PlusInterview

Schrijver Tory Bilski: ‘IJsland is een personage op zich’

In Reizen naar de midzomerzon schrijft de Amerikaanse Tory Bilski over haar wedervaren op een paardenhouderij in het noorden van IJsland. Hoe een foto van een paard uitgroeide tot ‘IJslandofilie’.

In 1930 nam het IJslandse parlement een wet aan die ervoor zorgde dat alleen het IJslandse paard het land in mocht.Beeld Getty Images

Je verveelt je en ‘surft over het web’, zoals dat in 1999 nog heet, want Google is nieuw en het werkwoord googelen bestaat nog niet. Je klikt van de ene naar de andere link over Vikingen, een onderwerp dat je sinds jaar en dag fascineert. Om te belanden op de officiële website van het IJslandse paard. Op je scherm een donkerbruin paard op een mistige heuvel. Zo begint een droom, schrijft Tory Bilski (63) in Reizen naar de midzomerzon. Die plek: IJsland. Dat paard: een IJslands paard. ‘Ik had iets ­gevonden zonder te weten dat ik ernaar had ­gezocht.’

Haar memoires over de jaren dat ze elke zomer naar IJsland reisde om daar paard te ­rijden. heeft in het Nederlands een ondertitel gekregen: Vier vrouwen, hun vriendschap en de wilde paarden van IJsland. Die geeft het boek iets zweverigs en zalvends mee, terwijl Bilski onderkoeld verslag doet van de krabbenmand die een groep vrouwen kan zijn. Met zelfspot duidt ze haar ‘IJslandofilie’ (zoals ze het zelf noemt). Ze maakt (ook voor niet-paardenliefhebbers) haar liefde voor de IJslandse paarden met hun specifieke tölt-gang invoelbaar. En ze schetst ondertussen hoe IJsland uitgroeit tot toeristische trekpleister.

‘Door verveling begint het avontuur’, schrijft u.

“Ik voelde een bizarre verbondenheid, toen ik die foto van dat paard zag. Ik was helemaal in de ban. Ik was als kind een paardenmeisje, maar sinds mijn puberteit was dat helemaal voorbij. Maar toen ik die foto had gezien, vond ik een kleine paardenhouderij met IJslandse paarden in Berkshire en toen ik daar eenmaal in het zadel zat wist ik: dit is voorbestemd, dit is wat ik moet doen. Maar dan ook dáár, in ­IJsland.”

“Er was een groepje vrouwen in Berkshire dat was uitgenodigd op een stoeterij in Pingeyrar. Daar heb ik me tussen gewurmd – ook letterlijk, opgevouwen in een klein hoekje van het volgepropte busje. Het was niet de bedoeling dat het een jaarlijks iets zou worden. Maar daar te zijn, in dat prachtige landschap, los van onze dagelijkse zorgen, met die 24 uur zon, die paarden, dat had iets magisch. Het werd een roeping. Een obsessieve liefde.”

U probeert níet in eerdere levens te geloven, schrijft u. Maar toch…

“Ik heb geen enkele wortel in IJsland, terwijl ik van meet af het gevoel had dat ik er eerder was geweest. Dat is natuurlijk inbeelding, maar bij sommige plekken is het zo dat je je niet kunt voorstellen dat je ze ooit níét hebt gekend. Het is voor mij een heilige plek, maar een connectie is er niet. Ik heb er wel wanhopig naar gezocht. Mijn moeder heeft ooit een tussenlanding gemaakt op vliegveld Keflavik en daar twee IJslandse truien voor me gekocht; en mijn vader vloog in de Tweede Wereldoorlog in een B-17 en gebruikte IJsland om het toestel bij te tanken. Maar meer is er niet. Helaas.”

In de eerste jaren dat u er kwam, was er nog maar weinig toerisme. Maar u beschrijft hoe nu ook de paardenreizen gemeengoed zijn geworden. Doet dat pijn?

“Het heeft voor ons lange tijd gevoeld als onze ‘geheime’ plek, alsof wij het hadden ontdekt. Ik ben dit jaar niet in IJsland geweest vanwege de coronacrisis, en vorig jaar kon ik niet weg omdat toen mijn boek uitkwam. Maar ik verwacht dat er, als ik er misschien volgend jaar weer kom, nog veel meer is veranderd – zoals overal alles verandert. Reykjavik groeit enorm, veel IJslanders uit afgelegen streken trekken er naartoe. IJsland heeft nooit een trein gehad, maar ze willen nu een spoor van Keflavik naar Reykjavik aanleggen. IJsland is in mijn boek een personage op zich, met zijn eigen ontwikkeling. Het is er nog steeds prachtig. Maar op de plekken die wij voor onszelf hadden in die vroege jaren, moet je nu wel langs een parkeerplaats vol bussen.”

Over de vrouwen met wie u reist: er is een vaste kern maar de samenstelling van de groep wisselt jaarlijks en er zijn duidelijke buitenbeentjes. Met een van de vrouwen ontstaat een ronduit vijandige sfeer. Heeft u schroom gevoeld dit op te schrijven, in de wetenschap dat zij zich zal herkennen?

“Vanaf 2013 hield ik al een blog bij, Icelandia, over onze ervaringen. Daar ging het meer over de gebeurtenissen op zich, zoals de ontmoeting met onze redder in nood met de startkabels, die de IJslandse steracteur Baltasar Kormakur bleek te zijn. Maar niets van het drama daar­achter – dat wij met een lege accu werden achtergelaten, dat een vrouw gewoon wegreed, zelfs weigerde een zieke vrouw uit onze auto mee te nemen. Tja, als je besluit om een boek als dit te schrijven, moet je proberen je angst te laten varen dat mensen er boos om zullen worden. Maar het is natuurlijk míjn verhaal, geschreven vanuit míjn gezichtspunt. Een van de redenen waarom ik dit boek heb geschreven, is dat ik over gewone vrouwen wilde schrijven. We zijn vrouwen die bij elkaar zijn gekomen omdat we een passie delen, maar niemand is perfect. Ik schrijf ook over mijn eigen tekort­komingen, ik moest ook mijn eigen reacties onder de loep nemen.”

Door het onderling gekrakeel, schrijft u, is het ‘net alsof ik weer op de middelbare school zit, met al die meidengroepjes’.

“Ja, we leren onze sociale vaardigheden als we een jaar of dertien, veertien zijn. En bij tegenslag of conflict val je terug op die basisgevoelens van toen. Het is heel universeel. We haten conflicten, we doen alles om ze uit de weg te gaan – tot de boel explodeert. En dat uiten we dan niet fysiek, maar we gebruiken woorden, blikken. Of, ook een hele goeie: we negeren.”

Kunt u zich voorstellen dat ik me afvroeg: waarom zou je dan weer naar IJsland gaan? Als die en die meegaat, ontstaat er heibel, als die en die niet meegaat, is het minder leuk.

“Ik héb ook wel jaren gehad dat ik dacht: waarom doe ik dit, zeker als er ook nog weinig werd gereden. Toch was er elk jaar wel iets waardoor het toch weer heel erg de moeite waard was. Ik heb door deze reizen wel geleerd dat ik mijn verwachtingen niet te hoog moet opschroeven. Ik keek zo naar deze reizen uit, mijn enige week weg van mijn leven en mijn gezin, dat mijn verwachtingen altijd te hoog waren.”

Die ene week weg. Een vlucht uit de dagelijkse realiteit van lastige pubers, hulpbehoevende ouders. Toch wordt de vrouwen door ‘thuis’ een zeker schuldgevoel aangepraat.

“Ik had zo mijn zinnen erop gezet om naar IJsland te gaan, dat ik me voor dat soort geluiden heb afgesloten. Het was een tijd dat er zoveel stress in mijn leven was. Vrouwen nemen veel verantwoordelijkheid op zich, je hebt je gezin, de kinderen, je ouders, je werk en de mensen daar. Ik was een beetje vergeten wie ik zelf was, en het was tijd voor mij om mezelf weer op te eisen. Dat is ook wat die reizen naar IJsland voor mij betekenden. ‘Naar IJsland’ is een metafoor geworden voor mezelf terugvinden. En op een gegeven moment was iedereen er ook aan gewend. Ik was ‘die vrouw die naar IJsland gaat om paard te rijden’.”

Met de sluiting van de stoeterij in Pingeyrar in 2015 kwam een einde aan de gezamenlijke reizen. Is er nog contact?

“Met twee van de vrouwen heb ik wat meer ­contact, verder wordt er nog wat gemaild of geappt. Onze relatie verwatert naar­mate Pingeyrar verder in het verleden ligt. Maar het is een belangrijk tijdperk in mijn leven geweest. Ik droom nu de hele tijd dat ik op een paard zit, dat we willen uitrijden en dat het dan niet doorgaat. Dromen van frustratie. Ik heb een nieuwe plek gevonden in IJsland, ik zou deze zomer weer gaan rijden. Toen dat werd gecanceld, hoopte ik nog dat het in september zou kunnen. Maar door corona is IJsland nu ver weg.”

Geïsoleerd paardenras

Het IJslandse paard is een ras met een tweede wintervacht, dikke manen, een stevige romp en het vermogen om zonder beschutting te overleven. In 930 nam het Althing – het eerste IJslandse parlement – een wet aan die het verbood dat andere paarden het land in kwamen en dat elk paard dat het land verliet niet meer terug mag komen. Daardoor is het ras meer dan duizend jaar geïsoleerd gebleven.

Tory Bilski. Reisjournalist en communicatiemanager bij het Instituut voor Sociale en Politieke Wetenschappen van Yale University.Beeld Stan Godlewski
Non-fictie Tory Bilski Reizen naar de Midzomerzon Vertaald door Bonella van Beusekom, Ambo Anthos, €22,99, 333 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden