PlusInterview

Schrijver Philippe Besson: ‘Homofoben moeten inzien welk leed er is’

In Lieg met mij schrijft Philippe Besson (53) over de verliefdheid in zijn jeugd op medeleerling Thomas Andrieu. Deze zou in de kast blijven tot enkele jaren voor zijn dood. ‘Ik wil hem een stem geven. En zichtbaarheid.’

Philippe Besson heeft tot zijn eigen verbazing met zijn nieuwe boek een bestseller te pakken.Beeld AFP

 Het was een liefde die tot kortstondigheid gedoemd was, daar in het kleine dorpje in de Charente. Thomas Andrieu voorvoelde dat voor zijn vriend ­Philippe Besson een ander, grootser leven was weggelegd dan dat op het platteland, waar hij zou achterblijven. Het was 1984, 17 jaar oud waren ze, eindexamenleerlingen van het Lycée. Hun ­passie zou verborgen blijven. Tot het bericht van de zelfmoord van Andrieu, in 2016. Toen kon Besson, de jongen die zou gaan studeren en reizen en romanschrijver werd, niet anders dan het verhaal optekenen van de liefde die hem heeft ­gevormd. Van Thomas’ zoon ­ontving hij de ultieme liefdesbrief, die nooit werd ­verzonden.

Was het niet pijnlijk dit boek te schrijven, in de wetenschap dat Thomas zijn liefde voor u nooit te boven is gekomen?

“Pijnlijk vanwege de gebeurtenis die de aanleiding was om te gaan schrijven: het duistere nieuws van zijn dood. Maar ik ben ook terug­gegaan naar gelukkige herinneringen. Natuurlijk, ik werd beschimpt en uitgejouwd, omdat ze vermoedden dat ik homoseksueel was. Onze relatie moest van Thomas geheim blijven. Maar naast het leed was er het enorme geluk van ons samenzijn. Ik voelde vooral de absolute noodzaak – het was voor mij onmogelijk dit boek niet te schrijven. En het was ook zeer verwarrend. Ik heb mezelf altijd beschouwd als romanschrijver. Ik ben gaan schrijven om verhalen te vertellen, om in de huid van iemand anders te kruipen. En dan schrijf ik nu over zoiets intiems en persoonlijks.” 

Feitelijk had u al over Thomas geschreven. Het is in uw boek zijn zoon Lucas die u daarop wijst: uw romans Zijn broer, Een Italiaanse jongen en Verzoening waren voor hem als puzzelstukjes die in elkaar vielen.

“Ja, zelfs als je romans schrijft, komen daarin emoties terecht die je zelf hebt doorgemaakt. Maar je verstopt ze achter rookgordijnen. Mijn romans zijn allemaal mij. Ik ben toen, op mijn zeventiende, geworden wie ik ben.”

In Zijn broer uit 2001 heet de hoofdpersoon zonder omwegen Thomas Andrieu. Was dat een boodschap aan hem gericht? Hoopte u dat hij uw boeken zou lezen?

“Het was iets tussen hoop en vrees in. Ik stond het mezelf wel toe me dat te verbeelden. Het waren signalen die ik afgaf. En toen ik van zijn zoon hoorde dat Thomas me inderdaad was blijven volgen, heeft me dat ook erg aangegrepen. We zijn andere wegen ingeslagen, hij is ­getrouwd en heeft een kind gekregen. Soms vraag je je natuurlijk af hoe het geweest zou zijn als het anders was gegaan.”

Was het schrijven van uw boek voor u ook een verwerkingsproces, een afsluiting?

“Het is voor mij vooral een eerbetoon, een ode aan iemand die zijn leven in de schaduw heeft geleid, iemand die zich verborgen heeft gehouden en de hand aan zichzelf heeft geslagen ­omdat hij niet meer verder kon. Dat is wat ik vermag als schrijver: ik wil hem weer een stem geven en zichtbaarheid. Het leven vol verborgen leed dat hij heeft geleid, al dat onbehagen – maar ook het geluk dat hij heeft gekend, de ­liefde die er is geweest.

“Dat is overigens wat mij drijft in al mijn boeken, ik ga de dialoog aan met de mensen die zijn verdwenen. Ik ben van de generatie van de aids­epidemie, veel van mijn vrienden zijn overleden. Schrijven is voor mij de enige manier om hun afwezigheid te bestrijden. Ze leven niet meer, maar we zijn er nog wel.”

U beschrijft in uw boek hoe u als 17-jarige nog geen benul had van uw toekomst. Het was uw vader die de ambities voor u had. Ook Thomas zag dat u uit ander hout was gesneden. Hoe is het om daarop terug te kijken?

“Ik had geen horizon en geen ambitie. Ik kende niets anders dan dat kleine dorpje en had niet de wens ergens anders te zijn. Ik was erg beschermd opgegroeid en tevreden met wat ik had. Het is de veilige verveling die je inkapselt. Maar mijn vader vond van alles: ik moest gaan studeren. Ik moest een vaste baan krijgen met een vast salaris. En ik was gehoorzaam, dus ging ik studeren. Ik had nog geen eigen wil. Ze zagen mijn potentie, maar ik was er zelf nog blind voor. En zo kwam het dat ik op mijn 25ste over de wereld reisde en werkte en schreef, terwijl mijn vrienden van toen in het dorp achterbleven. Al was het voor mijn vader wel een enorme schok toen ik meedeelde dat ik schrijver ging worden. Voor hem was het een ramp, mijn moeder vond het malligheid. Dat veranderde toen ze zagen dat mijn boeken ook ­daadwerkelijk verschenen.”

Thomas’ zoon stelt bij uw laatste ontmoeting, die u in het boek beschrijft, vast dat u het niet zal kunnen laten hierover te schrijven. Dat lijkt ook een aanmoediging.

“Dat was heel genereus. Ongelooflijk dat dat mocht. Maar ik vermoed dat bij hem ook schuldgevoel daarbij een rol speelde – dat hij het niet gezien had bij zijn vader, dat hij het niet eerder had begrepen. Het boek is in die zin voor hem wellicht ook een soort doekje voor het bloeden.”

Is uw boek ook een oproep aan andere mensen die, zoals u het netjes formuleert, in de schaduw leven?

“Ik heb me altijd verre gehouden van boeken met een boodschap. Manifesten, militant, ­politiek, ik vind ze moeilijk om te lezen. Saai. Een roman is voor mij de plek bij uitstek voor emoties. Maar inderdaad, met dit boek hoop ik dat ik word gehoord, dat mensen die in de kast zitten, zich realiseren dat bevrijding mogelijk is. Dat homofoben zullen inzien hoeveel leed er is als mensen niet mogen uitdragen wie ze werkelijk zijn.”

“Het boek is voor mij een on­gelooflijk succes, in Frankrijk zijn er meer dan 200.000 exem­plaren verkocht, het gaat de grenzen over, het verschijnt zelfs in Amerika. Er is een veel groter publiek voor dan je op grond van het onderwerp zou vermoeden. Hoe persoonlijker je schrijft, des te universeler het wordt ervaren, zo heb ik gemerkt. Zoveel mensen kunnen zich in dit verhaal herkennen – en echt niet alleen homoseksuelen. ­Iedereen kent het verlies van zijn jeugd en de spijt om keuzes die gemaakt of niet gemaakt zijn.”

Philippe Besson: Lieg met mij. Vertaald door Martine Woudt, €19,99 158 blz.Beeld De Bezige Bij
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden