PlusInterview

Schrijver Nadav Vissel: ‘Cynisme geef je door, dat wilde ik niet doen’

Nadav Vissel beschrijft in zijn tragikomische roman Het grote niets hoe het is om op te groeien in een Joodse familie die de oorlog grotendeels heeft overleefd.

Nadav Vissel: ‘Het is een tragikomisch boek geworden. De tragiek wordt dragelijk door de humor.’ Beeld Nosh Neneh
Nadav Vissel: ‘Het is een tragikomisch boek geworden. De tragiek wordt dragelijk door de humor.’Beeld Nosh Neneh

De Tweede Wereldoorlog hing bij Nadav Vissel (1965) thuis altijd in de kamer. Een afgerond verhaal werd niet verteld. De periode ‘40-’45 kwam terug in losse, cryptische opmerkingen, vooral van de kant van zijn vader die vijf jaar was toen de oorlog uitbrak en in 1942 met zijn ouders, zus en broer in Friesland onderdook.

Vissels vader, tante en grootvader werden tegen het einde van de bezettingstijd opgepakt en naar Westerbork gebracht. De deportaties naar de vernietigingkampen in het oosten waren toen stopgezet. Het gezin overleefde, in tegenstelling tot familieleden die in Auschwitz waren vermoord.

Hoewel de familie na de oorlog het beladen verleden voor hem probeerde te verbergen, had Vissel als kind al door dat er iets verschrikkelijks in de lucht hing. In zijn semi-autobiografische roman gaat de 7-jarige Joodse Naff in zijn omgeving aan de haal met de opmerkingen. “Ik wilde opschrijven hoe een naoorlogs kind opgroeit in een Joods gezin dat de oorlog heeft meegemaakt en de absurde aspecten van zo’n thuissituatie,” zegt Vissel over zijn debuut Het grote niets. Hij hoopt dat volgende generaties Joodse slachtoffers dit verleden voorgoed achter zich kunnen laten.

In uw boek gebruikt u enkele van die cynische opmerkingen. ‘Het is razziaweer vandaag’ zegt de vader van Naff.

“Dat zeiden ze bij ons als het mooi weer was. Want de Duitsers hadden geen zin om met slecht weer een razzia te houden. Dan werden ze nat. Onbewust doe je toch iets met dergelijke opmerkingen. Ik gebruikte het als kind zelf ook bij anderen thuis en dat werd me niet in dank afgenomen.”

Concentratiekampen hadden een eigen jargon. Gevluchte gevangenen die door de nazi’s weer waren gepakt, moesten een bord om hun nek hangen met de tekst: ‘Hurra, hurra. Ich bin wieder da.’ De vader van Naff gebruikt die zin als hij even weg is geweest.

“Cynisme vierde hoogtij in ons eigen gezin. Een rauw soort cynisme. Ik vroeg thuis naar dat soort opmerkingen, maar die werden niet uitgelegd. Mijn moeder kon niet goed tegen dat cynisme. Zij explodeerde dan.”

U schrijft: ‘Ze zeiden wel dat ze er niet over spraken, maar dat viel in de praktijk nogal tegen. Het ging er eigenlijk altijd over.’ Hoe stond de oorlog steeds centraal?

“Toen ik met een niet-Joods meisje thuiskwam, werd niet gevraagd: ‘Wat doet haar vader?’ Mijn vader vroeg: ‘Wat hebben haar ouders gedaan in de oorlog?’ Er heerste veel achterdocht in ons gezin. Ik had altijd dat stemmetje van vader in mijn hoofd dat niemand te vertrouwen is.”

“Dat gevoel van wantrouwen en achterdocht achtervolgde me. Ik liep vast, kreeg een burn-out. Het zat me dwars: die negatieve gevoelens van boosheid en machteloosheid. Ik wilde onbekommerd en onbevangen leven. Het kan handig zijn om een zeker wantrouwen te hebben maar het is ook onhandig. Het kan relaties ernstig verstoren.”

U ontdekte later in uw jeugd de gevolgen van de oorlog voor u en uw familie. U schrijft : ‘Het veranderde me’. Hoe werd uw leven beïnvloed?

“Als kind raak je je naïviteit kwijt. Later raakte ik meer geobsedeerd door de oorlog dan mijn vrienden. Ik kreeg moeite met relaties. Ik wilde nooit een huis kopen. Ik wilde elk moment weg kunnen gaan. Ik had een visioen dat ik als kind van zeven op een open vlakte liep en werd voortgeduwd door een Duitse soldaat, die me steeds een zet in mijn rug gaf. Waar we heen liepen, weet ik niet. Het leek erop dat ik me liet meesleuren naar een slagveld.”

“Ook had ik dromen dat ik gevangen zat of in een lange rij stond waar geen einde aan kwam. Dat deed me denken aan de concentratiekampen: die lange rijen na aankomst met de trein.”

U hebt een 23-jarige dochter. Was u bang om die achterdocht aan haar door te geven?

“Cynisme geef je door. Ik was me daarvan bewust. Ik wilde het niet doorgeven aan de derde generatie. Dat is niet helemaal gelukt. Ook zij heeft een zeker cynisme ontwikkeld. Sarcasme noemt zij het zelf. Zo zie je maar, zelfs de derde generatie heeft nog last van de oorlog.”

Hoe bent u ervanaf gekomen?

“Ik ben een training gaan volgen bij een coach in levenskunst. Wanneer kon ik bijvoorbeeld iemand wel vertrouwen? Die training hielp geleidelijk. Ik ben uiteindelijk wel van dat stemmetje afgekomen. Dat is al een hele bevrijding. Ik treed nu niet meer iemand per definitie met wantrouwen tegemoet. Ik sta daardoor positiever in het leven.”

Hielp het schrijven van deze roman er ook bij?

“Met het schrijven kwam ik nog meer los van de druk van de oorlog. Ik koos voor de humor. Het is een tragikomisch boek geworden. De tragiek wordt dragelijk door de humor. De jongen Naff doet pogingen om de Joden te redden. Een soort Messias.”

“De onbekommerdheid moet terugkomen in de Joodse gezinnen, de nazaten van de Holocaustslachtoffers. Mijn dochter zal het vermoedelijk nog overbrengen naar haar kinderen. Die vicieuze cirkel moet doorbroken worden.”

U bent geboren in Amsterdam-Zuid maar groeide op in Zaandam. U deed op uw dertiende bar mitswa in de Liberaal Joodse Gemeente en zat op een gereformeerde middelbare school. Sprak u met uw schoolvrienden over uw situatie?

“Op school hadden ze het niet over de oorlog. Ik wilde er zelf niet over beginnen. Ik voelde wel dat ik anders was dan de andere kinderen. Ik voelde me eenzaam en onbegrepen. Op mijn achttiende ben ik naar Amsterdam verhuisd en kwam ik in het bestuur van de Joodse jeugd­vereniging Haboniem waarvan ik sinds mijn zevende lid was. Het Joodse milieu was voor mij benauwend. Ik wilde eraan ontsnappen. Ik vond ook dat ik de oorlog in mijn eigen leven een plek moest geven. En dat is grotendeels gelukt met dit boek.”

Legt u de titel eens uit?

“Die heeft een dubbele betekenis. De titel slaat enerzijds op de eenzaamheid en anderzijds op de leegte. Het is een kabbalistisch begrip. Mijn grootouders en hun drie kinderen liepen na de bevrijding terug naar Bussum waar ze voor de onderduik woonden. Er was helemaal niets meer: geen huis, geen geld, geen familieleden. Slechts één grote leegte.”

Hoe is het boek thuis ontvangen?

“Mijn vader is in 2014 overleden. Mijn moeder vond het heel mooi. Mijn ouders zijn overigens in therapie gegaan. Door het cynisme ging het niet erg goed met hen.”

Nadav Vissel, Het grote niets. Uitgeverij Signatuur, €20,- 240 blz.

Filmmaker en schipper

Nadav Vissel studeerde sociaalwetenschappelijke informatica aan de Universiteit van Amsterdam. Hij volgde een opleiding tot documentairemaker bij Frans Bromet. Met zijn eindfilm over zijn vader Nico Vissel won hij de Vers Publieksprijs. Naast zijn werk als camerajournalist en auteur is Vissel ook gidsend schipper onder de naam Captain Moses.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden