zijn internationale imago graag op met een vlekkeloos verdraagzaamheidsfuifje.

Honderd keer beter ingevoerd

Van de missie van Duncan Laurence om het festival naar ons land te halen, gaan videocollega Noël van Hooft en ik de komende week verslag doen. En nee, we reizen niet af naar Gaza om aan weerskanten van de grens de schade op te nemen. Maar dat betekent niet dat onze krant die situatie uit het oog verliest. 

Sterker: onze buitenlandredactie en onze correspondent ter plekke volgen de ontwikkelingen op de voet. Zij zijn op dat vlak honderd keer beter ingevoerd dan wij. Natuurlijk mocht het conflict ineens voelbaar zijn in het doorgaans utopisch vredige Eurovisie-paradijs, hoort u het nauwkeurig van ons.

Maar voorlopig is er geen sprake van kiezen tussen beide onderwerpen. Ze krijgen allebei aandacht. Alleen gaat het op deze plek in de krant of op de site vanaf nu zeven dagen lang over het ballendilemma van de Nederlandse delegatie, de bungalowtentjapon van Australië en de laatste verschuivingen bij de bookmakers. Futiliteiten van mondiaal belang.

Bekijk de video: de concurrenten over Duncan Laurence

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden