Plus Interview

Schrijver Jens Christian Grøndahl: ‘De verbeelding wordt bedreigd’

De vrijheid van literatuur ligt onder vuur. Althans, dat beweert Jens Christian Grøndahl (60). De Deense schrijver was in Amsterdam om te spreken over zijn nieuwe roman, De storm.

Jens Christian Grøndahl: ‘Het leven is eenvoudiger zonder sociale media.’ Beeld Hilde Harshagen

Ondanks dat hij in zijn bestaansrecht als schrijver van literatuur wordt bedreigd – daarover later meer – zit hij er rustig bij in een kamer van het Amsterdamse Ambassade Hotel. De Deense schrijver Jens Christian Grøndahl.

Zijn nieuwe roman, De storm, handelt over de schrijver Adam Huus. Hij staat op het punt zijn leven in Kopenhagen op te geven en met zijn vrouw Harriët bij haar hulpbehoevende vader op het platteland te gaan wonen. Dan is er een dochter uit zijn vorige huwelijk die in een psychose is geraakt, en een zoon met wie hij nauwelijks contact heeft. En dan is er nog een MeToo-verhaallijn.

“Dit is geen MeToo-roman,” zegt Grøndahl een beetje streng. “Dat is maar een deel van het verhaal, maar niet waar het boek om draait. Het verhaal gaat over iemand die op zekere leeftijd ontdekt hoe zijn leven uit elkaar dreigt te vallen. Hij dacht dat hij kon terugkijken op wat hij had bereikt in zijn leven. En dat hij het goed had gedaan. Als man, vader en schrijver.”

Het is vooral een roman over hoe het is om een ouder te zijn. Over angst en schuld. Adam, die zijn eerste vrouw verliet voor Harriët, en die, misschien door die scheiding, zijn dochter Rebecca van zich weg heeft zien drijven.

“Adam voelt zich machteloos. Dat maakt het verhaal pijnlijk. Dat is belangrijker dan die MeToo-zaak, die te maken heeft met iets wat over hem wordt gezegd op Facebook. Ik schrijf over iemand voor wie sociale media helemaal geen rol spelen, niet belangrijk zijn. Hij is ook geen gebruiker ervan. Net als ik dat niet ben. Ik heb geen Facebookaccount of een Instagram­account. Ik heb, toen de druk hoog was je op sociale media te profileren, heel makkelijk besloten daar niet mee bezig te zijn. En het leven is echt eenvoudiger zonder. Omdat ik dus niet weet wat er op sociale media rondgaat, en dat geldt ook voor Adam.”

Autobiografische fictie

“Adam wordt verteld wat er gaande is. Hij heeft vaag een idee dat er iets aan de hand is, maar hij is er niet echt bezorgd om. Het is een soort fictie voor hem, het is iets wat er eigenlijk niet is. Het is iets wat gebeurt in zijn ‘afwezigheid’. Ik heb hetzelfde. Het ligt aan onze leeftijd, we zijn er niet mee opgegroeid.”

Die leeftijd. Je mag het natuurlijk niet vragen, maar zit er iets van Adam Huus in Jens Christian Grøndahl?

“Ik neem het je niet kwalijk dat je dat vraagt, omdat dit juist een roman is waarin persoonlijke ervaringen een rol spelen. Adam is niet voor niets een schrijver.” En Jens Christian Grøndahl is ook voor de tweede keer getrouwd, maar dat zegt hij niet.

“Al blijft het wel heel duidelijk fictie. Ik wilde in deze roman reflecteren op de roman, en op de betekenis van romans, zeg fictie, in onze samenleving. Je gaat niets verraden over de plot, mag ik toch hopen?”

Nadat hij is gerustgesteld, gaat de internationaal gevierde schrijver weer verder. “Ik reflecteer op de betekenis van de roman omdat de laatste jaren de vrijheid van literatuur onder vuur is komen te liggen. Voornamelijk door twee zaken die ook nog eens met elkaar te maken hebben. Ten eerste. Er is een behoefte, of drang, onder vooral de jongere schrijvers om autobiografische fictie te schrijven. Ze schrijven voornamelijk over zichzelf. Direct, zonder filter. Zonder het in literatuur om te zetten. Het gaat één op één over hun eigen leven. En wat er dan gebeurt, is dat waar het om draait alleen neerkomt op het feit dat het echt gebeurd is. Dus dat is de waarde van die boeken, en niet de literaire merites. Niet dat het een goed verhaal is, of dat het goed geschreven is. Dat vind ik echt verontrustend, omdat dat de weg vrijmaakt voor een diepe minachting van de literatuur op zichzelf.”

Hij kijkt even om zich heen, weet wie hier allemaal in dit hotel hebben verpoosd. In de bibliotheek staan de boeken van grote verhalenvertellers. John Irving, Donna Tartt, Orhan Pamuk, om er een paar te noemen.

“Wat wordt bedreigd, is de verbeelding. De kans om jezelf te vergeten, je te verliezen. Het geweldige van literatuur is, bijvoorbeeld als je jong bent en begint te lezen, dat je kunt ontsnappen! Ontsnappen aan je saaie leven. Ontsnappen aan je stomme ouders. Ontsnappen aan die verschrikkelijke buitenwijken. En meegaan met die andere personages die andere ­levens leiden. En dan na het lezen je eigen gevoelens beter begrijpen omdat je over andere personen hebt gelezen die hetzelfde voelden. Door jezelf te vergeten, ontdek je jezelf. En je merkt dat je groeit, dat je meer bent dan je dacht dat je was. Dat is het prachtige van literatuur.”

Universele conflicten

Hij haalt een regel aan uit Leaves of Grass van de Amerikaanse dichter Walt Whitman. ‘I am large, I contain multitudes’, ooit door Huub Beurskens vertaald als ‘Ik ben weids, ik bevat menigten’. “Ik kan iedereen worden en ik kan mezelf herkennen in iedereen. Dat gaat allemaal verloren als literatuur een één op één­reflectie is van het leven van de schrijver.”

Een andere bedreiging voor de literatuur is volgens Grøndahl politieke correctheid. “Het idee dat je niet mag schrijven over iets waar je niets vanaf weet. Hemingway heeft beginnende schrijvers geadviseerd: write about what you know. Dat is een goed uitgangspunt. Maar blijf daar niet in hangen! Je moet ook schrijven over dingen waarvan je niets of niet zoveel af weet. Om je verbeelding te exploiteren.”

Dan: “Het is een beetje de tendens dat je verteld wordt dat je als witte Europese man niet geacht wordt te schrijven over bijvoorbeeld een gekleurde vrouw uit een derdewereldland. Dit is een erg zwart-witvoorbeeld. De logica daarachter is dat je alleen kunt schrijven over iets wat uit je eigen leven of achtergrond komt. Je kunt niet schrijven over de ander want de ander is anders. Ja, hallo! Dan kunnen we de hele wereldliteratuur weggooien. Je kunt het Shakespeare toch niet kwalijk nemen dat hij een witte man was? De reden dat we hem nog lezen is dat hij universele problemen en conflicten aansnijdt die we nog steeds herkennen in onze eigen levens.”

Hij las onlangs een essay van Zadie Smith, die ook vindt dat je je in een roman alles kunt veroorloven. Juist omdat het een roman is, die niet echt iets met de werkelijkheid van doen heeft.

“Ik heb altijd over vrouwen geschreven. Mij is vaak gevraagd hoe ik zo goed over vrouwen kan schrijven. Dat heeft me lang beziggehouden. Omdat het voor mij niet echt een verschil is om over een man of een vrouw te schrijven. Waar het om gaat, is om over een iemand te schrijven die anders is dan ik ben. Ik probeer me voor te stellen hoe het is om een ander te zijn. Dat is mijn werk als een romanschrijver. En of die andere persoon een man of een vrouw is, is minder belangrijk. Je vermoordt het creatieve proces door alleen over jezelf te schrijven. Dat is te beperkt.”

Vertaald door Femke Muller, Meulenhoff, €21,99, 240 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden