Plus Interview

Schrijver Yoko Tawada: ‘Nu gebeuren er ook al zoveel nare dingen’

Na de kernramp in Fukushima sloeg het isolationisme toe in Japan. In De laatste kinderen van Tokyo schetst Yoko Tawada een eilandstaat waar ouderen steeds ouder worden en kinderen sterven.

Beeld The Asahi Shimbun via Getty Imag

In het Japan van Yoko Tawada muteren paardenbloemen naar reusachtige grootte, zijn er geen dieren meer behalve huurhonden, zijn leenwoorden verboden en vliegvelden uitgestorven – want alle lijnen die de eiland­staat met het buitenland verbonden zijn verbroken door een ­geprivatiseerde regering met een isolatiepolitiek. 

In haar Japan zijn 75-plussers ‘jonge bejaarden’ en 90-plussers ‘middelbare bejaarden’. Ouderen worden ver boven de honderd en er zijn steeds minder kinderen die bovendien als gevolg van celvernietiging zo jong sterven dat overgrootvaders hun achterkleinkinderen begraven.

Maar noem De laatste kinderen van Tokyo geen dystopische roman, zegt Tawada (59). “Als je spreekt van een ­dystopie, veronderstel je dat er ook een utopie bestaat. Er gebeuren nare dingen in mijn boek. Maar als je het woord dystopie gebruikt, ga je ervan uit dat onze huidige realiteit beter is. Terwijl er nu ook al ­zoveel nare dingen gebeuren. De werkelijkheid verandert altijd, we leven nooit in een utopie of een dystopie. De werkelijkheid is een steeds veranderende crisis in ­vele variaties.”

Fictie Yoko Tawada De Laatste Kinderen van Tokyo Vertaald door Luk Van Haute Signatuur €20,99 191 blz

Ze schreef het onlangs in Nederlandse vertaling verschenen boek in 2014, drie jaar na de tsunami en aardbeving die de nucleaire ramp in Fukushima tot gevolg hadden.

“De shock van Fukushima verplichtte me tot het schrijven van het boek. Ik ben er drie keer naartoe geweest, heb er met de mensen gepraat. De beelden die daarna tot me kwamen, heb ik opgeschreven. Het is een uitvergroting van het feit dat in onze veranderende wereld oudere mensen ouder worden en dat er steeds minder kinderen worden geboren. Dat was al zo voor Fukushima – maar daarbij komt dat nucleaire straling veel meer effect heeft op de gezondheid van jongere kinderen dan op die van ouderen. Oudere mensen moeten langer doorwerken, in ­Japan is met pensioen gaan niet meer voor iedereen mogelijk. Zo komt alles van nu in mijn boek terecht. We zijn aan het einde van de industriële samenleving gekomen, we kunnen niet nóg meer dingen produceren, er is een terugkeer naar oude ambachten, we moeten de landbouw heroverwegen.”

U bent in Nederland als writer in residence van het Centre for the Humanities van de Universiteit Utrecht. Hebt u de boerenprotesten hier gezien? De uiterste consequenties van vervuiling die u in uw roman beschrijft, beginnen hier ook door te dringen in het maatschappelijke en politieke debat.

“De tractors naar Den Haag, ja! Mijn boek is dan wel een roman, maar het is ook een realiteit. Journalisten moeten schrijven over wat er gebeurt, historici schrijven over het verleden. Schrijvers schrijven niet over verleden-heden-toekomst, ze schrijven over iets wat kan zijn, over iets wat er misschien nu al is.”

U refereert nooit letterlijk aan Fukushima, we weten als lezer dat het niet veilig meer is om buiten te komen en er is het zelfverwijt van de bejaarden dat ‘hun nakomelingen zo waren geworden omdat ze zelf niet sterk genoeg waren geweest’.

“Mijn shock lag niet zozeer in de kernramp zelf, als wel in alle problemen die naar boven kwamen door de ramp. Die was het gevolg van het feit dat winst maken belangrijker is geworden dan mensenlevens. Fukushima heeft ons laten zien dat de basisprincipes van de economie niet deugen. En ja, de oudere mensen zijn daar schuldig aan, we zijn er allemaal schuldig aan. In Tokio waren we ons er helemaal niet van bewust dat onze elektriciteit uit Fukushima kwam. We dachten helemaal niet na over het gevaar van onze Bright Life Big City. De mensen die er werkten, wisten het misschien wel – maar die hadden de banen nodig om aan de armoede te kunnen ontstijgen, ze hadden het maar te accepteren.”

“Maar de schuldigste mensen zijn natuurlijk de regeringsleiders die de kerncentrale daar hebben laten bouwen. Een kerncentrale die niet nodig was, we hadden energie ook op een andere manier kunnen opwekken. Maar kerncentrales brengen geld in het laatje. Daarbij komt: Japan heeft geen atoombom. Met een kerncentrale kun je een atoombom wel snel bouwen. Veel mensen zeggen dat de werkelijke reden is dat de ­regering niet van kernenergie wil afstappen.”

Moeten we uw boek lezen als een politiek statement?

“Ik heb mijn mening over dingen en als ik die kwijt wil, schrijf ik wel een opiniestuk voor de krant. Maar in de literatuur moet je geen opinie hebben, je moet je fantasie laten gaan en zien wat er gebeurt en wat er mogelijk is. Ik woon in Berlijn en was ook daar toen de ramp gebeurde, maar ik kon me inbeelden hoe het zou zijn om er nu te wonen. Je moet alles denken wat je kunt denken, de controle laten gaan. Er zijn geen grenzen.”

In uw boek zijn die grenzen er juist wel en ze zitten potdicht.

“Dat zag ik tijdens mijn bezoeken aan Japan na Fukushima. Jonge mensen wilden ineens niet meer in het buitenland studeren. Er ontstond een soort isolationisme, de Edoperiode (van 1603 tot 1868) werd verheerlijkt toen Japan in een vreedzaam isolement verkeerde. Isolatie is niet goed, maar heeft toch een positieve bijsmaak in deze tijden van onmenselijke globalisering waarin mensen gedwongen worden om zoiets waanzinnigs te bouwen als kerncentrales.”

Uw boek lijkt vijf jaar na dato alleen maar actueler. U schrijft ook over gender: de nieuwe generaties in uw boek kunnen tijdens hun leven zomaar van geslacht veranderen.

“Dat is gebaseerd op wetenschappelijke informatie. De vervuiling van de wereld heeft invloed op de geslachtshormonen en het is al bekend dat jongens onder hormonale invloed vrouwelijke kenmerken vertonen. Het is dus realiteit dat de grenzen tussen de geslachten kunnen vervagen. Ook dat is geen statement van mij, misschien is het wel nodig om in de toekomst te overleven in deze wereld. Dat we af moeten van jongen/meisje maar een meer flexibele, hybride vorm worden. Het lijkt mij een natuurlijk fenomeen, het is geen opinie over gender freedom.”

Cybercrime, nog iets wat een enorme vlucht heeft genomen. In uw boek worden de handgeschreven resultaten van de medische onderzoeken van de kinderen per ijlbode opgestuurd naar het Centraal Bureau van het Nieuw Japans Medisch Onderzoekscentrum. Zodat niemand grote hoeveelheden data kan wijzigen of doen verdwijnen. ‘In die zin’, schrijft u, ‘was deze methode superieur aan de veiligheidssystemen die de knapste programmeurs lang geleden hadden bedacht’.

“Het staat me ontzettend tegen dat alles nu online is. Toen ik het boek schreef, wist ik nog niet dat alles wat je aan het internet toevertrouwt door iemand die dat per se wil kan worden gelezen. Nu ik het weet, ben ik er heel huiverig voor. Het idee dat iemand weet wat ik heb gekocht, waar ik ben geweest en met die kennis mijn leven kan manipuleren, stuit me tegen de borst. Nadat ik het boek had geschreven werden in Duitsland alle patiëntengegevens van een ziekenhuis gestolen. En het internet heeft onze informatievoorziening ook zo gecompliceerd gemaakt, met al dat fake nieuws.”

U publiceert zowel in het Japans als in het Duits. De laatste kinderen van Tokyo is oorspronkelijk in het Japans. Hoe kiest u tussen twee talen?

“Bij dit boek was de keuze van meet af aan duidelijk omdat het in Japan speelt. Dit is een Japans boek en bovendien een roman. Mijn meeste teksten zijn korter en experimenteel. Ik speel met de taal en de woorden en beslis vaak niet zelf welke zinnen er in welke taal ontstaan. Tussen het Duits en het Japans liggen geen grenzen – Tawada spreidt haar armen zo ver mogelijk – maar er is wel een heel grote ruimte tussen, een soort Siberië. Dat is de plek waar ik ronddans.”

Yoko Tawada (Tokio, 1960) studeerde Russisch en verhuisde toen ze 22 jaar was naar Hamburg. Sinds 2006 woont ze in Berlijn. Ze schrijft zowel in het Japans als in het Duits en heeft ­romans, novellen, ­gedichten, toneelstukken en essays gepubliceerd. Bij ­Signatuur verscheen vorig jaar ook haar roman Memoires van een ijsbeer. Beeld Barbara Zanon/Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden