PlusInterview

Schrijver Sasha Marianna Salzmann onderzoekt Oekraïense roots en de ontheemding van Sovjetvluchtelingen

Sasha Marianna Salzmann: ‘In Rusland is de dictatuur feitelijk nooit opgehouden, maar in Oekraïne maakte de democratie opgang en dat verscherpt de tegenstellingen.’  Foto Nina Schollaardt Beeld Nina Schollaardt
Sasha Marianna Salzmann: ‘In Rusland is de dictatuur feitelijk nooit opgehouden, maar in Oekraïne maakte de democratie opgang en dat verscherpt de tegenstellingen.’ Foto Nina SchollaardtBeeld Nina Schollaardt

Wat zie je als je door Sovjetogen kijkt? In de roman Alles moet mooi zijn aan de mens volgt Sasha Marianna Salzmann vier vrouwenlevens: die van de Oekraïens-Joodse Lena en Tatjana, die in de jaren negentig met hun baby naar Duitsland vluchtten, en die van hun dochters Edi en Nina.

Marjolijn de Cocq

Op 9 oktober 2017 is het feest in de Joodse misjpooche in de stad Jena. De Oekraïens-Joodse Lena, midden jaren negentig met haar man en babydochtertje Edi naar Duitsland gevlucht, viert haar vijftigste verjaardag. Beginnend journaliste Edi rijdt met Lena’s vriendin Tatjana, die ernstig ziek is maar dat geheim wil houden, naar Jena. Tatjana’s dochter Nina, die nog in Jena woont en wordt geremd door psychische problemen, wil niets met de feestelijkheden te maken hebben.

Net als in de debuutroman Buiten mezelf grijpt de non-binaire schrijver Sasha Marianna Salzmann (37, hen/hun) in Alles moet mooi zijn aan de mens terug op een persoonlijke migratiegeschiedenis. Salzmann, met Russisch-Oekraïens-Joodse wortels, vluchtte als tienjarige met hun ouders weg uit Moskou.

Kontingentflüchtlinge’ waren ze, quotumvluchtelingen. Stonden in dat eerste boek hun familieverhaal en de fluïditeit van gender centraal, nu bevraagt Salzmann moeder-kindrelaties en de ontheemding en desillusie van Sovjetmigranten die in Duitsland nooit echt zijn geaard.

In uw boek schrijft u over de oorlog in de Donbas waar iedereen na drie jaar ‘zijn schouders over ophaalt’. We leven vijf jaar na Lena’s verjaardagsfeest – de oorlog in Oekraïne is wereldnieuws en nu weten we wél waar de Donbas ligt. Hoe ervaart u dat?

“Horror. Een nachtmerrie. Als research voor mijn boek heb ik geweldige vrouwen geïnterviewd die uit Oost-Oekraïne afkomstig zijn. Er was toen natuurlijk al een oorlog gaande, maar niemand nog had het over Oekraïne als natie, als slachtoffer van een gruwelijke misdaad. Dat is nu wel anders. Toen ik destijds aan iemand vertelde waar ik mee bezig was, kreeg ik als reactie: wie kan het schelen wat daar gebeurt? Ik dacht: míj kan het schelen. Dan schrijf ik het wel voor mezelf en die kleine groep mensen die het interesseert.”

Hoe kwam u aan deze vrouwen?

“Het zijn vriendinnen van mijn moeder! Dat was makkelijk, ze kenden mij, ze vertrouwden me, we spraken onze moedertaal met elkaar, Russisch. Het meest opmerkelijke was dat alle vrouwen met dezelfde openingszin kwamen: ik heb je niks te vertellen. En dan hadden we vervolgens een gesprek van zes of acht uur, ik heb dágen aan materiaal opgenomen.”

“In de misogyne wereld waarin zij zijn opgegroeid hebben ze geleerd dat hun verhaal er niet toe deed. Zo werken onderdrukking en dictatuur: identiteit word uitgewist. Er kwam in die gesprekken een vloedgolf aan informatie over me heen die ik niet had kunnen voorspellen, het was pijnlijk te ontdekken hoe weinig ik wist. Niets in dit boek is autobiografisch.”

Maar u had toch al uw eigen achtergrond als dochter in een gevlucht gezin?

“Mijn ouders besloten te vluchten omdat er een traditie is wie de schuld krijgt als er iets misloopt: de Joden. Iedereen in onze omgeving die kon vertrekken, deed dat. Maar mijn ouders hebben me altijd beschermd en de politieke verhalen bij me weggehouden. Ik wist wel dat er iets aan de hand was, dat er onrust was in de familie, maar ze hadden me niet verteld dat er tanks op het Rode Plein reden, dat er misschien een revolutie of een burgeroorlog zou uitbreken. Vooral die burgeroorlog, daar waren ze doodsbang voor.”

“Maar er werd later ook niet over gepraat. En ik heb er ook lang niet naar gevraagd. Toen ik de eerste versie van mijn manuscript had ingeleverd bij mijn redacteur, zei die: ‘Indrukwekkend hoe je de jaren zeventig en tachtig beschrijft. Maar ik zie de jaren negentig niet. Je bent vaag.’”

“Hoezo vaag?’ zei ik. ‘Ik weet alles, ik was erbij! Ik woonde in de Sovjet-Unie.’ Maar ze had gelijk, ik was zo bang geweest om naar die jaren negentig te kijken, dat ik alleen maar in cliché’s had geschreven.”

Vanwaar die angst?

“Omdat dit raakte aan mijzelf: ik was erbij betrokken. Wij waren thuis voor de perestrojka, mijn moeder was fan geweest van Gorbatsjov. Maar er brak chaos uit, het was een wrede, meedogenloze periode. Mensen raakten hun huizen kwijt, er was hongersnood, salarissen werden niet uitbetaald, er waren geen medicijnen. De corruptie ook, die je ziel wegvreet! In slechte tijden zijn het niet de goeden die overleven.”

“Om helder te krijgen hoe het toen was, moest ik dus ook hierover met die vrouwen in gesprek. Ik ontdekte hoe die jaren negentig met schaamte zijn overladen. Vreselijke verhalen kreeg ik te horen – althans, in mijn inmiddels dus zeer verwesterde oren. Want zelf vonden ze het allemaal niet zo bijzonder, wat zij hadden moeten doorstaan en moeten doen had voor hen geen prioriteit: alles om je kinderen een beter leven te kunnen geven.”

Maar toch leven ze met ‘fantoompijn’, zoals u schrijft, ze staan nog altijd met een been in dat verleden.

“Ik noem het de ‘homo sovieticus’. Als je zoveel jaar van je leven bent beïnvloed door een systeem, blijft dat deel van je. Ze voelen nog altijd de naschokken van die aardbeving die hun wereld ineen deed storten, het is psychologisch trauma. En nu laait dat trauma des te meer op, voor niemand van hen is de oorlog in het ‘buitenland’.”

“Zoals Stalin probeerde de Oekraïners uit te moorden, zien ze dat nu weer gebeuren. In Rusland is de dictatuur feitelijk nooit opgehouden, maar in Oekraïne maakte de democratie opgang en dat verscherpt de tegenstellingen. Je ziet het ook in het verschil tussen Russische en Oekraïense schrijvers. Bij de Russen lees je de woede van de onderdrukking, het gebrek aan zuurstof. Bij de Oekraïense schrijvers zie je hoever Europa is opgerukt.”

U hebt Oekraïense roots, maar u werd geboren in Rusland en groeide op in Moskou. Wat voor schrijver bent u zelf?

“Ik ben een Joodse schrijver. Ik heb mezelf nooit als Russisch beschouwd, we vluchtten juist weg omdat we niet-Russisch waren. Mijn grootouders en mijn overgrootouders waren Oekraïens, maar daar ging het eigenlijk nooit over, voor mij was Oekraïne gewoon een deel van de Sovjet-Unie. Het is belangrijk om te beseffen waar je vandaan komt en voor mij is dat heel specifiek de Joodse traditie. Maar Oekraïne is nu veel meer deel geworden van mijn emotionele dna.”

In uw boek is er al een bijrolletje voor de Oekraïense premier Zelenski – zij het dan nog als acteur die de rol van president speelt in een serie. Uw personage Tatjana heeft hem whisky verkocht.

“Een van die vrouwen vertelde dat, zij heeft hem echt als klant gehad in de illegale drankwinkel waar ze werkte. Toen ik de interviews deed was hij al president, ik vroeg of ze op hem zou hebben gestemd. Natuurlijk, zei ze, hij heeft geen verborgen agenda, hij doet het goed op de sociale media. We moeten allemaal kunnen geloven in de kerstman. Ik denk dat ze gelijk heeft: de Oekraïners hebben iemand nodig in wie ze kunnen geloven.”

“Ik was doodsbang toen hij werd gekozen, ik zag hem als een marionet. Maar nu draagt hij de oorlog en draagt hij de oorlog uit naar het Westen en moeten we het Oekraïense volk danken dat ze op een komiek hebben gestemd.”

“Er waart een grote kracht rond in Oekraïne, en dan doel ik niet op militaire kracht. Ik wil het niet romantiseren, maar hoe Oekraïne zich teweerstelt is nu al mythisch. Dit verhaal krijgt voor de Russen geen happy end, daarvan ben ik overtuigd. Ik wou alleen dat zo’n groot offer niet nodig was geweest.”

Sasha Marianna Salzmann (1985, Volgograd) is een non-binaire toneelschrijver, essayist, dramaturg, romanschrijver en lhbtq+-activist. Salzmann is writer in residence bij het Maxim Gorki Theater in Berlijn. Hun debuutroman Außer sich (in Nederland in 2018 verschenen bij Atlas Contact als Buiten mezelf), vertaald in zestien talen, werd in 2017 bekroond met meerdere prijzen. Alles moet mooi zijn aan de mens is recent bekroond met de Preis der Literaturhäuser en de Hermann Hesse Literaturpreis.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden