Plus Interview

Schrijver Sanneke van Hassel: ‘Een geslaagd personage is een schitterend bouwwerk’

In de verhalenbundel Nederzettingen laat Sanneke van Hassel zien hoe heel veel verschillende werelden zich vlak naast elkaar afspelen. ‘Meteen voor mijn eigen deur is al zoveel aan de hand.’

Sanneke van Hassel: ‘Een geslaagd personage is gewoon een schitterend bouwwerk.’ Beeld Chantal Ariëns

Een Arabisch spreekwoord is de prelude op de verhalen van de Rotterdamse schrijver Sanneke van Hassel (48), die nu zijn gebundeld ­onder de titel Nederzettingen: ‘Goedemorgen buurman, jij in jouw huis, ik in het mijne.’

“Dat vind ik zo mooi. Mensen maken wel een bewe­ging naar elkaar toe, ze groeten elkaar, maar ze leven in totaal verschillende werelden. Die van ‘jij’ en die van ‘ik’. Ik ben gefascineerd door het besef dat wel allemaal in burchtjes ­wonen, in ons eigen coconnetje – en dan heel dicht op elkaar, iets wat nog sterker is in de grote stad. In het eerste verhaal In onze straat zie je al hoe heel veel verschillende werelden zich heel dicht naast elkaar afspelen.”

Een jongen op een scooter komt ten val als hij is geraakt door de bal van twee overtrappende jongetjes. “Eén jongetje is Afrikaans – vermoedt de hoofdpersoon. Het andere komt uit voor­malig Joegoslavië. De jongen op de scooter is waarschijnlijk Marokkaans. De buren van wie ze dacht dat het Antillianen waren, zijn Surinaams. En in mijn straat heb je ook nog eens oude Rotterdammers en studenten – en een drugspand, een wereld op zich. Meteen voor mijn eigen deur is al zoveel aan de hand. Toch ben ik ervan overtuigd dat mensen overal doorgaans hetzelfde willen: bestaanszekerheid, dat het goed gaat met de kinderen, goede relaties. Dat zit in alle culturen.”

In dat eerste verhaal bevraagt de hoofdpersoon – ‘een goedbedoelende schrijver van 47’ – zich over haar aannames. Over de scooterrijder: ‘Een Marokkaan, dacht ik. Nu ik dit opschrijf denk ik: een Marokkaanse Nederlander, geen Marokkaan. En vervolgens dat ik eigenlijk zou moeten zeggen: een Nederlander, want zover zijn we inmiddels wel.’

“De hoofdpersoon is schrijver, en het leek me interessant haar te laten reflecteren op wat er in haar hoofd gebeurt. Je denkt dingen te weten, maar wat weet je nou eigenlijk van de mensen die om je heen leven?”

U schreef de verhalen in de loop van zeven jaar. Hoe ontdekte u de verbindende factor tussen onder meer een zwerver, een Kaap­verdiaanse buschauffeur en een stervende Rotterdammer die zijn huis uit wordt getakeld?

“Die verbindende factor is heel elementair: mensen vestigen zich ergens. Soms tijdelijk, zoals de zwerver met zijn doos onder de boom. Maar toch is die doos dan zíjn plek. De gehechtheid van mensen aan plekken vind ik zo’n mooi gegeven. En ook het tijdelijke.”

“‘Nederzetten’ heeft ook een fysiek aspect.” Ze wijst op de ruimte voor Rotterdam Centraal. “Hier waar nu dat plein is, zijn sporen van een vroeg houtskoolvuur ontdekt. In de pre­historie waren mensen hier al hun plek aan het maken.”

Hoe komt u aan uw materiaal?

“Ik moet naar buiten. Je hebt schrijvers die in hun eigen hoofd kunnen wonen, maar dat geldt niet voor mij. Ik ben al afgeleid als ik voor de deur een ruzie hoor over waar een auto mag staan. Het eerste verhaal is heel geconstrueerd, maar ik houd er ook van associatief te werk te gaan. Zoals in het verhaal over die oude Rotterdammer die voelt dat hij nooit meer terugkomt en zijn buren de revue laat passeren. Dat is veel schilderkunstiger en subjectiever. Dat mag ook, als ik het me toesta.”

U schrijft, aarzelend, ook over uw kinderen.

“Ik schrijf graag over het alledaagse leven, met kinderen of zonder kinderen. Met kinderen heb ik zelf ervaring, maar eigenlijk doet dat er niet toe. In tachtig procent van de Nederlandse literatuur staat de verteller op dit moment dicht bij de schrijver. Ik kom uit de tijd dat het meer om de vorm ging en minder om het persoonlijke verhaal achter het werk. Ik vind dat eerste toch gewaagder. Het gaat er niet om of je zelf iets hebt meegemaakt: een geslaagd personage is gewoon een schitterend bouwwerk.”

In de verhalen klinkt ook ontheemdheid door in deze prestatiemaatschappij.

“Je moet jezelf pitchen, verkopen, jezelf op­blazen. Zo is iedereen tegenwoordig een ‘sterke vrouw’. Heel vermoeiend. Wat is er mis met iemand die bescheiden is en goed kan luisteren? Van mening veranderen, fouten maken, dat je het gewoon even niet weet – dat is wat ons menselijk maakt.”

Sanneke van Hassel, Nederzettingen, De Bezige Bij, €20,99, 190 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden