PlusInterview

Schrijver Gerwin van der Werf: ‘Een hoofdstuk zonder grap is een dood ding’

Beeld Jakob Van Vliet

Voor zijn vijfde roman, Strovuur, koos schrijver Gerwin van der Werf (50) voor het perspectief van een 17-jarig meisje. ‘Ook omdat lezers altijd de neiging hebben personages gelijk te trekken aan de schrijver.’ 

‘Het is dinsdag precies tien jaar geleden dat mijn schrijfcarrière begon,” zegt Gerwin van der Werf eind januari in stadscafé Van der Werff in zijn woonplaats Leiden. “Toen won ik de Turing Gedichtenwedstrijd. Kon ik meteen in De Wereld Draait Door opdraven om mijn gedicht voor te dragen. Het gekke was, nou ja, dat er met geen woord over gerept werd dat ik een beginnend schrijver was en dat mijn debuutroman twee maanden later zou verschijnen. Het ging erom dat mijn gedicht uit de 16.000 inzenders was gekozen, dat ik nooit eerder een gedicht had geschreven, en dat er ook allemaal echte dichters hadden mee­gedaan.”

Hij kan er nu om lachen. “Mijn debuut, Gewapende man, viel twee maanden later aardig dood. Ik dacht een bliksemstart te hebben gemaakt door mijn optreden op televisie, maar het maakte helemaal niets uit. Je wordt precies één avond onthouden.”

Nu is er, tien jaar later, zijn vijfde roman. Het knappe, heel fijn geschreven Strovuur, over de 17-jarige Fay die met haar drie jaar oudere neef Elvin vlak voor ze weer naar school moet naar Parijs wil rijden in Elvins karakteristieke Mitsubishi Sapporo coupé uit 1980.

Desolaat landschap

“Het is een road novel in de meest klassieke zin van het woord. Maar ook een reis op zoek naar inzicht en antwoorden. Een reis waarin Fay zichzelf en haar achtergrond onderzoekt, een tijd na het overlijden van haar vader. Ze wil niet meer naar school en gaat met Elvin (kort lontje), die net is ontslagen als fietskoerier, op pad.”

“Het is ook, vind ik, een mythologische reis, een Odysseeachtig verhaal in een abstract landschap. Want het gaat natuurlijk helemaal niet om de rit naar Parijs. Parijs is het droombeeld, maar ze raken verstrikt in het desolate landschap van Wallonië en ruraal noord-Frankrijk. Unheimisch, achter elke deur kan zich iets onheilspellends afspelen. Ze kunnen de uitgang niet vinden en blijven maar onderweg.”

Van der Werf is altijd op zoek naar decors, afgelegen plekken waar hij zijn verbeelding op los kan laten. In Gewapende man was dat Zeeuws-Vlaanderen, in zijn voorlaatste roman, Een onbarmhartig pad, was dat IJsland.

“Mijn derde roman, Luchtvissers, speelde op een eiland. Ik zoek die afgelegen plekken omdat ik dan het gevoel heb dat ik mijn verhaal onder controle kan krijgen en mijn personages tot op het bot kan uitbenen omdat ze niet aan de situatie kunnen ontsnappen. Ik heb ze daar neer­gezet en ze zijn overgeleverd aan wat ik voor ze verzin. En ik ben het natuurlijk vaak toch zelf, dus ik onderwerp mezelf ook aan allerlei beproevin­gen door mezelf in zo’n situatie te ­zetten. Het is ook een zelfonderzoek.”

Dat deed hij ook in Strovuur. En hoe. Van der Werf vertelt Strovuur vanuit Fay, in de eerste persoon. Het is voor het eerst dat hij het perspectief van een vrouwelijk personage gebruikt.

“Dat wilde ik graag proberen. Ook omdat lezers altijd de neiging hebben personages een op een gelijk te trekken aan de schrijver. Dat is iets waar je je altijd tegen teweer moet stellen; ik ben het niet, het is een personage in een roman, het is fictie... Ik dacht: daar ben ik mooi vanaf als ik mezelf in een 17-jarig meisje verplaats.”

Is ze dan volwassen?

“Dat het een meisje is dat dacht zoals ik dacht toen ik jong was, is een ander verhaal. Ik vind dat ik in Fay voor een deel mezelf mag zijn. Dat vond ik ook interessant om te onderzoeken.

Eigen ik mezelf iets toe als ik over een vrouw schrijft? Goede vraag, Het zou niet meer mogen, toch? Je mag alleen nog maar over jezelf schrijven, anders eigen je jezelf iets toe. Wat een onzin. Ik vind dat het kan, en ik denk ten diepste ook dat het niet veel uitmaakt. We zijn allemaal mensen, met verlangens en angsten. Laten we ophouden met de nadruk te leggen op verschillen, maar kijken naar wat ons allemaal bindt.”

Dat is dan gezegd. Tijdens de reis naar Parijs, ergens in een bos, draait de roman en kan de lezer zich afvragen of het waar is wat er allemaal gebeurt. “Ja, daar speel ik mee. De gebeurtenissen zijn vrij absurd, en misschien wel onwerkelijk, en gaandeweg is het meer een innerlijke reis die Fay maakt, maar ik wil daar niet te veel van weggegeven.”

Van der Werfs redacteur zei over zijn hoofdpersonage: ‘Fay is het vrouwelijke antwoord op Holden Caulfield’. “The Catcher in the Rye is een boek dat ik heb gelezen toen ik zeventien was. Ik vind het ook wel griezelig, zo’n vergelijking, en ik weet ook niet zeker of het een coming-of-ageverhaal is, of ze aan het einde van het boek volwassen is geworden. Ze heeft een aantal dingen op een rijtje gezet maar ze gaat gewoon door met zijn wie ze is.”

Naast schrijver en muzikant (hij speelt viool, basgitaar en piano) is Van der Werf muziek­docent op een middelbare school. Het hielp hem in de huid van een 17-jarig meisje te kruipen. “Zonder mijn werk als docent had ik het boek niet zo kunnen schrijven. Ik ben heel lang mentor geweest van de leeftijdsgroep 15, 16, 17 jaar. Heb veel met ze gepraat als er problemen waren, en ik denk ik dat ik me goed kan inleven in hun denkwereld.”

En mijn eerste auto was...

Muziek speelt in al zijn boeken, op één na, een grote rol. In Strovuur gaat het om een middeleeuws koorboek, een graduale. Waar Van der Werf aanstekelijk over vertelt. “Ik vind het heel leuk muziek in mijn boeken te brengen. Omdat ik daar veel van weet en het is fijn om te schrijven over iets waar je met autoriteit over kunt spreken.”

En auto’s? Gerwin van der Werf lacht. “Ja, die Mitsubishi Sapporo speelt een grote rol in het boek. Mijn eerste auto was ... en nu denk jij: een Mitsubishi Sapporo. Maar nee. Ik ging met vrienden mijn eerste auto kopen. Tweedehands. En we kwamen in een Mitsubishi Sapporo coupé te zitten. Met van die pooierig roze bekleding. Dit is het helemaal! schreeuwden we. Maar ik koos voor een hele saaie, degelijke Toyota Corolla. Daar heb ik spijt van gehad. Twee maanden later stond ik langs de snelweg met een kapotte versnellingsbak. Het had er natuurlijk veel beter uitgezien als ik daar met een kapotte Mitsubishi Sapporo had gestaan.”

Het geklooi met de Mitsubishi in de roman is erg grappig. Er zit sowieso veel humor in Strovuur. “Ik kan niet zonder humor schrijven, een hoofdstuk zonder grap is een dood ding. En ik neem alles ook niet al te serieus. Je moet altijd twijfelen, twijfelen is een plicht. Ik laat een man in het boek een beetje pesterig aan Fay – die bevattelijk is voor kunst – vragen waarom literatuur meer waard zou zijn dan koekjes bakken. Ik vind dat leuk, om sterke opvattingen ter discussie te stellen, mijn hoofdpersonage een beetje uit het lood te slaan. Ja, daar heb ik lol in.”

Gerwin van der Werf, Strovuur Atlas Contact, 248 blz., €21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden