PlusInterview

Schrijver Sasa Stanisic: ‘Ik voel me een indirecte profiteur’

Sasa Stanisic onderzoekt en bevraagt in de roman Herkomst zijn eigen achtergronden. Met een hoofdrol voor zijn dementerende grootmoeder en bijrollen voor slangen, draken en een Bosnisch dorpje.

1992: een Bosnische familie ontvlucht Mostar in Bosnië en Herzegovina.  Beeld Sygma via Getty Images
1992: een Bosnische familie ontvlucht Mostar in Bosnië en Herzegovina.Beeld Sygma via Getty Images

Het is genoemd naar het Servo-Kroatische woord voor peerlijsterbes, het Oskorusa waar zijn grootouders van vaderszijde vandaan kwamen. Een dorpje onaangeraakt door het moderne leven; een dorpje ook dat binnenkort niet meer zal bestaan, zoals Sasa Stanisic schrijft in zijn roman Herkomst, ‘in de Bosnische bergen, in het uiterste oosten van het eeuwig tragische land’. In de kroon van de lijsterbes huist er de poskok, de gehoornde slang. Sint Joris de drakendoder wordt er vereerd, alom zijn drakenmotieven.

Stanisic beschrijft de bezoeken die hij bracht aan deze stilstaande wereld, zo’n groot contrast met zijn migratieverhaal – de echte bezoeken, maar ook de fictieve, waarin op boom­draken en grotdraken wordt gejaagd. Want niets is wat het lijkt bij een schrijver die een paar keer opnieuw begint, een paar eindes vindt en de lezer uiteindelijk in een ontsporend slotdeel zelf de afloop laat bepalen. ‘Ik ken mezelf immers,’ schrijft hij. ‘Zonder af te dwalen zouden mijn verhalen mijn verhalen helemaal niet zijn. Afdwalen is mijn manier van schrijven. My own adventure.’

Sinds zijn veertiende woont Stanisic in Duitsland, zijn familie in diaspora geraakt door de oorlog in Joegoslavië. Het land waarin hij is geboren bestaat niet meer, de rood-wit gestreepte sjaal van ‘zijn’ voetbalteam Rode Ster Belgrado, die hij na de zege op Dynamo Dresden in 1991 niet meer had willen wassen, is zoekgeraakt.

Hij groeit op te midden van een heterogene vriendengroep in een migrantenwijk van Heidelberg. Duits is zijn taal, aanpassing zijn mantra en hij verzet zich tegen het ‘fantasma’ van nationale identiteit. Tot hij, die vrijwel nooit ergens is waar familie is, zich mede door het dementeren van zijn grootmoeder van vaderskant, genoodzaakt voelt zijn eigen herkomst te bevragen en verdwijnende herinneringen te vangen.

Uw grootmoeder Kristina is inmiddels gestorven, u beschrijft uw band met haar en de laatste jaren van haar leven – ik voelde een grote urgentie bij het lezen. Klopt dat?

“Ja. Haar toenemende geheugenverlies, de manier waarop eigen herinneringen plaatsmaakten voor ingebeelde herinneringen en wilde verhalen, spoorden me aan tot schrijven. Maar ook mijn grote drang om nu eindelijk de geschiedenis van mijn vlucht en aankomst in Duitsland te vertellen; mijn éigen herinneringen te boekstaven. Ik was al materiaal aan het verzamelen over de complexiteit van begrippen als ‘Heimat’ en ‘identiteit’, van schoolboeken over woordenschat tot poëzie. Ik was er al heel erg mee bezig; en met de dood van mijn grootmoeder in 2018 werd het acuut.”

Uit uw gedetailleerde jeugdherinneringen en de ‘opsomming van dingen die ik had’ – van hamster Indiana Jones tot een ‘ondenkbare’ oorlog – spreekt een grote melancholie. Ervaart u die zo?

“Die melancholie is dan eigenlijk de ervaring van de lezer. Een gevoel dat ik weliswaar een beetje kan sturen, maar niet ten volle kan bepalen. Zeker zijn er momenten in mijn verleden die ik nu met een zekere tederheid bezie. Voorwerpen en mensen uit een vervlogen tijd – mijn kinderjaren – die, omdat ze mooie herinneringen oproepen ook een toevluchtsoord vormen, waaraan ik verhelderende gedachten kan verbinden. Ik vind het fijn om te horen dat de beelden die ik in taal schilder, zulke gevoelens oproepen – maar dat hoeven niet per se de gevoelens te zijn die ik er zelf bij heb. Dat is het mooie aan het geven en nemen dat inherent is aan literaire teksten.”

De oorlog echoot na in uw roman. Is dat door een zeker schuldgevoel ingegeven? Zoals u schrijft: zij die bleven, hebben het veel zwaarder gehad.

“Ik voel me schuldig, dat is een bekend fenomeen, wanneer ik daar ter plaatse ben in Bosnië. Wanneer ik daar kom als iemand die nu al zo lang in het Westen leeft, die carrière heeft gemaakt, privileges geniet die verre van vanzelfsprekend zijn voor iemand die niet geboren is in het land waar hij nu woont. Ik voel me een indirecte profiteur van mijn vlucht, daar waar zoveel mensen hun leven hebben verloren of vast zijn blijven zitten, waar de werkloosheid schrikbarend is, de levensomstandigheden ellendig zijn en de corruptie alomtegenwoordig is.”

“Niemand daar maakt mij verwijten, ik doe het mezelf aan. En ja, de boeken die ik schrijf zijn misschien in zekere mate ook daarom emotionele verkenningen van het thema. Al is de belangrijkste overweging toch steeds meer het besef dat aan de hand van mijn leven, van die oorlog en het nationalisme, literaire verhalen te bouwen zijn die uitstijgen boven het ‘ik’. En die parallellen trekken met het nu, de opmars van het rechts-extremistische gedachtegoed, migratievraagstukken en hoe we die op humane wijze kunnen oplossen. Dat ‘ik’ is dan maar een voorbeeld, een klein stipjes in de complexe geschiedenis van ons continent.”

Als een waarschuwing ook: pas op wat er nu gebeurt? Of als protest?

“Ik weet heel zeker dat mensen als Horst Seehofer (die de migratiepolitiek van Angela Merkel aanvocht, red.) en Geert Wilders mijn boek niet zullen lezen. De afkeer tegen dat ‘andere menselijk leven’, of het nou gaat om herkomst of religie, zit te diep verankerd in de rechtse en rechts-extremistische politiek. En ik denk dat positieve voorbeelden van integratie, zoals het verhaal over mijn jeugd in Heidelberg, ook niet aankomen bij mensen die toch geen enkele bereidheid tonen tot een constructief gesprek – wat het lezen van een boek ook kan zijn.”

“Dus nee, geen waarschuwing, geen protest. Literatuur is niet bedoeld als politieke hand­leiding, al is mij wel duidelijk geworden dat literatuur inherent politiek is. Literatuur moet en kan informeren – in mijn geval door inzichten te geven in de lotgevallen van een vluchteling, het ineenstorten van een staat, de bevraging van herkomst.”

Kan ik stellen dat de hoofdstukken over uw grootmoeder Kristina het hart vormen van uw roman? De manier waarop zij wegzakt in haar dementie is droevig, maar levert ook hartverwarmende en zelfs hilarische scènes op. Heeft u een monument voor haar willen neerzetten?

“Absoluut. Ze is een pijler in mijn leven geweest zoals ze als personage de pijler is van mijn roman. Een sterke vrouw, die omdat ze vrouw was in dat land, Joegoslavië, en onder die omstandigheden – opgroeiend in een dorp in een tijd dat vrouwen veel beperkingen werd opgelegd – zeker niet het leven heeft kunnen leiden dat ze zich had gewenst.”

De taal, zo stelt u, is uw schatkist – u weet al te goed hoe het is om géén woorden in een taal te hebben, zoals toen u net in Duitsland aankwam. U schrijft meanderend en associatief. Wanneer besefte u hoe vrij u kunt schrijven, zo vrij zelfs als het laatste deel van uw boek, waarin de lezer in uw huid moet kruipen en zijn ‘eigen avontuur’ moet creëren, zoals u maant: ‘jij bent ik’.

“Wat en hoe ik schrijf hangt nauw samen met wat ik zelf graag lees: de teksten waarvan ik geniet, proberen de lezer op het gebied van taal meer te bieden dan alleen het sec weergeven van handelingen en gebeurtenissen. Die vinden plaats binnen de taal zelf; in hoe het verhaal wordt verteld; hoe de personages praten; hoe de verteller wordt ingebouwd; hoe met taal als bouwstof iets nieuws en spannends wordt gecreëerd. Ook speel ik graag met de structuur: onverwachte vormen, een vermenging van genres, een hink-stap-sprong door de chronologie, ongewone vertellers. Literatuur vermag zo waanzinnig veel – als je het maar toelaat.”

Sasa Stanisic, Herkomst, vertaald door Annemarie Vlaming, Ambo Anthos, €24,99, 368 blz. Beeld
Sasa Stanisic, Herkomst, vertaald door Annemarie Vlaming, Ambo Anthos, €24,99, 368 blz.

Gevlucht uit Visegrád

Sasa Stanisic (1978, Visegrád) vluchtte tijdens de oorlog die het voormalige Joegoslavië uiteensloeg, op zijn veertiende met zijn moeder naar Duitsland. Met Herkomst won hij in 2019 de Deutscher Buchpreis. Eerder verschenen van zijn hand Hoe de soldaat de grammofoon repareert en Nacht voor het feest. Hij geldt als een van de grote talenten uit de hedendaagse Duitse literatuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden