PlusExclusief

Schrijver Raoul de Jong: ‘Om mijn opa over gevoelens te laten spreken, moest ik hem de juiste vragen stellen’

Van schrijver Raoul de Jong (1984) verschijnt deze week het boekje Gesprekken met opa. Een interview aan de hand van trefwoorden. Over de levenslessen van een 91-jarige, de waarzegger die De Jong zijn grote liefde voorspelde en de sufheid van het Boekenbal.

Stefan Raatgever
Raoul de Jong: 'Ik vond het niet erg om van Ronnie Flex te verliezen bij de verkiezing van beste geklede man. Al was ik het niet per se eens met de keuze van de stemmers.' Beeld Harmen de Jong/Met dank aan SS Rotterdam
Raoul de Jong: 'Ik vond het niet erg om van Ronnie Flex te verliezen bij de verkiezing van beste geklede man. Al was ik het niet per se eens met de keuze van de stemmers.'Beeld Harmen de Jong/Met dank aan SS Rotterdam

Rotterdam

“Ik ben er geboren, heb er nog een huisje, maar ben er niet heel veel meer. Vaker ben ik bij mijn vriend in Parijs. Of bij mijn moeder in Marseille. Toch had ik niet verwacht dat ik 38 jaar na mijn geboorte nog steeds in Rotterdam zou wonen. Ik dacht altijd dat ik zou verhuizen naar een grootse en meeslepende, internationale stad. New York bijvoorbeeld. Maar mijn vrienden en familie wonen in Rotterdam. Ik mis hen als ik weg ben en kom graag thuis. Het is de plek waar ik begrijp wie ik ben, wat mijn vragen over het leven zijn. Vervolgens vertrek ik om antwoorden op die vragen te zoeken.”

Dwergpincher

“Puck! Onze hond. Hij kwam bij mij en mijn moeder toen ik negen was en stierf achttien jaar later in mijn armen. We hebben hem bij mijn tante in de tuin begraven. Mijn moeder kwam voor de afscheidsdienst terug uit Frankrijk. Ik deed mijn mooiste pak aan en hield een toespraak. Daarin beloofde ik Puck in mijn eentje te blijven doen wat we altijd samen deden. We reisden veel bijvoorbeeld. Soms met mijn vriend erbij, soms met z’n tweeën. Zo zijn we in Parijs, Napels, Milaan en Rome geweest. Niet lang na Pucks dood hoorde ik in een droom een zinnetje: ‘Jij moet deze zomer naar Marseille gaan lopen.’ Een week later heb ik de deur in Rotterdam achter me dicht getrokken en ben vertrokken, met Puck in gedachten. Mijn boek De grootsheid van het al gaat over die reis.”

Opa

“Mijn opa en ik voerden altijd gesprekken over de zin van het leven. Omdat ik alleen met mijn moeder opgroeide – mijn vader leerde ik pas op mijn 28ste kennen – was mijn opa een soort vaderfiguur voor me.”

“Hij was in bijna alles het tegenovergestelde van mij. Ik speelde als jongetje met barbies, hij legde graag uit hoe auto’s werken. Rechtlijnig en ouderwets vond ik hem soms. Zijn visie op de werkelijkheid was dat cijfers en berekeningen belangrijker waren dan menselijkheid. Ik probeerde hem van het tegendeel te overtuigen.”

“Maar we genoten wel van onze discussies. Twee jaar geleden bedacht ik: heel veel Nederlanders hebben een opa of een vader zoals hij. Een typische vertegenwoordiger van een generatie, die er binnenkort niet meer zal zijn. Het was nu of nooit om zijn verhalen op te tekenen. Hij was toen 91 en zat, zeer tegen zijn zin, in een verzorgingstehuis. Anderhalf jaar nadat ik onze gesprekken begon op te schrijven, is hij overleden. De columns die ik over hem maakte voor NRC zijn nu een boekje geworden.”

Warmtewisselaars

“Oh, ja! Daar kon mijn opa heel gepassioneerd over vertellen. Ik weet zelf eerlijk gezegd niet meer wat het zijn. Hij gebruikte ze bij zijn werk voor een oliemaatschappij. Op zijn 91ste werd hij nog steeds warm van onderwerpen als havens en snelwegen.”

“Om hem over gevoelens te laten spreken, moest ik hem de juiste vragen stellen. Als belangrijkste levensles hield hij aanvankelijk vast aan wat hij van zijn ouders had geleerd: zoek een baan en werk hard. Anders ben je een nietsnut.”

“Ik vermoedde dat hij het diep van binnen niet met zichzelf eens was. Later vroeg ik hem: ‘Denk je nog weleens aan al die dagen waarop je hebt gewerkt?’ Nee, nauwelijks, was het antwoord. Hij dacht aan het einde van zijn leven aan de fietstochtjes met zijn vrouw, aan de vakanties met het gezin, aan de avonturen met zijn jeugdvriend. De les bleek anders: doe leuke dingen met de mensen van wie je houdt en maak zoveel mogelijk mooie herinneringen.”

Waarzegger

“Oh, het verhaal hoe ik mijn vriend heb ontmoet? Op mijn 21ste vertrok ik met niet meer dan 50 dollar naar New York. Ik probeerde er een baantje te vinden. Lukte niet. Ik mailde iedereen in Nederland: kennen jullie iemand die me hier kan helpen? Ik werd gekoppeld aan twee literair agenten, een koppel dat een logeerkamer overhad. Als tegenprestatie verzorgde ik overdag hun Yorkshireterriër.”

“Ze wilden me ook helpen met het boek dat ik in mijn hoofd had. Daarom stuurden ze me naar een cliënt van hen, een celebritywaarzegger. Ik wilde hem vragen welke kant ik op moest met mijn boek, maar hij was heel stellig: ‘Jij hebt geen carrière nodig, maar liefde.’ Hij vond dat ik het universum moest laten weten dat ik daar klaar voor was. In de weken daarna ging ik veel uit en bleef soms bij jongens slapen. Leidde nergens toe. Maar op oudejaarsavond 2005 ontmoette ik een knappe Italiaanse kunstrestaurateur, Gianluca. We zijn al bijna zeventien jaar samen. Ik wil niet alle credits aan een waarzegger geven, maar het is wel toevallig.”

Jaguarman

“Ik ben net terug uit Suriname. Ik heb er interviews gegeven en op een middelbare school gesproken over mijn boek over de Surinaamse geschiedenis en Surinaamse helden. Zeven jaar geleden was ik er voor het eerst, toen om onderzoek te doen naar de vloek die op mijn familie zou rusten. Mijn vader had het me afgeraden. Een van mijn voorvaderen was een wintipriester. Die geschiedenis kon ik beter met rust laten, vond hij. Maar ik ging toch.”

“Het was geen makkelijke zoektocht, ik kende niemand en wist amper waar ik moest beginnen, maar het was het waard. Jaguarman is nu twee jaar uit en het is overweldigend hoe goed de reacties zijn.”

“Maar nu ik weer in Suriname was, was alles anders. Wat ik heb gedaan, bleek te zijn aangekomen. Net als zeven jaar terug werd er op straat naar me getoeterd. Toen werd er steeds geroepen dat ik mijn haar moest kammen. Maar nu wilde de automobilist me welkom heten en bedanken voor wat ik in Nederland voor Suriname doe. Het maakte me trots.”

Anton de Kom

“Zijn boek, Wij slaven van Suriname, is een grote inspiratie geweest achter Jaguarman. Nu ben ik, samen met Philip Delmaar, bezig met een filmscript over zijn leven. In 2025 moet de speelfilm te zien zijn. Het werk voelt als een enorme eer, maar is ook een beetje griezelig: ik heb nog nooit een filmscript geschreven. Daarbij heeft De Kom werkelijk bestaan. Zou hij het er wel mee eens zijn dat ik zijn levensverhaal vertel?”

“Belangrijk vind ik het gevoel waarmee je straks de bioscoop verlaat. Ik wil laten zien dat zijn strijd zin heeft gehad. Dat hij op de lange termijn heeft gewonnen. Ik hoop dat zijn verhaal anderen inspireert.”

“Ook moet er vrolijkheid in de film. Natuurlijk, zijn leven is zwaar geweest. Hij stierf uiteindelijk in een Duits concentratiekamp. Op de portretfoto die meestal van hem wordt gebruikt, kijkt hij streng en serieus. Maar hij had een zacht hart, genoot ook van het leven. Daarom laat ik hem in het script ook dansen. Hij was een goede danser, hebben we ontdekt.”

Best geklede man van Nederland

“Ik was in 2015 genomineerd voor die prijs. Dat was niet echt een verrassing, hoor. Als je wordt geïnterviewd door het organiserende tijdschrift sta je bijna automatisch in dat rijtje. Hoewel ik mijn jaren zestig-kostuums uiteraard prachtig vind, betekent het niet dat ik daadwerkelijk een van de best geklede mannen van Nederland ben. Ik was niet teleurgesteld dat ik niet won. Mijn zestienjarige zelf had zo’n prijs heel leuk gevonden, maar ik vond het bijna twintig jaar later niet erg om van Ronnie Flex te verliezen. Al was ik het niet per se eens met de keuze van de stemmers.”

Marseille

“Mijn tweede thuis, een soort Rotterdam, maar dan nog niet ontdaan van zijn rauwe randjes. Mijn moeder woont er al zeventien jaar. Ik logeer er altijd bij een vriendin van haar, een 82-jarige vrouw met roze haar. Ze bewoont een soort stadspaleis en verhuurt kamers. Haar zoon was de grootste tv-ster van het land, Jean-Luc Delarue, de Matthijs van Nieuwkerk van Frankrijk. Hij is overleden aan maagkanker, maar ging tegelijk bijna ten onder aan zijn zucht naar cocaïne. Zijn moeder waarschuwt me nu altijd: ‘Raoul, zorg dat je je niet verliest in het spel van roem en aandacht. Dat is maar schijn.’ Ze is ondanks alles een optimistisch mens, dat me aanmoedigt zoveel mogelijk leuke dingen te doen. In haar verhaal moet ook een boek zitten.”

Boekenbal

“Ik ga, ja. Mijn eerste keer was in 2006, ik was net samen met Gianluca. Ik bekeek het feestje door zijn ogen en vond het een beetje suf. Hij was totaal niet onder de indruk van al die schrijvers, herkende er sowieso niet één. Maar inmiddels vind ik het leuk om te gaan. Juist omdat je er veel andere schrijver kunt spreken en ervaringen kunt uitwisselen. Ik ben deel van een groepje waarmee het altijd gezellig is. Hanna Bervoets, Alma Mathijsen, Maurits de Bruijn, Johan Fretz, Karin Amatmoekrim, Sanneke van Hassel en Chris Polanen haken vaak aan. Met hen kan ik dansen, veel drinken en wilde dingen doen. Ik heb er zin in.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden