Plus

Schrijver Mahir Guven: ‘Banlieues zijn niet alleen maar dat ‘broeinest van radicalisering’’

Uit kille woede over de stigmatisering van de bewoners van de Parijse banlieues schreef Mahir Guven zijn debuutroman Broer, in de taal van ‘de getto’ Seine-Saint Denis.

Blik op de wijk Seine-Saint Denis. Beeld Gamma-Rapho via Getty Images

Niemand keert ­zomaar uit Syrië terug, zo heet het in de Parijse banlieue waar ‘grote broer’ woont. Hij is Ubertaxichauffeur en, na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Bataclan, ingelijfd als politie-informant – ‘snitch bij blauw’. Dus als hij ‘broertje’ uit een Duitse bus ziet stappen – zijn twee jaar jongere broer die voor ­humanitair werk naar Syrië vertrok – slaan bij hem de stoppen door. 

Moet hij geloven in broertje? Of is broertje een geval van ‘taqqyia’ – de term voor de jongens die uit Syrië naar Frankrijk terugkomen, doen of ze de jihad hebben afgezworen en zich twee weken later opblazen in een metro of concertzaal?

Syrië is het land van hun vader, in de hoogst actuele roman Grand frère, waarmee Mahir Guven (33) vorig jaar de Prix Goncourt du premier roman won en die nu in Nederlandse vertaling is verschenen als Broer. Gulen is zelf van Turks-Koerdische komaf en werd in Nantes geboren als stateloze vluchteling. Hij is niet religieus, studeerde economie en werkte als consultant in de financiële sector toen een uitgever een beroep deed op zijn expertise bij het opzetten van een nieuwe krant.

Mokerend ritme

“Zo ontdekte ik de journalistiek en de boeken­industrie. Zoals miljoenen jongens had ik op school wel eens wat geschreven, zonder enige ambitie ooit iets te publiceren. Maar toen ontmoette ik schrijvers en raakte door hen aangestoken. En toen ik in Parijs in een Uber stapte, schoot dit idee me te binnen: wat een goed perspectief om het ­leven in de banlieues te laten zien. Want ik voelde al lang een kille woede dat de mensen die daar wonen nooit goed worden neergezet, in reportages, in films en boeken; ik wilde laten zien dat deze mensen gewoon ménsen zijn en net als mensen gevoelens hebben.” 

“Het is niet alleen maar criminaliteit, de banlieues zijn niet alleen maar dat ‘broeinest van radicalisering’, zoals de politiek dat nu zo gemakkelijk roept. Voor politici is dat bij de verkiezingen makkelijk punten scoren. Angst is een krachtig argument en die angst ontmantelen is heel moeilijk. Daarom ben ik in het hoofd van grand frère gekropen, die na wat akkefietjes waardoor hij in de tang zit bij de politie, probeert gewoon een leven op te bouwen.”

Hij schreef zijn boek tweestemmig: vanuit grote broer, die met zijn vader, die taxichauffeur is, de Parijse taxioorlog ook thuis uitvecht, en vanuit broertje, die ziet hoe ze in Syrië ‘bezig zijn de boel naar de klote te ramen’ en zijn jihad wil doen door daar levens te redden. En hij schreef het in de taal van de straat, vanuit ‘het getto’ Seine-Saint-Denis, waar ze ‘ons wegzetten als oud vuil, als Frankrijks oud vuil’. Hij schrijft in een mokerend ritme, als dat van een harde rap – ­zoals hij rappers ook ziet als de schrijvers van deze tijd.

Galgenhumor

Die vader van de broers, weduwnaar van een Bretonse, omschrijft zichzelf als half Arabisch, half Koerdisch, maar vooral als communist. Dat Koerdische, aldus grote broer, heeft hij erbij bedacht omdat dat hem standing geeft. ‘Daarvoor waren we gewoon alleen maar Syrisch. Hij Syrisch en wij Arabisch, Syrisch, soms Frans, soms Bretons, het hing er maar vanaf met wie we omgingen. In het echte leven, tot de oorlog in Syrië begon, waren we bovenal bewoners van de banlieue. Maar sindsdien noemt iedereen ons moslim.’

Broer, Grand frère, vertaald door ­Carolien ­Steenbergen, Ambo Anthos, €20,99. Beeld Mahir Guven

Guven: “Ik ben uitgegaan van de vragen die ik zelf als tiener en jongvolwassene had over mijn identiteit. Mijn vader is Koerdisch Turks, mijn moeder Turks, ik ben geboren in Frankrijk. Ik heb mijn naam niet gekozen, mijn geboorteplaats niet. Maar mensen willen altijd weten wat ik ben. Koerdisch, Turks, Frans? Dat is als vragen van wie ik het meeste houd, mijn vader of mijn moeder of mijn land. Maar ik wilde niet schrijven over mezelf, over mijn familie. Dan bevries ik, alleen al bij de gedachte dat mijn zus of moeder het zouden lezen. En ik maak me ook heel erg kwaad over de Turkse politiek en ben bang dat ik iets zou schrijven waardoor familie daar in de problemen zou komen.”

Je zou zijn boek een onvervalste sociale aanklacht kunnen noemen. Maar dat doet tekort aan de galgenhumor van Guven, het spel met de taal en de trends. En dan is er nog het thriller­aspect waar Guven in Broer bewust mee speelt. Als lezer ga je mee met de gedachtegang van beide broers en wordt de twijfel over de bedoelingen van broertje gevoed – is hij geradicaliseerd? ‘Twijfel of broertje’, schrijft grote broer. ‘Ik wist niet welk van de twee ik moest dumpen.’

Geweld tegen ‘gele hesjes’

Guven woont nu in Hamburg, waar zijn vriendin een baan kreeg. Hij werkt aan een roman over de perfecte gemiddelde man van 42 jaar en 1,80 meter en 73 kilo die wakker wordt in een wereld waar de vrouwen aan de macht zijn. Later dit jaar gaat hij bij een nieuwe Franse uitgeverij aan de slag om jonge schrijvers zoals hijzelf, schrijvers met de stem van nu, te begeleiden.

Hamburg, zegt hij, is met zijn witte boorden van over de hele wereld veel kosmopolitischer dan Parijs, waar nu op elke straathoek bewapende politie staat. “Ik had veel verwacht van Macron: een nieuwe stem, een nieuwe weg. Maar ik ben erg teleurgesteld. Het geweld waarmee wordt opgetreden tegen de ‘gele hesjes’, ik ben bang dat dat levenslange trauma’s oplevert die over vijftig jaar bij de volgende generaties nog gevolgen zullen hebben. Onze president heeft het over liberalisme, liberalisme, liberalisme. Maar zelf is hij niet zo liberaal.”

In Macrons visie, zegt Guven, ben je of een succes, of je bent niks – en dat is dan je eigen schuld. “Kijk, ik ben nu schrijver, ik spreek mijn talen, ik reis nu de wereld over. Maar mijn nicht, ze is veertig, heeft geen baan, en ze woont in een buitenwijk. Frankrijk is een van de rijkste landen van de wereld. Maar de kansen op succes zijn niet gelijk. Het gaat om diploma’s, en het gaat ook om waar je woont in Frankrijk.”

Banlieues, zegt hij, kijk alleen al naar de etymologie van het woord: “De ‘lieu,’ de plek, waar je ‘banni’ bent, de verstotene – de plek waar je niet moet zijn.”

De broers en hun taal – vertaald

Het debuut van Mahir Guven is verkocht aan veertien landenen en hij geeft zijn vertalers carte blanche om de straattaal van de banlieues in eigen lingo om te zetten. Vertaler Carolien Steenbergen: “De Nederlandse lezer moet geconfronteerd worden met authentieke straattaal. Ik moest als vertaler dus een zo geloofwaardig mogelijk equivalent zien te creëren van het talige universum van de broers. Ik vond het een moeilijk, maar ongelooflijk boeiend vertaalproces.” 

“Voor de sfeer, kracht taal en dictie werd ik vooral aangetrokken door Nederlandse rappers met een Marokkaanse of anderszins Noord-Afrikaanse achtergrond (zoals Ismo, Lijpe, Boef, Josylvio en MocroManiac). Verder heb ik mijn oren gespitst in de tram en op de Haagse markt, en heb ik in wijken rondgelopen waar de kans om straattaal te horen extra groot was.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden