PlusInterview

Schrijver Miguel Bonnefoy: ‘Een oeuvre bouwen, met ondergrondse, geheime gangen, is belangrijk voor mij’

De Frans-Venezolaanse Miguel Bonnefoy treedt met zijn derde roman Erfgoed, de eerste die in het Nederlands is vertaald, in de voetsporen van Gabriel García Márquez. ‘Het wonderbaarlijke mag nooit gratuite koketterie zijn.’

Miguel Bonnefoy (1986, Parijs) is de zoon van een Venezolaanse moeder en een Frans-Chileense vader. Zijn roman Erfgoed over 100 jaar emigratiegeschiedenis van naar Chili verkaste Fransen betekende zijn internationale doorbraak. Beeld JOEL SAGET/HH/AFP
Miguel Bonnefoy (1986, Parijs) is de zoon van een Venezolaanse moeder en een Frans-Chileense vader. Zijn roman Erfgoed over 100 jaar emigratiegeschiedenis van naar Chili verkaste Fransen betekende zijn internationale doorbraak.Beeld JOEL SAGET/HH/AFP

Met zijn wervelende familiesaga was hij in de running voor drie grote Franse literaire prijzen: de Grand prix de l’Académie française, de Fémina en de Goncourt. Zowel boekhandelaren als lezers sloten hem massaal in de armen. Nu rolt het boek in Latijns-Amerika en Europa van de persen. ­Miguel Bonnefoy (34): “In Frankrijk ben ik omhelsd door de hele literaire wereld. Ik ben er gek genoeg nu veel bekender dan in Venezuela of Chili. In Latijns-Amerika is men behoedzamer tegenover boeken die niet direct in het Spaans zijn geschreven. Maar wat niet is, kan nog komen.”

Bonnefoy heeft een gemengd Frans-Venezolaanse nationaliteit, studeerde aan de Sorbonne en promoveerde op de geëngageerde literatuur van de twintigste eeuw. Eerder schreef hij Le voyage d’Octavio (2015) en Sucre noir (2017). In zijn derde roman Erfgoed volgen we vier generaties Fransen in Chili, van 1870 tot 1973. Te beginnen met een wijnboer die vanuit de Jura een beetje per ongeluk via Valparaíso in Santiago de Chile terechtkomt en zich daar in de Franse gemeenschap nestelt.

Zijn nakomelingen – van zijn zoon Lazare, diens dochter Margot tot de door Pinochet gemartelde Ilario Da – vergeten hun Franse wortels nooit en houden een ambigue band met het thuisland. Bonnefoy laat de Grote Geschiedenis meespreken in de bondige maar rijke vertelling vol extravagante personages, sterke vrouwenfiguren en emigratieverhalen.

Dit boek graaft in uw eigen familiale voorgeschiedenis, met een van uw voorvaderen die als wijnbouwer vanuit de Jura in Chili belandde. Het valt op hoezeer de eerste generatie Fransen daar bijna angstvallig onder elkaar bleven.

“Claude-Georges Bonnefoy – in het boek Lonsonier – is inderdaad vertrokken naar Amerika, al had hij geen idee dat hij in Chili terecht zou komen. De Fransen daar creëerden in het buitenland inderdaad een klein Frankrijk. Ze trouwden met Fransen, kregen kinderen tegen wie zij enkel Frans spraken, kozen voor de Franse keuken en leefden volgens Franse gewoonten en tradities. Ondanks 2000 kilometer afstand leefden ze met hun hoofd in Frankrijk.”

Bij Lazare, de oudste zoon van Lonsonier, zien we de aantrekkingskracht die tot in Chili uitging van de strijd aan het WO I-front. Het leek wel of ze naar een feestje gingen.

“Men noemde dat niet voor niets la fleur au fusil. Het vertrek naar het slagveld was zorgeloos. Ze waren zeker van de zege en dachten dat het een gezondheidsexercitie zou worden. Er was in ­Frankrijk, maar ook bij de exil-Fransen in Chili een patriottische fascinatie om de Duitsers te verslaan. Pruisen had al een oorlog gewonnen in 1870, de Frans-Pruisische oorlog, met de Commune van Parijs, waarbij Napoleon III is gevangengezet en vervolgens vermoord. Frankrijk cultiveerde die oude nederlaag.”

De schellen vielen hun van de ogen in de loopgraven, ze hadden de wreedheden schromelijk onderschat?

“Ze dachten écht dat de oorlog maar een paar weken of maanden zou duren. Het werd een slachtpartij zonder weerga. Wist je dat er daarom in de Tweede Wereldoorlog veel minder Franse vrijwilligers waren om mee te strijden tegen de Duitsers? Bovendien probeerden de moeders en vaders hun kinderen verborgen of in huis te houden.”

Er schuilt ook iets uitgesproken emancipatorisch in Erfgoed, met die sterke vrouwelijke karakters. Thérèse bij de valkeniers, Margot die de eerste lijnpilote wordt.

“Ik wil in mijn boeken bijdragen aan een strijd die voor mij absoluut essentieel is in de 21ste eeuw. Ik wilde tonen dat er ook toen al voorlopers waren, door moedige, krachtige en intelligente vrouwenfiguren te creëren die knokken tegen het patriarchaat. Ik kom uit een familie van felle vrouwen, mijn zus is een feministische activiste, dus ik neem dat serieus.” (Lacht.)

Zo legt Bonnefoy regelmatig kruisverbanden tussen het heden en zijn turbulente familieverleden. Het pijnlijkst is het verhaal van zijn vader die langdurig gemarteld werd in de beruchte Villa Grimaldi van Augusto Pinochet (1915-2006). “Ik wilde het boek met de Chileense dictatuur en hun wandaden laten eindigen. Met mijn vader, die deel uitmaakte van de MIR, een extreemlinkse, revolutionaire beweging. En die later als politiek vluchteling via Barcelona in Frankrijk terechtkwam, op een moment dat Parijs genereus was voor Latijns-Amerikaanse asielzoekers.”

In Erfgoed heet hij Ilario Da en is hij een ­pro-Allende-activist.

“Ik heb enorm veel gelezen over die periode en rechtstreekse vragen aan mijn vader gesteld. Hij is ook schrijver en heeft de martelingen met onwaarschijnlijke details, minuut na minuut, in 1974 vastgelegd in een boek, Relato en el ­frente chileno. Hij zat opgesloten met zijn broer. Maar dat heb ik uit het boek gelaten, dat zou te ingewikkeld worden. Het is hels wat zij hebben doorgemaakt, al heb ik het een tikje geminderd, omdat ik het overvloedige geweld het boek niet wilde laten overvleugelen.”

Frankrijk werd het land van een nieuwe start voor uw vader.

“Mijn vader was in Parijs betrokken bij een ­aantal voetbalploegen van vluchtelingen. Ze hielden illegale toernooien in het Bois de Vincennes. Daar ontmoette hij mijn moeder die naar zo’n wedstrijd kwam kijken. Ze was cultureel attaché bij de Venezolaanse ambassade te Parijs, tien jaar ouder en had een dochter. En het bizarre is: er bestaan beelden van die dag én van die match. Iemand heeft mij die video later geschonken. Stel je voor, wie kan zeggen dat hij een opname heeft van de eerste ontmoeting van zijn ouders?”

In eerdere romans bracht u al een hommage aan uw moeder. En nu duikt ze kortstondig op als Venezuela.

“Zeker, Venezuela was er al in mijn eerste roman Le voyage d’Octavio, als een soort droomprojectie van mijn moeder. In mijn hart draag ik haar geschiedenis, haar grootouders waren bovendien befaamd in Venezuela. Ik zet pionnen en thema’s uit zodat ik in mijn volgende boeken alles kan laten samenvloeien. Een oeuvre bouwen, met ondergrondse, geheime gangen, is belangrijk voor mij.”

Wat vonden uw ouders van Erfgoed?

“Mijn moeder heeft er geweldig van genoten. Maar mijn vader was veel kritischer. “Je schrijft zomaar over allerlei zaken die je zelf niet eens kent,” zei hij. Dat kwam hard aan. Maar ik antwoordde hem: “Ik heb de Franse Revolutie niet meegemaakt, maar waarom zou ik er niet over mogen schrijven?” Waarom zou ik als mannelijke auteur niet over de vurige of trieste gevoelens van vrouwen kunnen schrijven? Dat is juist de legitimiteit van de schrijver. Daarvoor dient de fictie. Om andere levens dan het mijne te kunnen leiden.”

U bent zowel perfect Spaans- als Franstalig. Waarom is het Frans de taal geworden waarin u schrijft?

“Met mijn ouders spreek ik Spaans. Het is mijn échte moedertaal, de taal van de familie. Voor mij is het ook de taal van de verleiding, van de liefde en van de vriendschap. Maar ik ben een diplomatenzoon. En zoals elk diplomatenkind woonde ik in veel uiteenlopende hoofdsteden, waar ik telkens op de Franse lycea terechtkwam. Ik ben gekneed door de klassieken en leerde lezen en denken in het Frans. Een idee uitwerken lukt me beter in het Frans. Toch hoop ik ooit op een complete tabula rasa: van nul herbeginnen en in het Spaans nieuwe vertelvormen uitproberen.”

Uw boeken krijgen het etiket magisch-­realistisch mee. Bent u gevleid door de ­vergelijkingen met Gabriel García Márquez?

(Voorzichtig:) “Ik kan niet ontkennen dat ik in een zekere Latijns-Amerikaanse traditie sta. Maar na de boom in de jaren zeventig en tachtig is men de Latijns-Amerikaanse literatuur te zeer gaan reduceren tot dat magisch-realisme. Dat is zonde. Vergeet bovendien niet dat Márquez en co naar de Europese literatuur lonkten en daar volop uit putten. En dat het bovennatuurlijke daar ook volop aanwezig is.”

“Márquez was helemaal ondersteboven van De gedaanteverwisseling van Franz Kafka, waarin Gregor Samsa op een morgen wakker wordt en in een insect is veranderd. ‘Ik had nooit ge­dacht dat zoiets mogelijk was in de literatuur,’ zei hij ooit. Als je de lezer zo kunt bedriegen, vond hij, dan is alles mogelijk in de letteren.”

Hoe houdt u dat geloofwaardig in een ­heden­­daagse roman?

“Het wonderbaarlijke mag nooit een gratuite koketterie zijn. Het moet bijdragen aan het verhaal, aan de compositie én aan de personages een prikkelend elan geven. Maar vaker kun je met een fabel of een allegorie een diepzinniger effect bereiken dan met een puur rationele ­aanpak.”

In Erfgoed gaan het fantastische en het exotische hand in hand en springt u van ene tijdvak naar het andere. En dat allemaal in amper tweehonderd pagina’s.

“Mijn eerste versie van Erfgoed was werkelijk gigantisch. Ik had ontzettend veel research gedaan over wijnbouw, de aanwezigheid van Fransen in Latijns-Amerika. Over latino’s in de Eerste en Tweede Wereldoorlog, over migratie en exil, de ontwikkeling van Santiago, de beginnende luchtvaart – allemaal thema’s in Erfgoed. Geweldig inspirerend en als auteur vind je dat alles zijn plaatsje verdient. Maar het dreigde een overdadig en vermoeiend boek te gaan ­worden. Ik moest nederig blijven, een pact ­sluiten met de lezer. Ervan uitgaan dat er zoiets bestond als de collectieve herinnering. Niet alles hoefde geduid te worden. Dat gaf me rust.”

Erfgoed

Miguel Bonnefoy, vertaald door ­Liesbeth van Nes, ­
De Bezige Bij
€22,99
204 blz.

Miguel Bonnefoy, Erfgoed, vertaald door Liesbeth van Nes, De Bezige Bij, 22,99 euro, 204 blz. Beeld
Miguel Bonnefoy, Erfgoed, vertaald door Liesbeth van Nes, De Bezige Bij, 22,99 euro, 204 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden