PlusAchtergrond

Schrijver Laila Lalami onderzocht de dunne lijn tussen dader en slachtoffer

Laila Lalami toont in haar belangwekkende historische roman La Florida over de Spaanse kolonisatie van het zuiden van Amerika hoe dun de lijn is tussen dader en slachtoffer, held of verliezer.

Laila Lalami. De in Californië woonachtige Marokkaanse kan de verder onbekende Arabier gestalte geven zonder rekening te hoeven houden met historische feiten. Beeld Getty Images
Laila Lalami. De in Californië woonachtige Marokkaanse kan de verder onbekende Arabier gestalte geven zonder rekening te hoeven houden met historische feiten.Beeld Getty Images

In La Florida werpt de in Californië woonachtige Marokkaanse Laila Lalami (1968) een nieuwe blik op de geschiedenis van Spaanse kolonisatie van het zuiden van Amerika (La Florida). Ze schreef een historische roman vanuit het perspectief van de eerste zwarte ontdekkings­reiziger van Amerika; een Marokkaanse slaaf wiens getuigenis niet in de geschriften is opgetekend. Haar gefictionaliseerde reisverslag over een veelvuldig vervalste geschiedenis sluit aan bij het hedendaagse debat over ons (westerse) kolonialistische slavernijverleden.

Ontdekkingsreiziger Pánfilo de Narváez vertrok in 1527 met zeshonderd man en honderd paarden vanuit Andalusië naar het zuiden van de VS om ‘La Florida’ op te eisen voor de Spaanse kroon. Vanaf het moment dat ze La Florida bereiken, zijn zware tegenslagen hun deel; ze verdwalen, raken in gevecht met de inheemse Indiaanse stammen, vallen uiteen, lijden honger en worden ziek. Een jaar later zijn er nog slechts vier mannen over: schatmeester Cabeza de Vaca, de jonge ontdekkingsreiziger Castillo, kapitein Dorantes en zijn slaaf, over wie in de getuigenis van Cabeza de Vaca een bijzinnetje is opgenomen; ‘de vierde [overlevende] is Estevanico, een Arabische zwarte uit Azamor’.

Onderdrukte partij

Lalami koos ervoor om die laatste een stem te geven en verteller van het verhaal te maken. In zowel historisch als literair opzicht een interessante keuze. Geschiedenissen worden altijd geschreven door de overwinnaars, romans vaak vanuit het perspectief van een buitenbeentje. Vandaar dat Lalami’s keuze voor het perspectief van de onderdrukte partij (een slaaf uit Portugees gebied) geslaagd is. Vanuit verhaaltechnisch oogpunt is dit een goede zet, omdat het Lalami de gelegenheid geeft om Estebanico als observator neer te zetten die uitvoerig beschrijft en bevraagt.

Bovendien verschaft zijn perspectief haar de nodige vrijheid, want aangezien er verder niets over deze Arabier bekend is, kan ze hem gestalte geven zonder rekening te hoeven houden met historische feiten. Zelf vertelt hij in een soort verantwoording vooraf: ‘Omdat ik deze vertelling lang na de gebeurtenissen zelf heb opgeschreven, moest ik mij geheel verlaten op mijn geheugen. (..)Voor het overige verklaar ik hierbij plechtig dat ik deze gebeurtenissen heb beschreven zoals ik ze heb ervaren, ook de gebeurtenissen die zo buitengewoon zijn dat ze de lezer als onwaar voorkomen.’

Goudkoorts

Estebanico werd geboren als Mustafa ibn Muhammad ibn Abdussalam al-Zamori. Regelmatig blikt hij terug op zijn jeugd in Azzemmur. Hij groeit op als zoon van een notaris, die niets liever wil dan dat zijn zoon in zijn voetsporen treedt. Deze is echter eigenwijs en tegendraads. Liever wordt hij koopman. Hij is erg succesvol en rijk, maar omdat hij nog meer wilt verdienen, begint hij ook in slaven te handelen, tegen de voorschriften van de islam in.

Aan zijn voorspoed komt een einde als Bar­barije (Marokko) wordt geteisterd door droogte en oorlog. Uiteindelijk ziet hij zich genoodzaakt zichzelf te verkopen als slaaf, om zijn familie in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Een ironische en moralistische wending van zijn lot. Hij krijgt een nieuwe naam ‘Este­banico’ en wordt verscheept naar Sevilla, waar hij een tijd werkt voor een marktkoopman, al­vorens hij wordt verkocht aan señor Dorantes, die hem meeneemt op expeditie naar La Flo­rida.

Eenmaal in La Florida vindt Estebanico op het strand een goudklompje in de knopen van een vissersnet van de inheemse bevolking; een ontdekking die een enorme goudkoorts bij de Spanjaarden aanwakkert. Misschien zit La Florida wel vol met kostbare grondstoffen. Ze nemen vier Indianen gevangen en vragen hun waar ze goud kunnen vinden. ‘In Apalache’, is het antwoord. Maar dat valt tegen: er is geen goud. Toch willen sommige Spanjaarden volhouden dat er wel goud is. Op het bevragen van de Indianen volgt het martelen, want wellicht komt er dan een ander verhaal, een beter verhaal.

Helden of daders

Hoe verhalen ontstaan is een terugkerend thema in het boek. Ook hoezeer het uitmaakt wie de verteller is en wat zijn belangen zijn: wat wordt toegevoegd of weggelaten, op welke details zoomt de verteller in, oftewel: hoe kneedbaar is de waarheid? De verteller bepaalt uiteindelijk wie de held van het verhaal is. Zijn de Spanjaarden ontdekkingsreizigers of wrede kolonisten? Helden of daders?

Na acht jaar en veel omzwervingen hebben de vier overblijvers van de expeditie allemaal een ander perspectief gekregen op zichzelf en hun positie. Ze hebben macht gekend als koopman of kapitein en zijn onderworpen (geweest) aan slavernij en Indianenstammen. Je zou kunnen zeggen dat het ‘betere’, wijzere mensen zijn geworden, die hebben geleerd zich aan te passen. Drie van hen zijn getrouwd met een Indiaanse, onder wie de verteller, die met de eigengereide en slimme Oyomasot is getrouwd. Het is interessant te zien hoe lang de nieuwe inzichten en loyaliteit standhouden als ze stuiten op een nieuwe scheepslading kolonisten en – uiteindelijk – terugkeren in de wereld van de Spanjaarden.

Estebanico is een begenadigd verteller die ervan geniet zijn verhaal te doen, maar die ook, zoals het een goed romanpersonage betaamt, regelmatig tegen zijn eigen beperkingen aanloopt. “Je hebt ooit tegen me gezegd dat je een duif kon laten geloven dat hij een havik is,” zegt zijn vrouw Oyomasot teleurgesteld tegen hem als hij de Spanjaarden er niet van kan overtuigen om de Indianen niet te onderwerpen. De Spanjaarden weigeren te geloven dat ‘die wilden’ niets kwaads in de zin hebben en geloven niet in vreedzaamheid.

Die nadrukkelijke focus op de kracht van verhalen, maar ook op hoe onschuldige geruchten nadat ze door vele monden zijn doorverteld in grote leugens kunnen veranderen, is natuurlijk ontzettend belerend. Lalami’s vertelling schuwt de nadrukkelijke moraal niet.

Toch wordt die insteek nergens ergerniswekkend, omdat het bij zowel de verteller, de vorm van zijn vertelling (een reisverslag, een geschiedenis) en de tijdsgeest past waarin verhalen toch in eerste plaats een orale traditie kenden – en deze verhalen herbergden altijd wel een les, blijkt ook uit de verhalen die bijvoorbeeld Estebanico’s moeder aan hem vertelde toen hij jong was. Bovendien is niets eenduidig en zijn de posities van de betrokkenen zo aan verandering onderhevig, dat ze vooral tonen hoe dun de lijn tussen dader en slachtoffer, held of verliezer is: Je staat zo aan de verkeerde kant van de geschiedenis.

Vertaald door Lucie van Rooijen en Inger Limburg, Nieuw Amsterdam, €22,99, 334 blz. Beeld
Vertaald door Lucie van Rooijen en Inger Limburg, Nieuw Amsterdam, €22,99, 334 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden