PlusInterview

Schrijversechtpaar Nicci French: ‘Er is een geheime manier waarop je onze boeken kunt lezen’

Nicci Gerrard en Sean French, samen Nicci French. ‘Een familie is genoeg om een leven lang psychologische thrillers te kunnen schrijven.’ Beeld Jitske Schols
Nicci Gerrard en Sean French, samen Nicci French. ‘Een familie is genoeg om een leven lang psychologische thrillers te kunnen schrijven.’Beeld Jitske Schols

Schrijversechtpaar Nicci French viert dit jaar het 25-jarig jubileum. Een interview in 25 steekwoorden met Nicci Gerrard (63) en Sean French (62) ter gelegenheid van het verschijnen van hun 25ste thriller, De gunst.

Marjolijn de Cocq

De setting is het Ambassade Hotel, waar ze al 25 jaar komen en na twee jaar afwezigheid volgens eigen zeggen het personeel in de armen zijn gevlogen. Nicci Gerrard (63) en Sean French (62) waren eregast op het Boekenbal. De Nederlandse promotiedagen voor hun nieuwe thriller vallen precies tijdens de uitgestelde en verlengde Boekenweek, die nog tot en met maandag duurt.

De gunst

Sean French (SF): “Als iemand je een gunst verleent, geef je die ander macht en dat kan gevaarlijk zijn. Want die iemand houdt, en dat blijft vaak onuitgesproken, iets van je tegoed.” Nicci Gerrard (NG): “Maar weinig relaties, dat besef je temeer naarmate je ouder wordt, zijn onvoorwaardelijk.”

25 jaar

NG: “We zijn zó oud geworden!” SF: Toen we begonnen als Nicci French hadden we vier kinderen onder de negen. Nu hebben we twee kleinkinderen. De heldin in onze eerste roman was 40, dat voelde destijds oud.” NG: “Nu vind ik iemand van 40 een baby.”

Nederland

NG: “Ons tweede vaderland. Na onze derde roman Killing me softly (Bezeten van mij) verschijnen onze boeken eerst hier. Nederlanders spreken zo goed Engels, er werd gevreesd dat die meteen de Engelse editie zouden kopen en dat er dan te weinig markt overbleef voor de vertaling. Dus hier krijgen we onze eerste feedback. En we zijn bij vrijwel iedere boekhandel wel een keer geweest.”

Publiciteit

SF: “Soms wel een ding voor schrijvers, die toch het liefst in de stilte van hun kamer willen zitten schrijven.” NG: Maar voor ons is het anders. Wij schrijven samen en reizen samen de wereld over.”

Boekenbal

SF: “Het boek gevierd.” NG: “Zo mooi, dat kennen wij niet. En die dresscode – ik had een roze pak geleend van mijn dochter en dan zo op de rode loper, als íéts me gelukkig kan maken...”

Eerste liefde

SF: “In De gunst staat een eerste liefde centraal – toen we dat bedachten wisten we natuurlijk niet dat dat het thema zou zijn van de Boekenweek.” NG: “Die overstelpende emoties van zo’n eerste liefde, die draag je je hele leven bij je. We waren in de dertig toen we verliefd werden – nog beter om elkaars laatste liefde te zijn.”

Verlies

SF: “Speciaal voor Nederland geschreven voor De Maand van het Spannende Boek in 2002, nooit in het Engels verschenen.” NG: “Een journalist vroeg ons eens: zijn er dingen waar jullie nooit over zouden kunnen schrijven? Ik antwoordde: de dood van een kind. Terwijl ik het zei, besefte ik dat we dat júist moesten doen. Het is ook een toneelstuk geworden (met Isa Hoes, red). We hebben het gezien en we verstonden geen woord. Hadden we 25 jaar geleden geweten hoe vaak we in Nederland zouden zijn, dan hadden we de taal geleerd.”

Het geheugenspel

SF: “Ons geheime, eerste boek. Niemand wist ervan, we wilden kijken of we samen konden schrijven. We wisten niet of het gepubliceerd zou worden, we wisten niet dat we Nicci French zouden worden.”

Tulp

NG: “Dat er een tulp naar Nicci French werd genoemd voelde voor ons als het winnen van de Nobelprijs. Dat was zo’n bijzonder cadeau.” SF: “Ze staan in onze tuin nu vol in de knop, op het punt van openbarsten. Het voelt als het opperste narcisme dat die tulp voor ons staat, of althans voor die vreemde vrouw die ons huwelijk is binnengedrongen.”

‘De nieuwe Nicci French’

SF: “We zijn net boeren. Elk jaar zaaien we in, laten we de gewassen groeien en dan oogsten we.”

25 boeken

NG: “Er is een geheime manier waarop je ze kunt lezen: als een dagboek van ons huwelijk. In de thematiek zie je terug waar we door de jaren heen over nadachten, waar we bang voor waren, wat ons bezighield, wat we meemaakten.”

Zweden

SF: “Mijn moeder is Zweeds, we brengen al onze zomers daar door. Lange, lichte dagen bij het meer en de bossen.” NG: “Neven, nichten, iedereen komt dan daar bij elkaar. We zijn met 50, 60 man, we drinken aquavit, zwemmen in het meer. Het voelt als een droom. We hebben twee jaar moeten overslaan – deze zomer gaat liederlijk worden.”

Pandemie

NG: “Aan het begin zaten we juist minder in isolement dan anders. We hebben een groot huis in Suffolk, drie van onze kinderen zaten bij ons, twee van hun partners en drie vrienden. Ze zouden twee weken blijven, het werden vier maanden.” SF: “Overdag werkten we, ’s avonds richtten we banketten aan.” NG: “De schuur hadden we ingericht als café zodat we toch naar de pub konden. Het klinkt als een vrolijke boel, maar dat was het toch niet. Twee van onze kinderen werkten in het onderwijs, een in de zorg.”

Pandemie 2

SF: “Een belofte: géén covidboek.” NG: “Kunnen we dat nu al wel zeggen? We weten nog niet wat de consequenties zijn van deze jaren, het kan nog decennia doorwerken.”

Frieda Klein

SF: “We hadden het besluit genomen een reeks van acht boeken te schrijven met haar als middelpunt. Toen die af was, moesten we haar laten gaan. Dat wisten we vooraf.” NG: “Maar we missen haar. Zo vaak vraag ik me bij bepaalde situaties af: wat zou Frieda doen? Het voelt alsof ze nog ergens rondwaart.”

Schaak

NG: “Ja, dat is ook Frieda.” SF: “Ik speelde het met onze zoon Edgar, die ook naar toernooien ging. Ik vind het fascinerend, het is zowel het vredigste als het agressiefste spel.”

River Lea

SF: “Zo raar, we schrijven vaak over iets wat we later doen. Ons tweede boek speelde in East-Anglia, daar zijn we vervolgens naartoe verhuisd. En nu zijn we een huis aan het kopen op 100 meter van de Lea, een van de rivieren en ondergrondse rivieren waar we Frieda langs laten lopen zoals we ze zelf tijdens wandelingen ook nog steeds volgen.”

Oost-Londen

AF: “Londen is een organisme en schuift op naar het oosten; Walthamstow, waar we in De schuld de moord laten plegen op drie, vier minuten lopen van ons nieuwe huis, is heel populair bij jongeren en gezinnen en heel dynamisch. ‘The stow’ noemen ze het. Het lijkt wel of we ze stalken, dat wij nu ons huis in Centraal-Londen hebben verkocht en daar ook naartoe komen.” NG: “Volgende boek: vier kinderen die gestalkt worden door hun ouders.”

Stand-alone

SF: “We hadden twaalf losstaande boeken geschreven, toen kwam de Frieda Kleinserie en nu schrijven we weer stand-alones. De inherente kracht daarvan is dat je een hele wereld uit het niets opbouwt en vervolgens weer achter je laat.”

Serie

NG: “Personages uit een serie leer je geleidelijk steeds beter kennen en zelfs als het laatste boek geschreven is, blijven ze je bij. Het is soms verbijsterend hoe echt fictie kan aanvoelen. Dat geldt niet alleen voor Frieda, maar ook voor iemand als haar bouwvakker Josef. Die komt uit Oekraïne. En die is nu waarschijnlijk terug om te vechten.”

Kaaskoekjes

NG: “O! Je bedoelt de kaaskoekjes die ik met onze dochter Molly bakte toen zij bij een kaasstalletje werkte. Uren en uren stonden we het deeg te rollen, en de vraag werd steeds groter, ook van restaurants. Nu worden ze industrieel gebakken en verkocht als Molly’s crackers, met haar portret erop.”

Familie

NG: “Ik weet niet waar ik moet beginnen. We komen allebei uit hechte families, en dat brengt complicaties met zich mee. Je moet daar ook aan ontsnappen om jezelf te ontdekken. Een familie is genoeg om een leven lang psychologische thrillers te kunnen schrijven.”

Psychologie

SF: “Ik denk dat de vreemde kronkels van de menselijke geest onze voornaamste inspiratiebron zijn. Het grote, griezelige landschap van onze herinneringen en verlangens.” NG: “Hoe meer je mensen leert kennen, hoe vreemder ze je worden. Er is zo’n maalstroom onder de oppervlakte.”

Plot

NG: “Voor ons zijn twee dingen belangrijk: het moet een bevredigend verhaal zijn met een onverwacht einde én nog een extra twist. En daarnaast natuurlijk de ontwikkeling van de personages.”

De volgende 25

NG: “Onze droom is nog 25 jaar door te schrijven. Of in elk geval zolang we elk boek nog spannend en een beetje eng vinden.” SF: “Mensen op onze leeftijd stoppen vaak met werken omdat ze iets willen gaan doen wat ze leuk vinden. Ik vind niets leuker dat dit.” NG, tegen SF: “Als we nog 25 jaar doorgaan moeten we toch maar eens Nederlands gaan leren.”

null Beeld

De gunst

Nicci French
vertaald door Iris Bol en Marcel Rouwé
Ambo Anthos, €22,99
416 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden