Plus Interview

Schrijver Jeroen Windmeijer gebruikte zijn oude reisdagboeken als inspiratie

Jeroen Windmeijer toen hij als jonge student een half jaar in Bolivia onderzoek deed. Beeld -

Jeroen Windmeijer verruilde zijn baan als docent godsdienst- en maatschappijleer voor het schrijverschap. Deze maand verscheen zijn nieuwe thriller, De offers, die speelt in Bolivia. 

De Nederlandse onderzoeksstudent Luc, die in De offers in de buurt van het Titicacameer in ­Bolivia betrokken raakt bij het onderzoek naar drie kindermoorden, is eigenlijk een beetje de jonge ­Jeroen Windmeijer zelf. De antropoloog Jan-Willem, die in De offers dagboeken bijhoudt, is hij óók.

Windmeijer was 24 toen hij tijdens zijn studie culturele antropologie een half jaar onderzoek deed in Bolivia. Zijn dagboeken uit die tijd kwamen hem goed van pas bij het schrijven van zijn nieuwe boek, waarin hij zich voor het eerst na zijn succesvolle religieus-historische Leidse thrillertrilogie buiten zijn studentenstad waagt.

Windmeijer (50): “Ik ben die dagboeken gaan herlezen en ik heb er volop uit geput. Ze hadden iets ontroerends, iets naïefs. Het is als een teletijdmachine waar je instapt, terug naar je oude zelf. Ik ben die jongen die zo dronken werd op dat dansfeest, die jongen van wie ze dachten dat hij een spion was. Maar ook die jongen die daar, zoals Luc in mijn boek, voor een volle kerk psalm 23 staat te zingen ”

Hoe wordt een doctor in de culturele antropologie thrillerschrijver?

“Ik heb van jongs af aan veel gereisd en ik schreef altijd uitgebreide brieven naar huis en reisdagboeken – over alles wat ik zag, de geschiedenis van de plaatsen die ik bezocht, met mijn eigen ervaringen erdoorheen. Heel waarheidsgetrouw. In mijn latere wetenschappelijke werk moest ik alles verantwoorden: literaire verwijzingen, voetnoten. Als tegenhanger ging ik verhalen schrijven; daarin ervoer ik vrijheid. Mijn eurekamoment kwam toen ik een alinea aan het deleten was omdat wat ik had geschreven niet ‘waar was gebeurd’. Ineens bedacht ik: hé, het hoeft niet waar gebeurd te zijn. Ik kan als basis nemen wat ik heb meegemaakt en daar vervolgens mijn fantasie op loslaten.”

Toch is de wetenschapper bij u nooit ver weg. Ook De offers bevat vier pagina’s geraadpleegde bronnen.

“Ik was tot dit jaar leraar godsdienst- en maatschappijleer en al heb ik mijn baan nu opgezegd, ik blijf leraar in hart en nieren. Ik wil onderwijzen. Een thriller van a naar b en dat de butler het dan heeft gedaan, interesseert mij niet. Ik wil boeken schrijven waar mensen wat van kunnen opsteken. Misschien is het calvinistisch, maar ik schrijf ‘ter leering ende vermaeck’.”

Uw eerste drie boeken speelden in Leiden, de stad waar u studeerde en woont. Waarom hebt u nu voor Bolivia gekozen?

“Het is heel goed dat ik in Leiden ben begonnen, waar ik de sfeer ken en elke kerk en straathoek – schrijven over wat je kent. Maar hoe je het ook wendt of keert, Leiden is klein. Bij dit soort boeken, waarin mensen achter elkaar aan rennen kom je dan toch telkens weer bij de Pieterskerk, de Burcht of de Hortus uit. Ik wilde mezelf niet gaan herhalen.”

Uw boeken zijn doordesemd van religie. In De offers zien westerse priesters met frustratie hoe het door hen uitgedragen christendom het aflegt tegen het plaatselijke natuurgeloof. Het Oude Testament speelt ditmaal een grote rol.

“Ik heb een rooms-katholieke achtergrond en ben bekeerd geraakt tijdens mijn studie. Een klassieke bekering: ik deed drie weken veldwerk in een dorpje in de Achterhoek. Op een zonnige, koude dag fietste ik daar en begon ik onbedaarlijk te huilen, ik werd overvallen door een diep geluksgevoel. Ik heb dat door mijn achtergrond als religieus geïdentificeerd, dat altijd met een godservaring verbonden. Ik heb me aangesloten bij de Baptisten, me opnieuw laten dopen. Ik ben langs studentenhuizen gegaan om over Jezus te vertellen.” Lacht. “Ja, ik heb een grote zendingsdrang.”

Maar u bent ook weer van uw geloof gevallen.

“In De offers zit een scène waarin een Italiaanse priester tijdens een doop de kerkgangers enorm uitfoetert om hun bijgeloof. Ik heb dat zelf in Bolivia meegemaakt, ik was de peetvader van een kindje uit mijn gastgezin. Die priester zat daar al veertig jaar en vierde al zijn frustratie bot op die mensen omdat hij hun gebruiken niet had kunnen uitroeien. Daarvan was ik enorm van mijn stuk omdat ik ze had leren kennen als fatsoenlijke mensen.”

“Terug in Nederland ben ik hier met een dominee, met ouderlingen, over gaan praten. Zij zagen in die Bolivianen met hun natuurgeloof alleen maar mensen die op weg naar de hel waren. Daar had ik zoveel moeite mee dat ik van de kerk ben afgedreven. Maar ik heb nog altijd een eindeloze fascinatie voor de figuur Jezus. Ik lees alles wat los en vast zit over Jezus. Ik zei voor de klas ook altijd zonder ironie: ‘Ik ben fan van Jezus’.”

Jeroen Windmeijer, De Offers, HarperCollins, €20,99, 382 blz. Beeld -

“Waarbij aangetekend: ik denk dat het een hervertelling is van het lenteverhaal, wanneer in de lente de ­natuur die dood is weer tot leven komt. Het is meer ­mythologie, je ziet het terug in andere religies, met de wederopstanding van Osiris bij de Egyptenaren, Adonis bij de Grieken. Die verhalen zijn duizenden jaren ouder dan het christendom.”

In De offers verwijst u naar het Oude Testament en Jacob die zijn zoon Isaac moet offeren. Ook daar trekt u de vergelijking met soortgelijke offerverhalen uit de mythologie.

“Het opstandingsverhaal, het offerverhaal, het zijn universele thema’s en volgens mij mis je de boot als je die verhalen letterlijk gaat nemen. Iets hoeft niet waargebeurd te zijn om waar te zijn. Het gaat altijd om wat eronder ligt. Dat zie ik ook met het geloof in Pachamama van de Bolivianen, in ‘Moeder Aarde’. De manier waarop zij met de aarde omgaan, is een belangrijke les voor onze tijd. Zij gaan ervan uit dat de wereld bezield is; de wind, de bomen, de bergen, de regen – ze zijn als personen met wie je in relatie moet treden. Er moet sprake zijn van balans en wederkerigheid. Je mag niet meer van de aarde nemen dan je kan geven, anders neemt de aarde wraak.”

“De centrale insteek van mijn scriptie van toen was: het landbouwbedrijf is moeder aarde helpen baren. Zo zie je dat alles wat ik hiervoor heb gedaan nu samenvalt: het onderzoek, mijn visie op het christendom, het schrijven. In de religieus-historische spannende fictie heb ik mijn niche gevonden.”

Jeroen Windmeijer Beeld Taco van der Eb
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden