PlusOnverdoofd

Schrijver Ralf Mohren: ‘Ik weet dat ik één ding goed doe: ik drink niet’

Schrijver en leraar Nederlands Ralf Mohren (1970) stopte vijftien jaar geleden met drinken. Een basisrecept voor geluk is de geheelonthouding voor hem niet, zo zijn er angsten die opspelen. Gelukkig is er citalopram, al vindt hij dat ook een beetje valsspelen.

Ralf Mohren: ‘Ik heb mijn vrouw jaren tekortgedaan. Ook toen ik stopte met drinken, want toen ging het over mijn stoppen en wéér niet over haar.’ Beeld Marc Driessen
Ralf Mohren: ‘Ik heb mijn vrouw jaren tekortgedaan. Ook toen ik stopte met drinken, want toen ging het over mijn stoppen en wéér niet over haar.’Beeld Marc Driessen

Al jaren wil ik met Ralf Mohren over onverdoofd leven praten en al jaren schuif ik het voor me uit. We zijn van dezelfde leeftijd, zijn allebei vader van twee kinderen, we woonden allebei in Alphen aan den Rijn (dat doet er verder niet echt toe) en hebben allebei zoals dat heet een ‘drankverleden’. Ik was bang dat het zou zijn alsof ik in de spiegel zou kijken als hij tegenover me zou zitten, ik vreesde een te hoge mate van herkenning.

Zowel hij als ik zijn met drinken gestopt: hij vijftien jaar geleden, ik acht. Over het afkicken schreef hij het boek Tonic en ik Hallo muur en we maakten allebei ook nog een vervolg, in zijn geval de onlangs verschenen autobiografische roman Droogte. Op 1 mei dronk Mohren precies 15 jaar niet meer, een feestje dat hij op Instagram vierde middels een foto van een nuchterheidpenning van de AA. Die penning was niet van hem, maar vond hij door te googelen. Zelf zat hij alleen de eerste vijf jaar van geheelonthouding bij de zelfhulpgroep. “Ik was trots toen ik de mijlpaal had bereikt,” zegt hij, “maar had ook moeite om dat gevoel toe te laten, omdat ik ook nog steeds de schade voel die is aangericht. Mijn relatie heeft flinke deuken opgelopen en ik heb mensen pijn gedaan. Ik merkte dat ik terug­kijkend nog zo verbaasd ben dat ik het allemaal heb volgehouden. Op zondag dronk ik de kater van zaterdag weg en dan stond ik toch gewoon op maandag vroeg op om les te geven. Ik nam ­kilo’s Fisherman’s Friend mee om een eventuele dranklucht te maskeren. Conflicten ging ik uit de weg en ik maakte me bijna onzichtbaar in de uren dat ik nog aan het herstellen was.”

Onverdoofd

Paroolcolumnist Erik Jan Harmens (1970) stopte acht jaar geleden met drinken en schreef daar onder meer de autobiografische roman Hallo muur over. Hij leeft niet langer in het donker, maar het licht is ­eigenlijk té licht en het verlangen naar bedwelming nooit helemaal weg. In gesprekken met veel­gebruikers en gematigden, te lezen in de krant en te beluisteren als podcast, zoekt hij ­antwoord op de vraag: Is het mogelijk om onverdoofd te leven?

Zolder

Herkenning, herkenning. Toen ík nog dronk, werkte ik als lid van de directie op een com­municatiebureau. Ik had een auto van de zaak en een titel op mijn kaartje, maar wat koop je daarvoor als je op maandagochtend wankelend voor de voordeur van je kantoor staat? Net als Mohren hield ik me tot lunchtijd gedeisd, dan was de brakheid meestal wel tot aanvaardbare proporties afgenomen. Net als bij Mohren geldt dat er ook periodes zijn geweest waarin het allemaal wat beter ging en ik mijn aanvechtingen beter onder controle leek te hebben, maar daar staan duistere periodes tegenover waarin ik hard door de ondergrens zakte.

Mohren zegt: “Na het weekend deed ik een paar dagen rustig aan, maar niet drinken begon me steeds meer moeite te kosten. Ik vond het steeds ondraaglijker om na de roes terug te ­keren naar de echte wereld.” In die echte wereld komen de schaamte en het schuldgevoel over het drinken omhoog en dat gevoel drink je dan weer weg, waardoor een vicieuze cirkel ­ontstaat. “Helemaal aan het einde van de tijd dat ik dronk, zat ik letterlijk aan de grond, in die zin dat ik op zolder op een matrasje op de vloer sliep. Mijn vrouw was vertrokken, ik had prima alleen in ons gezamenlijke bed kunnen gaan ­liggen, maar dat voelde niet goed.” Uiteindelijk kwam ze terug, al is de relatie zoals Mohren het zegt ‘niet meer zoals we het van tevoren bedacht hadden. We geven elkaar nu veel ruimte.’

Terugblikkend zegt Mohren: “Ik heb haar niet zien staan en heb haar jarenlang tekortgedaan. Toen ik stopte, zag ik haar ook niet, want toen ging het over mijn stoppen en wéér niet over haar. We zijn gesprekken gaan voeren met een therapeut, maar die ging ik in eerste instantie in met als doel: redden wat er te redden valt. In plaats van echt open zijn over wat er heeft gespeeld. Een tijd heb ik gedacht: ik heb voor jou de drank opgegeven, hoezo is het dan nu nóg niet goed? Pas heel laat kwam de vraag: waar was jij eigenlijk in dit hele verhaal? Dat dat kwartje bij mij zo laat is gevallen, dat is pijnlijk.”

Hyperventileren

Tegenover de pijn staat de opluchting om geen dubbelleven meer te leiden, nog slechts één ­leven. Er is geen groot geheim meer en er wordt niets meer weggedronken. Happy-de-peppy als omschrijving van de huidige gemoedstoestand is dan weer wat overdreven, want Mohren beschouwt stoppen met drinken niet als een basisrecept voor een gelukkig leven. Zo zijn er angsten die steeds heviger begonnen op te spelen en waar hij nu een manier voor probeert te vinden om mee om te gaan. “Rijden over de snelweg ging niet meer. Ik begon te hyperventileren, kreeg het zweet in mijn handen. Ik raak in ­paniek, dacht ik, waardoor ik in paniek raakte. Ik reed langs een rij vrachtwagens en dacht: ik moet hier nú weg.”

Sinds een aantal jaren slikt hij citalopram: een antidepressivum dat ook angsten remt. Het geeft geen onmiddellijk effect, maar bouwt een spiegel op, waardoor de scherpe randjes van de angst af gaan. “In de periode nadat ik was gestopt met drinken en voordat ik citalopram ging gebruiken, zou ik nooit in een bus zijn gestapt voor een uitwedstrijd van PSV. Nu doe ik dat wel. Toen ik het twee weken slikte, ging ik naar de Effenaar, zeg maar het Paradiso van Eindhoven, voor een concert. Rond middernacht fietste ik terug en ineens realiseerde ik me dat ik niet meer dacht dat achter elke boom iemand kon staan die me van fiets af zou willen trekken. Dat was toch wel echt goed om te voelen. Het liefst zou ik zonder pillen of wat dan ook leven, maar ik ben ook geneigd te denken dat ik met mijn hoofd gewoon een beetje hulp nodig heb.”

Nadelen

Weer die herkenning, want ook ik blijf in al mijn nuchterheid behoefte houden aan een kleine roes. Ik sprak hier al eens over met cabaretière Martine Sandifort, die goede ervaringen had met lithium, waarna ik heb overwogen dat ook eens te gaan proberen. Daarna lag een vaporizer met pure wiet wekenlang ongebruikt op mijn bureau en heb ik die toch maar weer ingeruild. Nu hoor ik van Mohren over een pilletje dat de boel allemaal net even wat draaglijker maakt. Ik word er niet alleen jaloers van, ik krijg ook trek. Gelukkig zijn er nadelen aan het gebruik: je libido kan achteruitgaan, er kan gewichtstoename ontstaan en een suffig gevoel is mogelijk. Dat liep bij Mohren in het begin zelfs wat uit de hand: “Ik raakte volkomen gedrogeerd. Op zich fijn, maar mensen die mij goed kennen, keken in mijn ogen en zeiden bezorgd: wat heb jij nou genomen? Toen hebben we de dosis wat verlaagd en nu gaat het beter.”

Kinderen

Mohren was nog geen vader toen hij dronk, zijn jongens zijn nu 9 en 12 jaar oud. Dat ze er überhaupt zijn, beschouwt hij als een gevolg van het maken van de keuze om te stoppen. “Als ik nog had gedronken, had ik sowieso geen vrouw ­gehad, maar het zou ook steeds verder berg­afwaarts met mij zijn gegaan. Ik weet niet of ik er nog zou zijn geweest. Ik sprak een man die zei: als je zo doorgaat, kom je of in het gekkenhuis, of in de gevangenis, of je belandt onder de grond. Het was tijd, er was geen ruimte meer voor een andere keuze. Er zijn veel dingen waar ik over twijfel en tal van zaken die ik niet goed doe, maar één ding doe ik wel goed en dat weet ik ook zeker: ik drink niet.”

De dag na ons gesprek neemt Mohren zijn jongens mee naar een huisje in Wijk aan Zee. Met de auto gaan ze en hij rijdt, wat vanuit Eindhoven betekent dat er op de snelweg gereden gaat worden. “Ik heb veel meer geduld met ze dan ik had kunnen hebben als ik nog gedronken had,” zegt hij. “Ik ben ook veel opener naar ze dan ik had kunnen zijn. Ik zíe ze. Er is ook geen dubbele agenda, bijvoorbeeld dat we naar het bos gaan, maar dat ik eigenlijk naar de boshut wil, omdat ze daar Duvel schenken. Nu ga ik naar het bos voor het bos en omdat ik met de jongens ben. Ik ben overal bij. Als mijn jongens in Wijk aan Zee een spelletje willen doen en ze roepen dat ik me moet verstoppen, dan ga ik me verstoppen. Vervolgens gaan ze me zoeken, en vinden ze me.”

‘Droogte – Vijftien jaar zonder alcohol: leren leven in het volle licht’ van Ralf Mohren is verschenen bij uitgeverij Meulenhoff

Dit is aflevering 7 in de serie Onverdoofd. Eerdere afleveringen, met onder anderen Imanuelle Grives en Henk van Straten, zijn hier terug te lezen. Reageren? onverdoofd@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden