PlusInterview

Schrijver Jón Kalman Stefánsson: ‘Herinneringen zijn prachtig en wreed complex’

In Het geknetter in de sterren keert Jón Kalman Stefánsson terug naar het zevenjarige jongetje dat hij ooit was. Een jongetje dat een nieuw woord moet leren: stiefmoeder, en dat vlucht in de wereld van zijn tinnen soldaatjes.

Het jongetje van zeven in Kalman Stefánsson roman vlucht in zijn tinnen soldaatjes. Beeld Getty Images
Het jongetje van zeven in Kalman Stefánsson roman vlucht in zijn tinnen soldaatjes.Beeld Getty Images

De zinnen van Jón Kalman ­Stefánsson, ze lezen vaak als poëzie. Over de dromen van het jongetje, bijvoorbeeld, dat dromen droomt zo groot dat hij niet snapt hoe ze in zijn hoofd passen. Over zijn tinnen soldaatjes, die ook dromen, maar dan droompjes die hun hoofd niet bedreigen en die de naam van zijn moeder net zo goed kennen als die van hun geweren die ze soms ’s avonds voor hem opdreunen. En over die moeder, die warme handen had: ‘ze waren een hele zomer’.

In Het geknetter van de sterren keert Stefánsson als bijna-veertiger terug naar het jongetje van zeven dat hij ooit was. Een jongetje dat ineens een vrouw uit de kamer van zijn vader ziet komen en een nieuw woord moet leren: stiefmoeder.

Het jongetje woont op de begane grond van een flatgebouw in Reykjavik, schuin tegenover een kapper, een bakker en een aantal winkels. Boven de deur van de damesmodezaak hangt ‘een van de wereldwonderen’: een verlichte reuzenschaar die dag in, dag uit knipt. ‘Ze knipt en knipt en knipt weliswaar niets, behalve misschien deze herinneringen, want als ik soms ’s avonds naar bed ga, geen zeven jaar oud meer, maar bijna veertig, en de slaap zich als een schemerdonker om mij heen legt, zie ik de reuzenschaar diep in de nevel van de tijd knippen.’

Die nevel van de tijd beslaat 150 jaar in de roman uit 2003, die nu in het Nederlands is ­vertaald, en bestrijkt fragmentarisch ook een familiegeschiedenis; vanaf een wispelturige grootvader met zijn zinloze dromen over verre reizen tot en met die jong gestorven moeder. Doordesemd van een diepliggende pijn om tijd die verstrijkt, bevraagt Kalman Stefánsson de betekenis van de woorden thuis en heimwee – het verlangen naar verbintenis.

Jón Kalman Stefánsson Beeld Getty Images
Jón Kalman StefánssonBeeld Getty Images

Is dit wellicht uw meest autobiografische roman?

“Ja. En nee.”

Er volgt een onvervalste vloek.

“Laat me nadenken, het is alweer twintig jaar geleden dat ik dit boek heb geschreven. Het is net zoals met mijn andere werk: je schrijft het, en dan vergeet je het. Volgende boek. En als dan zoveel jaar later een vertaling verschijnt…”

“Ik had in 2001 een roman geschreven, het is niet in het Nederlands vertaald, maar in het Engels heeft het de vreemde titel A Few Things about Giant Pines and Time, waarin ik een paar dingen uit mijn jeugd en mijn familiegeschiedenis had gebruikt. Ik voelde de behoefte een aantal zaken verder uit te diepen. Waarbij ik een belangrijke kanttekening moet plaatsen: ik ben vervloekt én gezegend met een ongelooflijk slecht geheugen. Ik het dagelijks leven kan dat lastig zijn, maar als schrijver doe ik er mijn voordeel mee. Als ik de feiten niet helemaal meer op een rij heb, kan ik nog wel de emoties oproepen en voel ik me vrij om wat dan ook te schrijven.”

Het geknetter in de sterren is deels gebaseerd op mijn jeugd, en maar heel vaag op mijn familiegeschiedenis. De paar dingen die ik wist, heb ik gebruikt. Ik kende het verhaal van mijn overgrootvader niet, van mijn familie aan moederszijde was bijna iedereen al overleden toen ik mijn boek schreef. Ik had maar een paar zekerheden, ik wist bijvoorbeeld dat mijn ­overgrootvader een charmeur was en een avonturier, met veel ups en downs in zijn leven; de rest heb ik verzonnen op basis van de emoties die deze mensen bij me opriepen. Ik word niet gedreven door feiten, maar door gevoel. Door spijt en wroeging en in enige mate geluk. Wat we ‘feiten’ noemen is voor mij niet belangrijk, als het verhaal maar in de kern waarachtig is.”

Wat bedoelt u met spijt en wroeging?

“Ik schrijf over hoe de tijd verstrijkt en niets ongemoeid laat. Dat is iets wat spijt en wroeging bij mij oproept. Als je schrijft over het verleden brengt dat tegenstrijdige gevoelens teweeg. Enerzijds ben je blij om het verleden weer tot leven te wekken; anderzijds besef je de hele tijd terdege dat je schrijft over mensen die al heel lang dood en verdwenen zijn en dingen die nooit meer terugkomen. Ik herinner me nu dat ik het boek, toen het bijna af was, een ondertitel wilde geven: Een requiem. Vond mijn uitgever geen goed idee.”

Het dekt de lading van uw boek wel goed. Het is zelfs een requiem voor vloerbedekking en een fornuis, in de scène dat het jongetje als man naar die oude flat terugkeert en daar inbreekt; om vast te stellen dat het tapijt ‘dat de tinnen soldaatjes had gekend’ eruit gerukt en weggegooid was, dat het fornuis ‘dat twee vrouwen verbond’ – uw moeder en stiefmoeder – was verdwenen.

“Ik betreur het dat ik niks meer heb uit mijn jeugd, van dat thuis van toen. Ik moet het doen met herinneringen; ik denk dat het een van onze plichten is onze levens te herinneren en die van de mensen om ons heen en de mensen die voor ons kwamen. Zodat, als zij zich niet meer kunnen uitspreken, wij dat voor hen kunnen doen. Dat is de enige manier waarop we de dood kunnen bevechten.”

Maar die plicht te herinneren, staat dan wel haaks op uw slechte geheugen.

”Herinneringen, vooral die uit je jeugd, zijn geweldig en prachtig en wreed complex; je kunt er niet op vertrouwen. Je herinnert je flarden, die je dan weer samenvoegt tot iets nieuws. Als twee broers van dezelfde leeftijd iets meemaken zullen ze er later allebei een ander verhaal van maken. Wat voor richting je leven ingaat, verandert je blik op het verleden. Herinneringen zijn de fictie van de mensheid.”

“Het is een paradox: je hebt de plicht te herinneren maar je kunt het niet – daarin ligt ook die spijt en wroeging waar ik het net over had, besloten. We willen herinneren en begrijpen en misschien is dat alleen mogelijk door fictie en poëzie. De gevoelens die je je herinnert zijn, nogmaals, belangrijker dan wat er precies is gebeurd.”

Vandaar dat beeld van die reusachtige schaar die al die flarden herinneringen knipt?

“Ik schrijf langzaam, het groeit en groeit, maar pas tegen het einde weet ik wat ik heb geprobeerd te doen. Die schaar is een metafoor, ja, maar het is niet dat ik van meet af aan mijn boek zo heb vormgegeven; het is ook echt een vage herinnering aan een winkel. Het was zo modern, dat weet ik nog. Ik heb het nu de hele tijd over spijt, maar ik heb bij het schrijven ook veel vreugde gevoeld bij het herontdekken van de wereld vanuit mijzelf als kind. Om te zien hoe absurd en grappig dingen die wij gewoon vinden, eigenlijk zijn.”

Zoals de observatie van het jongetje en die vrouw die ineens in huis rondloopt. Hij denkt dat iemand vergeten is haar mee te nemen.

Lacht. ”Ik was toen het boek uitkwam wel nerveus, want ik heb een stiefmoeder die uit het noorden van IJsland komt en op wie deze stiefmoeder deels is gebaseerd. Ik wist niet hoe ze zou reageren. Maar ze reageerde helemaal niet – mensen daar praten niet zo over gevoelens. Maar die vrouw die vanuit het niets kwam, dat is me altijd bijgebleven. Ik ging terug naar mijn verleden en daar dook deze jongen op, die met eigen stem vertelde wat hij om zich heen zag. Het is onmogelijk om te reconstrueren wat echt was en wat ik heb verzonnen. Net als iedereen hecht ik veel belang aan mijn eigen leven en mijn eigen familiegeschiedenis. Maar ik vind het nog veel belangrijker om goede fictie te schrijven; boeken die de diepte ingaan en iets te zeggen hebben over onze tijd.”

Jón Kalman Stefánsson,  Het geknetter in de sterren. Vertaald door Marcel Otten, Ambo Anthos, €21,99, 216 blz. Beeld
Jón Kalman Stefánsson, Het geknetter in de sterren. Vertaald door Marcel Otten, Ambo Anthos, €21,99, 216 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden