Plus

Schrijver Per Leo was even te gast in een droom van onverwoestbare schoonheid

De Duitse schrijver Per Leo (43) verbleef twee maanden in Amsterdam. Hij deed dezelfde dingen als in zijn woonplaats Berlijn, maar toch voelde alles anders. Hij doet verslag in Het Parool.

Beeld Guido van Driel

De reis was vermoeiend geweest. Ik pakte mijn koffer uit, at iets kleins, dronk twee biertjes en merkte dat ik op een onaangename manier uitgeput was. Te moe om te lezen of te wandelen, te nerveus om te slapen. Helaas leek de televisie niet te werken, en toen overviel me, nadat ik volop had genoten van al het nieuwe, het typische tweede gevoel van arriveren. Ik verveelde me.

Ik dwaalde door de woning, maar ze bleef gewoon wat ze vanaf het eerste moment was geweest: een van de mooiste plekken die je je maar kunt voorstellen om te wonen. In de boekenkast lag een reisgids, die een van mijn voorgangers moest hebben laten liggen. Ik begon erin te bladeren. 'Amsterdam voor kinderen', dat klonk wel interessant.

Geneesmiddel
Voor kinderen - die lijden onder stedentrips, dat wist ik - werken stadsgidsen als een geneesmiddel. Omdat ze zich niet zo vrij kunnen bewegen als thuis of op het strand, moeten kinderen in vreemde steden beslist weten waar de dierentuin is (de leeuwen in Artis!), waar een mooi overdekt zwembad is (de verzameling verloren zwemvleugels in het De Mirandabad!), waar de interactieve musea zijn (de kettingreactie in het Nemo!), en natuurlijk waar je exotisch snoep kunt kopen (cilindrische pepermuntjes!). Anders draaien ze door. Maar mijn gezin zou pas over twee weken op bezoek komen.

De rest van de gids werd gevuld met hoofdstukken die waren samen te vatten onder 'Amsterdam voor toeristen'. De Rosse Buurt, marihuana, kunstmusea. Ook toeristen hebben reisgidsen nodig, tenslotte hebben ze maar weinig tijd om zich van hun taak te kwijten, namelijk bewijzen dat ze daar zijn geweest, waarvan ze hadden aangekondigd dat ze ernaartoe zouden gaan.

Tweeklanktraining
Gelukkig was ik niet als toerist gekomen. Als u me de dichterlijke vrijheid toestaat, zou ik zelfs in strijd met de natuurkundige zekerheid willen beweren dat ik helemaal niet naar Amsterdam ben gegaan, maar dat Amsterdam naar mij is gekomen. 'Zeer geachte schrijver, heeft u zin een paar weken in onze residentie aan het Spui door te brengen?' Hartelijke groet, het Nederlands Letterenfonds. Echt waar? Wat een cadeau!
Genoeg tijd om alle bezienswaardigheden te negeren. Alleen het onvermijdelijke doen. Geen nieuwsgierigheid. En dan maar zien wat er gebeurt. Is dat niet de beste manier om een stad te leren kennen, misschien zelfs wel de enige? In plaats van haar te bezichtigen afwachten tot ze zich laat zien. Het aangename van grote steden is uiteindelijk dat ze tot in de details hetzelfde zijn, waardoor je je in een vreemde stad praktisch hetzelfde kunt gedragen als thuis.

In een andere stad kun je simpelweg je gewoontes handhaven zolang je die waar nodig aanpast aan de nieuwe omstandigheden. Als bijvoorbeeld de melk op is, zou het dom zijn de straat aan de rechterkant af te lopen, dan de eerste straat links en de tweede rechts, alleen omdat je thuis zo bij de supermarkt komt. Hier, dat hadden ze me al verteld, moest ik linksaf, meteen weer rechtsaf en de eerste brug over. Geen probleem voor een praktische man als ik.

Beeld /

Bio
Per Leo (1972, Erlangen) is Duits auteur en historicus. Zijn debuut Flut und Boden werd genomineerd voor shortlist van de Leipziger Buchmesse Preis 2014 en won de Klaus-Michael-Kühne-Preis van het Harbourfront Literaturfestival in 2014. Vloed en bodem. Een familieroman (€19,99) verscheen
vorige maand bij De Arbeiderspers; de vertaling werd verzorgd door Hans Driessen en Marion Hardoar.

Vondelpark
Maar ik wist nog niet waar je in de buurt kon joggen, misschien kon de gids me dat duidelijk maken. Bovendien zou het misschien niet verkeerd zijn toch wat informatie over mijn verblijfplaats te hebben. Aha, het Vondelpark. De Spiegelstraat af, onder het Rijksmuseum door, dan rechts, dat zou ik morgenochtend meteen uitproberen. En wat was dit Spui, behalve een naam die buitenlanders pas na jarenlange tweeklanktraining kunnen uitspreken? Natuurlijk, zoals niet anders te verwachten in Holland, een drooggelegde plas, in het midden bevindt zich een monument voor een vrijdenker, interessant genoeg een strikte niet-roker (daarentegen vast een goede voetballer). Bovendien las ik dat er 'elke vrijdag een antiquarische boekenmarkt op het Spui is'.

Inderdaad, toen ik vrijdagochtend uit het raam keek, hadden de warm verlichte kramen in het vale januarilicht een aanlokkelijke uitwerking. Toch liet ik liever een warm bad vollopen. Vanuit de badkamer heb je een prachtig uitzicht op de wolken en de daken van aangrenzende huizen, dat wist ik van het bad van gisteren en dat van eergisteren.

Maar wat ik gisteren en eergisteren niet had gezien, waren de meeuwen op de gevels. Dat wil zeggen, ik had ze gezien, maar voor beelden gehouden. Toen ik nu zag dat op het tegenoverliggende huis een meeuw in zijn veren zat te pikken, schrok ik bijna. Hoe kunnen ze overleven zonder te vliegen? Waarvan leven ze daarboven? Van de lucht? Of worden ze gevoerd? Hebben misschien de hijskranen die hier aan de huizen vastzitten er iets mee te maken?

Helen Mirren
De eerste dagen verstreken terwijl ik schreef, jogde, boodschappen deed, kookte, in bad ging en, zodra ik tijd had, vanaf de bank uit het raam keek, elke keer op zoek naar de details die deze stad van de mijne onderscheidt.
Het zal u nauwelijks verbazen dat me daarbij vooral de fietsers en de waterfenomenen opvielen. Maar het was niet de enorme hoeveelheid van beide die me verbaasde. Ik wist dat Holland de Tweede Wereldoorlog in zijn eentje zou hebben gewonnen als destijds auto's en rupsvoertuigen nog niet waren uitgevonden, maar tot mijn verbazing stelde ik vast dat je kennelijk alleen bij ons fietst alsof het nog steeds oorlog is.

In Berlijn dragen alle fietsers helmen en fluorescerende beschermende kleding. Maar hier - met welk een gratie dwongen elegant geklede, onbehelmde, razendsnel met losse handen fietsende moeders trams tot noodstops, terwijl ze hun baby op hun linkerarm droegen en met de rechter het boodschappenlijstje aan hun echtgenoot in hun mobieltje dicteerden!

En ach, het water. Urenlang zat ik naar het Singel te kijken en ik vroeg me af of er goede redenen waren om al die nutteloos geworden grachten niet, net als het Spui, compleet droog te leggen en als bouwgrond te gebruiken. In Berlijn zouden ze dat allang hebben gedaan.

Ik begon na te denken, wat een goede methode is als het internet niet werkt. En inderdaad, ik vond een antwoord waarin weer een detail naar voren kwam. Het is duidelijk dat Amsterdam noch Berlijn zonder toeristen kan bestaan. Maar de toeristen komen om verschillende redenen, in de ene stad omdat ze al 150 jaar de ene plastische operatie na de andere ondergaat, in de andere omdat ze al 300 jaar haar uiterlijk verzorgt, net als de met bewonderenswaardige langzaamheid verouderende Helen Mirren.

Voortdurend water
Wat voor Berlijn het spektakel van groeiende lelijkheid is, is voor Amsterdam de droom van onverwoestbare schoonheid. Maar ook van boven komt voortdurend water. Het lijkt wel of hier ergens een knop zit waarmee de regen elk moment op de gewenste sterkte aan en uit kan worden gezet, terwijl we er in Berlijn om de paar weken met een telefoontje uit Dnjepropetrovsk van op de hoogte worden gebracht dat we bij stabiele oostenwind over drie dagen rekening moeten houden met anderhalf uur neerslag.

Maar hoe langer mijn verblijf duurde, des te meer begreep ik dat Amsterdam zich in niets zo onmiskenbaar toont als in haar bewoners. Toegegeven, ik had het geluk dat een paar fantastische mensen op mijn komst waren voorbereid. Maar ik weet zeker dat als zij me niet in een handomdraai in een tijdelijke Amsterdammer hadden veranderd, anderen dat wel hadden gedaan.

Misschien de verlegen frietbakker van tegenover die van plezier begon te stotteren toen ik hem vroeg hoe hij ziet dat hij die dingen uit de olie moet halen. Of de fietsster die me bijna van het leven had beroofd. Maar het waren Moritz, Orli en Theo.

Biertjes
Moritz vroeg of ik geen zin had mee te gaan toen hij
's avonds met een paar collega's 'een biertje' ging drinken. Acht biertjes later waren behalve Moritz ook Tamara, Anna en Gus vrienden geworden. Zo voelde het tenminste. Orli vroeg of ik niet met haar en Bas 'een kopje koffie' wilde gaan drinken. Drie biertjes later wist ik niet alleen dat Nederlandse schrijvers graag naar Duitsland gaan omdat ze daar langer dan tien minuten uit hun boek kunnen voorlezen zonder beledigd te worden, maar ook dat Duitse schrijvers die zich voor de nazitijd interesseren absoluut Willem Frederik Hermans moeten lezen.

Op een ochtend, toen ik op de bank zat en dacht dat ik nu graag Hermans zou lezen, belde de postbode die me een pakje met de De donkere kamer van Damokles bracht, echt een meesterwerk, zoals al na een paar bladzijden bleek. Met groet van Orli en Bas.

Hanco, aan wie Moritz me had voorgesteld, vroeg of hij me niet een 'stadstoer' moest geven. Hij bracht me naar een café waar ze een van de beste biertjes hadden die ik ooit heb gedronken. Theo vroeg of het geen goed idee was zondag samen naar 'de klassieker te kijken', Ajax tegen Feyenoord. Na drie heerlijke glazen pepermuntthee wist ik dat Nederlands eredivisievoetbal er inmiddels uitziet als door filigraantechnici uitgevoerd kick and rush, wat Theo en Johan Cruijff best kan choqueren. Ik hield ervan.

En toen kwamen ze op een avond met z'n allen naar mij op het Spui, als vanzelf. We hebben in 1974 verloren, zei Bas, omdat we niet wilden winnen, maar de Duitsers wilden vernederen. Nee, antwoordde Theo, soms is voetbal heel simpel, we hebben verloren omdat een Duitse speler ons heeft bedrogen. Er zijn maar twee voetbalculturen die in hun houding tegenover de nederlaag te begrijpen zijn, dacht ik, omdat ik dat een keer heb opgeschreven: de Nederlanders riskeren haar als een verliefde zijn leven, de Duitsers bestrijden haar als een dodelijke ziekte.

Diep in de nacht lieten ze behalve 45 lege bierflesjes een gelukkige gastheer achter, die tot voor kort nog hun gast was geweest. Ja, zo gaat dat bij ons in Amsterdam.


Vertaling Marion Hardoar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden