Plus Interview

Schrijver Trent Dalton: ‘In Australië heerst veel duisternis’

De Australische journalist Trent Dalton schreef zijn debuutroman Jongen verslindt heelal als hartenkreet. Dat kleine jongetje in zijn boek dat opgroeit in een milieu vol geweld, drugs en criminaliteit in Brisbane, dat was hij.

Beeld Getty Images/iStockphoto

‘Je einde is een dood ornaatelfje.’ Genietend herhaalt Trent Dalton de Nederlandse openingszin van zijn debuutroman Boy Swallows Universe (Jongen verslindt heelal). Schatert als hij hoort hoe deze lezer was blijven hangen in die zin. ‘Je einde is een dood ornaatelfje.’ Want: wát is in ’s hemelsnaam een ornaatelfje?

Welnu: een ornaatelfje is een 14 centimeter lang blauw vogeltje dat voorkomt in Australië. De splendid fairywren, de Malurus splendens, meer algemeen bekend als de blue wren zoals de Australiër Dalton het beestje ook noemt. Maar de betekenis van deze mysterieuze zin, die ook nog eens in de lucht wordt geschreven, wordt pas duidelijk aan het eind van het aangrijpende verhaal over de twaalfjarige Eli Bell, zijn junkiemoeder, zijn verdwenen vader, zijn heroïnedealende stiefvader, zijn ex-gedetineerde bejaarde oppas en zijn oudere broer die weigert te praten.

Klinkt als een beetje veel? Een beetje heftig? Onwaarschijnlijk? Dalton (40) baseerde zijn boek op zijn eigen jeugd, waarin zijn moeder in de gevangenis belandde en hij en zijn broers (in werkelijkheid waren ze met z’n vieren) bij hun wereldvreemde vader in huis werden geplaatst. Een vader die zijn leven leidde tussen de boeken, in alcoholnevelen en met 35 sigaretten per dag. En de oppas in zijn jeugdjaren was echt de voor mishandeling en doodslag tot levenslang veroordeelde Arthur ‘Slim’ Holliday, ook wel de ‘Houdini van Boggo Road’ die keer op keer uit de gevangenis in Brisbane wist te ontsnappen.

Met zijn even harde als poëtisch opgeschreven verhaal over Eli Bell, ‘de jongen met de oude ziel en de volwassen geest’, brak Dalton in één keer internationaal door als schrijver. Jongen verslindt heelal won alle grote Australische literatuurprijzen en wordt nu verfilmd. Het jaar sinds het verschijnen was een ‘magisch jaar’, zegt Dalton. Want de enige voor wie hij het boek had geschreven was zijn moeder, die model stond voor Frankie Bell. Een moeder die ondanks haar verslaving en criminele achtergrond haar gezin weer op de been wist te brengen.

Het was een verzengend hete tweede kerstdag, drie jaar gelden, dat hij besefte dat hij een boek te schrijven had. “Het was een moment dat ik nooit zal vergeten. We hielpen mijn moeder haar kerstcadeaus achter in de auto te pakken. Ze stond te kijken naar mijn jongste dochter van toen zeven, die in de stralende zon op het gras een pirouette draaide. En ik hoorde mijn moeder zeggen: ‘I wouldn’t change a thing.’ Niets had ze anders gewild als ze haar leven nog een keer over kon doen.”

“Die vrouw, die zoveel heeft doorstaan! Ik dacht: ik moet over haar schrijven, met alle hoop en met alle liefde die ze ons óók heeft meegegeven. Om dat moment te bereiken, met mijn moeder, daar, en mijn dochter op het gras, hadden we al die andere dingen moeten doorstaan. Die afloop rechtvaardigde alles.”

Grote ontsnapping

Het enige wat hij zich had gewenst was met een exemplaar van dat boek naar haar toe te gaan, het haar te overhandigen en haar te zegen: ‘Mam, je bent geweldig.’ “Dat was voor mij al goed genoeg geweest. Maar gisteren moest ik 500 boeken signeren bij mijn uitgeverij. Er zijn er over de hele wereld al meer dan 160.000 van verkocht, het is in twintig talen verschenen. Dat raakt me enorm. Want het had evengoed helemaal fout met ons kunnen aflopen.”

Net als zijn Eli Bell werd Dalton journalist en ontmoette hij de liefde van zijn leven, de legendarische journaliste Caitlyn Spies in zijn boek. De jongen uit dat disfunctionele gezin ging voor kranten en tijdschriften schrijven over de zelfkant van het leven in de buitenwijken van Brisbane waarin hij zelf geboren en getogen was.

“De wereld van de journalistiek was mijn grote ontsnapping. Ik hield als kind al van woorden. Ik voerde op school helemaal niets uit; ik was zo’n kind dat uit het raam keen en verhalen bedacht. Toen ik als puber een interview las met Eddie Vedder van Pearl Jam besefte ik ineens: er zijn mensen die dat doen als werk. Een openbaring. Alleen ben ik niet over Eddy Vedder gaan schrijven. De verhalen liggen hier in Brisbane voor het oprapen. Mensen denken bij Australië vooral aan zon en zonnige mensen. Maar achter de gesloten deuren in de buitenwijken heerst veel duisternis.”

Foute mannen

Zijn boek, zegt Dalton, mag zeker gelezen worden als hartenkreet. ’s Avonds als zijn dochtertjes sliepen – ze zijn nu tien en twaalf en tijdens het interview per Skype verschijnen ze af en toe nieuwsgierig in beeld – kroop hij in zijn man cave in de kelder in de huid van Eli.

“Een sterkere, slimmere, sluwere versie van de jongen die ik ooit was. Ik had hem nodig om me bij de hand te nemen en terug te keren naar dat verleden. En ik had mijn vrouw en dochters nodig om mijn gevoelskant toe te laten. Ik had mijn jeugd met al het geweld, de drugs, de alcohol als het ware in dozen opgeslagen – en nu moest ik ze weer openen.”

Al die gevangenisverhalen, mensen die verdwenen – het verlies van zijn stiefvader dat er zo had ingehakt. “Lyle heet hij in mijn boek, en al was zijn verdwijning niet zo dramatisch als wat ik hem in het boek laat overkomen, hij ging voor tien jaar de gevangenis in. Ik heb hem nooit meer teruggezien, heb hem nooit kunnen bedanken. Ik heb het boek ook voor hem geschreven, in zekere zin. Want hij zorgde voor ons en hij zorgde voor mijn moeder toen die veel zorg nodig had.”

“Misschien herkent hij zich in mijn boek. Hij was pretty bad ass, maar we hielden van hem, hij was als een vader voor ons. De vraag die als rode draad door mijn leven loopt, met al die foute mannen – Lyle, Slim, en Robert Bell die staat voor mijn echte vader – was: mocht ik wel van ze houden? Uitschot waren ze, het schuim der aarde. Mijn boek is mijn antwoord: ja, ik mocht, ik mag van ze houden. Kinderen pakken liefde waar ze die kunnen krijgen. En liefde was er, in onze jeugd. Van de meest onwaarschijnlijke kanten.”

Zijn vader is vijf jaar geleden gestorven, zegt Dalton, maar wat zou die trots zijn geweest. “Hij kon een ongelooflijke ploert zijn, maar hij hield ons altijd voor: ‘Ga niet dezelfde kant op als ik.’ Hij was niet te trots om dat te zeggen, en die les heeft hij er bij ons goed ingewreven. We zijn alle vier goed terechtgekomen.”

“Mijn zes jaar oudere broer Joel heeft ons min of meer opgevoed en ons erdoorheen gesleept. Zijn wijsheid zit in August, de broer van Eli. Hij vond dat we alles wat we hadden meegemaakt niet als excuus mochten gebruiken om als stomkoppen het verkeerde pad op te gaan. We zijn erdoorheen gekomen met hoop, liefde en ook veel humor. We hadden zo veel ellende gezien, we waren zo diep gegaan – het enige wat we konden doen was daaraan ontstijgen.”

Te ambitieus

Na het schrijven van Jongen verslindt heelal was hij een half jaar lang letterlijk ziek. Hij maakte zich zorgen wat zijn familie van het boek zou vinden. “Ik had het manuscript naar uitgevers gestuurd en hoopte eigenlijk dat ze het te wild en ambitieus en maf zouden vinden. Want dan hoefde ik niet met mijn familie te praten. Toen Harper Collins meteen toehapte, dacht ik: fuck, wat heb ik gedaan? Ik moest mijn moeder bellen. Ik zei tegen haar: ‘Het spijt me dat je geen timmerman hebt opgevoed. Want dan had ik een kast voor je gebouwd.”

Hij vroeg haar het boek te lezen met de belofte dat hij elk woord dat haar niet aanstond zou schrappen. Liever zijn moeder dan de roem van het schrijverschap. Ze las het in een marathonsessie. “She took a sicky zoals we dat noemen, ze had zich ziek gemeld op haar werk. En toen belde ze: ‘Het is prachtig’, zei ze, ‘het is veel groter dan wij, dan ons verhaal.’ Ze zag er iets veel diepers in. Toen zag ik dat zelf nog niet, maar nu wel. Het is een veel universeler verhaal dan dat van ons Daltons alleen.”

Trent Dalton Jongen Verslindt Heelal Boy Wallows Universe, vertaald door Elvira Veenings, Harpers Collins, €21,99, 496 blz.
Trent Dalton, journalist, schrijver. Beeld Lyndon Mechielsen / Harper Collins
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden