PlusInterview

Schrijver Keyvan Shahbazi: ‘Elke marteling in de Iraanse cel kon mijn laatste zijn’

null Beeld Jelmer de Haas
Beeld Jelmer de Haas

In zijn indringende autobiografische debuut De Amerikaan van Karadj beschrijft Keyvan Shahbazi hoe een jongen uit een westers georiënteerde Iraanse familie na de revolutie in het verzet verzeild raakt.

Het is zijn getuigenis. Keyvan Shahbazi zegt het meermaals. De getuigenis over de excessen van het Iraanse regime die hij eigenlijk bij terugkeer in Iran had willen afleggen. De getuigenis over de dood van jongens die hij kende en wier namen anders nooit meer zouden worden genoemd. De getuigenis die hij sinds 1983 met zich meedroeg en waarvoor hij nu pas, in een taal die niet de zijne was, woorden heeft gevonden.

En nu die getuigenis is geboekstaafd, in een roman met als titel De Amerikaan van Karadj, is zijn opluchting haast niet voor te stellen. Er is een gewicht van 38 jaar van zijn schouders, hij heeft dit volbracht, hij kan nu sterven. Dat laatste mag overdreven klinken, maar hij weet dat het regime dat hij is ontvlucht hem niet is vergeten en dat de arm ervan ver reikt. Bang is hij niet, wel realistisch en voorzichtig.

Hij hoopt op een Engelse vertaling, zodat zijn getuigenis zich verspreidt; op een vertaling in het Perzisch, die als bootleg in pdf in het land van zijn ouders kan worden doorgegeven. “Ik noem de jongens die ik kende en die zijn gemarteld en vermoord door Ebrahim Raisi persoonlijk, de huidige president, met hun voor- en achternamen. En ik hoop dat de lezers die namen voor zichzelf zullen herhalen. Want ze hebben bestaan. En ze staan voor duizenden en duizenden doden die deze man op zijn geweten heeft.”

Waarom hebt u gekozen voor de romanvorm, met als hoofdpersoon de jongen Piruz Sabet, die toch duidelijk voor u staat?

“Ik kon zo lang de taal niet vinden. Ik wilde geen politiek pamflet schrijven. Ik was op zoek naar een literaire vorm om dit verhaal in tot uitdrukking te brengen. Ik begon in de ik-vorm, maar daarbij leek het alsof ik er alleen maar op uit was míjn verhaal te vertellen. Ik kreeg af en te genoeg van die ‘ik’. Ik dacht: ik heb iemand nodig. Ik heb Piruz gebruikt om het verhaal van die andere jongens te vertellen. En toen ik die vorm eenmaal had, heb ik mijn boek in twaalf maanden geschreven, omdat elk hoofdstuk al ontelbare keren was geschreven in mijn hoofd.”

“Vanuit het perspectief van het kind Piruz dat opgroeit, kon ik een langzame verandering in de samenleving laten zien. Hoe het land Iran zelfmoord pleegt en hoe goedwillende Europese en Amerikaanse linkse intellectuelen daaraan meehelpen. En hoe een gezin klem komt te zitten in een moorddadig regime.”

Het is een boek waarin veel pijn voelbaar is.

“Het is het verhaal van de Iraanse revolutie en hoe die revolutie zijn eigen kinderen opeet. Zoals we nu precies hetzelfde zien gebeuren in Afghanistan. Als de bezetting van de Amerikaanse ambassade twee dagen later was geweest, had Piruz een ander leven gehad. Maar twee dagen voordat hij een afspraak had voor een visum om in Amerika te mogen studeren werd de ambassade bezet. De kinderen die in Kabul door Nederlandse soldaten zijn weggestuurd omdat die hun ID-kaart niet kunnen lezen, zullen een heel andere toekomst hebben dan ze hier hadden kunnen krijgen.”

Dat is de pijn van de revolutie. Maar ik doelde ook op een rode draad in uw boek: de zoon die door zijn aan status hechtende ouders niet wordt gezien, voor wie lijfstraffen het enige fysieke contact zijn en die alleen maar teleurstelt.

“Ja, die moeder die op bezoek komt bij haar zoon in de gevangenis en die dan tegen hem zegt – terwijl de wonden op zijn rug branden – hoeveel pijn hij haar heeft gedaan door in de gevangenis te belanden. Op dat moment zelf voelde dat nog niet als pijn, als kind ben je 100 procent loyaal aan je ouders, de wereld van je gezin is voor een kind de normaliteit. Het is pas later dat je terugkijkt en ziet dat wat je gewend was, niet normaal is.”

Als hem wordt gevraagd zich aan te sluiten bij het verzet, ziet hij de kans eindelijk iemand te worden op wie hij trots kan zijn, maar nog belangrijker: op wie anderen trots kunnen zijn.

“Ik was 14 tijdens de revolutie, mijn zoon is nu 14. Als ik naar hem kijk, denk ik: dat waren dus mijn geestelijke vermogens toen de wereld zich voor mij opende door de revolutie. Hoe je je eigen krachten heel erg overschat en niet in de gaten hebt in wat voor krachtenveld je bent beland.”

“Terugkijken is altijd met de kennis van nu. Als je er middenin zit, heb je geen idee hoe morgen eruitziet. Als Piruz in de cel zit denkt hij dat elk moment zijn laatste kan zijn, elke marteling de laatste voor hij voor het peloton komt te staan. Als ik nu terugga naar het gevoel hoe het was om daar in die cel te zitten, is dat met een totaal andere beleving. Het islamisme was toen onbekend. Als iemand toen had gezegd: je wordt psycholoog en adviseur van een Nederlandse minister, je gaat in Amsterdam trouwen en krijgt kinderen, had ik dat toen niet kunnen geloven.”

Was het erg zwaar om terug in uw eigen huid te kruipen?

“Ik leef als sinds 1983 met deze verhalen, het is niet zo dat ik vorig jaar pas heb besloten terug te denken aan toen. Maar toen ik de taal vond en de literaire vaardigheden had, kon ik het aan één stuk opschrijven. Ik gebruik bijvoorbeeld insecten – mieren, sprinkhanen – om wendingen in het verhaal aan te kondigen, zodat het niet eendimensionaal wordt. Het was mijn bedoeling literatuur te creëren. Er zitten meerdere lagen in het boek, ook humor om het leesbaar te houden. Het is filmisch registrerend geschreven. Ik heb de pijngrens van de lezer gerespecteerd.””

U gebruikt ook geregeld een opvallende stijlvorm, alvanaf de eerste zin: ‘Het was een van de eerste dagen van de zomer van 1979 dat Piruz Sabet...’ Het deed me denken aan de oriëntaalse sprookjestraditie.

“Ik heb inderdaad de Perzische vertelwijze in het Nederlands gebruikt. Naar het Yeki bood yeki nabood van de sprookjes die mijn opa en oma mij vertelden voordat ik naar een kinderdagverblijf werd verbannen, omdat die moeder me thuis te lastig vond.”

Weer zo’n voorbeeld van het jongetje dat niet goed genoeg werd bevonden.

“Dat is het vehicle waarmee ik het verhaal van de revolutie heb geschreven. Pamfletten en geschiedenisboeken zijn er genoeg. Er zijn honderd bibliotheken volgeschreven over de Russische Revolutie, maar wat de mensen is bijgebleven is Dokter Zjivago. Er zijn duizenden bibliotheken volgeschreven over de Joden­vervolging, terecht, maar overal ter wereld weet iedereen wie Anne Frank is. Dat is de kracht van literatuur. ”

”Mijn motivatie was dat ik literatuur wilde scheppen, en het verhaal van een generatie die ten onder is gegaan. Want denk niet dat ík het slecht heb gehad. Ik ben de gelukkigste van die generatie. De anderen met wie ik in de cel zat, leven niet meer.”

U moest weg uit Iran, maar ook weg bij ‘die moeder’.

“Je wordt te gevaarlijk, je wordt de zwakke plek van je familie. Elke associatie met je was gevaarlijk geworden en ze konden met je worden gechanteerd. Maar de tweede laag is dat dat tegelijk ook een bevrijding was van die moeder. Haar zus heeft ooit tegen me gezegd: denk niet dat je je ooit zo had kunnen ontwikkelen onder die moeder.”

“Ik wou dat je je eigen ouders kon kiezen. Dan had ik absoluut niet die van mij gekozen. Ik ben erachter gekomen dat ik levenslang heb verlangd naar een vader en moeder die er niet waren. Toen ik negentien was en hier terechtkwam, verlangde ik wel naar ouders, maar niet naar die moeder en die vader. Als jongetje hield ik me voor dat ik was verwisseld. Een coping­mechanisme.”

“Om over mijn ouders te schrijven moest ik wel een drempel over gaan. Want zelfs bij het schrijven blijf je toch hun kind. Soms dacht ik: is het niet toch zo dat ik het hún heb aangedaan? Had ik mezelf meer moeten wegcijferen? Maar nee. Mijn vader is in 2002 overleden, mijn moeder drie jaar geleden. Ze zijn door buren begraven en ik heb geen idee waar.”

Bent u ooit terug in Iran geweest?

“Nee, dat is niet gelukt en ondertussen is er ook niemand meer om naar terug te gaan. Ik kan me herinneren dat ik tot 1988 mijn kleren met de hand waste. Ik kreeg het niet voor elkaar om een wasmachine te kopen, want ik dacht: hoe moet ik zo’n zwaar ding straks meenemen? Ik dacht bij alles dat het tijdelijk was. Snel studeren moest ik ook, anders zou ik mijn studie moeten opgeven wanneer ik zou teruggaan.”

Wat was het kantelpunt?

“Toen ik trouwde. In 2006, ik wilde graag op 5 mei trouwen, aan de gracht in pianozaak Cristofori. Burgemeester Cohen sloot het huwelijk en het was de definitieve stap voor mij om te denken: ik zal altijd hier blijven. En vervolgens kreeg ik kinderen, ze zijn nu 14, 13 en 10. Hollandsere kinderen dan de mijne kun je je niet voorstellen.”

“Ik heb alles aan Amsterdam te danken. Vrijheid, veiligheid, de kans te studeren, de kans te genezen, de kans om mezelf te worden. Daarom is het zo belangrijk dat we die rechtstaat die we soms te vanzelfsprekend vinden, goed blijven bewaken. In deze coronatijd hoor ik te vaak ridicule uitspraken van mensen die geen idee hebben wat een dictatuur is. Wees alsjeblieft zuinig op dit land.”

“Toen ik mijn diploma haalde aan de UvA, voelde het alsof ik een olympische medaille had gewonnen. Maar dat dit boek er nu is, is nog veel groter. Ik heb de grootste last van mijn leven overgedragen, de enorme verantwoordelijkheid die ik heb gevoeld om die jongens niet in de vergetelheid te laten geraken. Dat is naast mijn vrouw en kinderen het grootste geluk in mijn leven. Ik mocht hun stem zijn. En zolang hun namen worden herhaald, heb ik mijn bijdrage geleverd.”

null Beeld -
Beeld -

De Amerikaan van Karadj

Keyvan Shahbazi
Atlas Contact, €22,99
303 blz.

1979: Een Iraans meisje protesteert met een speelgoedgeweer bij de Amerikaanse ambassade in Teheran. Beeld Bettmann Archive
1979: Een Iraans meisje protesteert met een speelgoedgeweer bij de Amerikaanse ambassade in Teheran.Beeld Bettmann Archive

Cultureel psycholoog

Keyvan Shahbazi vluchtte in 1983 uit Iran. In Nederland werd hij adviseur van diverse ministers en columnist bij de Volkskrant. Hij was als cultureel psycholoog verbonden aan de Politieacademie en werkt nu voor de Nationale Politie. Ook is hij lid van de raad van toezicht van Vluchtelingenwerk Nederland. Shahbazi is getrouwd en heeft drie kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden