PlusDe Klapstoel

Schrijver Gustaaf Peek: ‘Indonesië zit in me, of ik wil of niet’

Gustaaf Peek (1975) is schrijver. Zijn nieuwe historische roman A.D. speelt zich af in de tijd dat de eerste scheepsreizen vanuit Nederland naar het latere Nederlands-Indië werden georganiseerd. Eerder schreef hij onder meer de romans Dover en Ik was Amerika.

Gustaaf Peek.  Beeld Harmen de Jong, met dank aan het Scheepvaartmuseum
Gustaaf Peek.Beeld Harmen de Jong, met dank aan het Scheepvaartmuseum

Haarlem

“Ik ben er geboren en werkelijk ook alleen maar dat. Mijn ouders woonden in Nieuw-Vennep. Een maand of zes na mijn geboorte zijn we verhuisd naar Hoenderloo, op de Veluwe. Ik kom uit een in sociaal, cultureel en etnisch opzicht wild gemengd nest. Hoe ouder ik word, hoe meer ik onder de indruk raak van alle bronnen die mij hebben gevormd. Veel Nederlands zit er niet bij.”

“Mijn grootvader van vaders kant was een Duitser, die met een Engelse was getrouwd en ook nog eens heel chic was. Mijn moeder kwam uit Indonesië en was juist van heel eenvoudige komaf. Mijn vader en zij leerden elkaar in de late sixties kennen in Jakarta. Hij was journalist en was in Indonesië correspondent voor onder meer The Guardian, Het Vrije Volk en de Wereldomroep.”

Leiden

“Ik heb er tien jaar met heel veel plezier gewoond. Ik ben er volwassen geworden, zelfstandig. Ik studeerde aanvankelijk rechten. Met veel pijn en moeite haalde in twee jaar mijn propedeuse. Daarna ben ik gaan doen wat ik echt wilde: Engelse taal- en letterkunde. ­Boeken lezen en daar iets van vinden! Leiden was wel een openbaring na Hoenderloo. Daar had je vooral bossen, in Leiden leerde ik Holland kennen. Grachten, oude gevels, terrassen. Het was een soort inleiding op Amsterdam, waar ik na Leiden ging wonen.”

Peek & Cloppenburg

“Ik ben met het bedrijf verbonden door mijn betovergrootvader. Ik ben de achterachter­achterkleinzoon van een van de twee oprichters. Nee, nee, ik ben daardoor niet rijk. De ­Peeken waren meer van het leven dan van het zakendoen. Mijn grootvader heeft zich losgemaakt van de family business. Ik kan het hem niet verwijten, ik zou waarschijnlijk hetzelfde hebben gedaan. In Amsterdam heb je een filiaal van Peek & Cloppenburg op de Dam, een heel enkele keer loop ik er binnen, maar in Nederland is het bedrijf verder amper meer aanwezig. In Duitsland, ook in de voormalige DDR, is dat anders. Peek & Cloppenburg heeft daar de allure van de Bijenkorf: echt upmarket, ze verkopen de grote merken, zitten ook in mooie panden.”

Gitaar

“Ik heb er vier, daar staan ze. Ik ben net verhuisd en heb eindelijk de ruimte om ze uit te stallen. Het lekkerst speelt de Japanse Fender Strat. De jongste aanwinst is die semi-akoes­tische Eko daar. Na het verkopen van enkele camera’s had ik wat geld te besteden en heb ik hem gekocht bij Palm Guitars, de zaak van de ons helaas ontvallen, internationaal vermaarde instrumentenhandelaar Søren Venema. De Eko is een beetje een frankensteininstrument, iemand heeft er in het verleden flink aan ­verbouwd. Maar er zit een geweldig Charlie Christian-element op, wat tot een rijk en ge­varieerd geluid leidt; je kunt alles spelen op deze gitaar.”

Gitaarles

“Sinds 2,5 jaar zit ik op les. Ik speel al sinds mijn 15de, maar dat was vooral op gehoor en gevoel, heel soms pakte ik er een boekje bij. Het voelt als een groot menselijk geschenk dat ik nu echt gitaar leer spelen. Ik speelde altijd vooral blues, door die lessen ga ik nu ook voorzichtig een beetje de kant op van de jazz. Met iemand tegenover je die het je uitlegt en met wie je samenspeelt, ga je zó snel vooruit. Ik ga steeds fijner spelen, kan me steeds beter uitdrukken op de gitaar. Ik merk ook dat het goed voor me is.”

A.D.

“Mijn nieuwe boek. Het gaat, in beginsel, over een reis en een ontmoeting. Het speelt zich meer dan 400 jaar geleden af. Eind 16de eeuw bestond de VOC nog niet, maar vertrokken er vanuit de Republiek al wel schepen naar de Oost. Een heel wilde tijd was het. De routes moesten nog worden ontdekt, de kaarten klopten nog niet. Al die partijen voerden ook echt een race: wie haalde als eerste de specerijen en daarmee het grote geld binnen? Wie wist als eerste de eilanden te veroveren? Alles was verrassend, gevaarlijk en vreemd. In 1602 kwam met de oprichting van de VOC een einde aan die woeste concurrentiestrijd.”

Schrijven

“Ik ben zo’n schrijver die veel denkt. Zitten en mijmeren, dat is het voor een groot deel. Aan A.D. heb ik zo’n vier jaar gewerkt. Dat is langer dan bij eerdere boeken, maar ik moest dit keer ook veel onderzoek doen. Ik vind dat researchen heerlijk, maar op een zeker moment moet je wel tegen jezelf zeggen: nu is het genoeg. Anders blíjf je doorgaan. Ook het schrijven zelf vind ik fijn. Als het goed gaat, ben ik echt gelukkig. Alleen bij het laatste hoofdstuk van A.D. heb ik geworsteld. Uit een ceremonieel gevoel wilde ik dat hier, in ons nieuwe huis, schrijven. En toen zat ik daar in de keuken, alles nog in de bonte kleuren van de vorige bewoners, en wilde het ineens niet meer lukken met het boek. Ik heb heel veel eindes geschreven, maar was nergens tevreden over. De muziek bracht redding. Ik had No surprises van Radiohead opstaan en dat leek zich werkelijk onder mijn huid te bewegen. Ineens wist ik waar ik heen wilde gaan en welke woorden ik daar bij moest gebruiken.”

Karl Marx

“Ha, de oude Karl. Hij kwam serieus in mijn leven in 2011, toen ik in de Oude Manhuispoort zijn Het Communistisch Manifest kocht. Ik was altijd al een linkse jongen, maar toen werd het pas echt wat. In 2017 schreef ik het pamflet Verzet, pleidooi voor communisme. Marx heeft me geholpen met denken en dromen en drammen. Hij doet het tegenwoordig weer goed bij jongeren, ja. Dat is ook niet vreemd natuurlijk. De wereld die je als jongere krijgt van de gene­raties voor je... Kom dan maar eens niet uit op Marx, zou ik zeggen. Marx is ook nooit weg geweest, hij is wel weggehouden.”

“Bij de val van de Muur is veel waardevols met het badwater weggegooid. We zijn kostbare tijd verloren. De landen van het voormalige Oostblok hebben niet de kans gekregen zich vrijelijk te ontwikkelen. Wie weet wat voor landen met wat voor economieën dat hadden kunnen worden. Ze konden alle kanten op, maar we hebben ze meteen onze, kapitalistische kant opgetrokken. Of de mensen daar dat niet zelf wilden? Kapitalisme is een zeer omvattend systeem. Als je er niet aan meedoet, ben je onmiddellijk chantabel. Je kunt uitgesloten worden van eten, drinken, energie. Zeg dan maar eens nee.”

Indonesië

“Ik heb een heel ingewikkelde verstandhouding met dat land. Ik houd ervan, maar er is ook veel op aan te merken. Ik zal er altijd naar verlangen, maar ik zal er ook altijd afstand van willen houden. Altijd zal er die grote, kloppende contradictie in mij zijn. Mijn vader is in 2012 overleden. Mijn moeder woont in een huisje in Solo, midden-Java. Daar is ook andere familie. Indonesië zit in me, of ik wil of niet. Ik kom er geregeld. Vorig jaar kon ik er niet heen vanwege corona, dit jaar alweer niet. Ik begin het warempel te missen.”

D&E

“De D&E aan wie mijn boek is opgedragen, zijn Dwi en Eko, kinderen die mijn moeder al had voor ze mijn vader ontmoette. Mijn halfbroer en halfzus, zogezegd, maar dat vind ik zulke vreselijke woorden, het zijn gewoon mijn broer en zus. Dwi is vijf jaar geleden overleden, ze was huisvrouw. Eko runt een warung, zo’n eetstalletje langs de weg. Om half zes ’s ochtends kunnen mensen op weg naar hun werk al bij hem aanschuiven. Hij spreekt wat Engels, ik een klein beetje Bahasa, samen komen we er altijd wel uit. Ik weet niet of ik ooit nog een Indonesischer boek ga schrijven dan A.D. En ook al is het een historische roman, het is in wezen ook een heel autobiografisch boek. Ik onderzoek iets dat diep, diep, diep in mij zit.”

Elvis Presley

“Mijn alfa en mijn omega. Ik leerde Elvis kennen toen we op mijn 10de thuis eindelijk een pick-up kregen. We hadden maar twee platen: een met hawaïmuziek van steelgitarist Rudi Wairata en een van Elvis Presley. Ik blijf altijd bij Elvis terugkomen. Bij het schrijven van het tweede deel van A.D. heb ik heel veel naar hem geluisterd en dan vooral naar de Elvis uit de late jaren zeventig, vlak voor zijn dood . Ik kwam echt in een soort muzikale rabbit hole terecht. Je hebt zo’n cd, The Jungle Room Sessions, met muziek die hij in die latere jaren thuis opnam, en die heb ik echt again en again en again gedraaid. Het is muziek vol tragiek en pathos, retefout eigenlijk. Elvis was niet meer bij stem, zat aan de drugs. Ik was er altijd een beetje bij weggebleven, nu had ik er voor het eerst gevoel bij. Je kunt zeggen dat ik met het voltooien van mijn boek ook mijn luistercarrière als Elvisfan heb voltooid.”

Billy Bakker

“Ik zou bij God niet weten wie dat is. O, een hockeyer. Van mijn 10de tot mijn 12de heb ik ook gehockeyd, bij een club in Apeldoorn. Ik was nog best goed ook, maar een teamsport was niet iets voor mij. Later heb ik aan judo en karate gedaan; goed voor lichaam en geest en passend bij een Indische jongen als ik.”

A.D.

Gustaaf Peek
Uitgeverij Querido
€23,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden