PlusInterview

Schrijver Frederik Willem Daem over de schoonheid van het volkscafé: ‘Het wordt cultureel erfgoed’

De debuutroman van de Vlaamse schrijver Frederik Willem Daem speelt zich af in een dorpscafé, een schets van een wereld die verdwijnt.

Frederik Willem Daem:‘Ik was dat mistroostige individu dat daar elke avond zat, met zijn laptop en zijn pintje.’Beeld Nosh Neneh

Het leek De Bezige Bij wel een goed idee om op café af te spreken. De debuutroman van Frederik Willem Daem, Tekens van leven, speelt zich namelijk bijna volledig af in een klassiek dorpscafé. Ter inspiratie zat Daem drie jaar in de kroeg, zowat elke avond, tot sluitingstijd. Veldwerk om diep voor te buigen.

Op het terras van De Blauwe Druif neemt hij een cappuccino. Het is twee uur ’s middags, net te vroeg voor een pintje. De auteur: “Twee uur kan heel gevaarlijk zijn.”

Hoe ziet zijn ideale kroeg eruit? Daem: “Ik denk dan meteen aan lambrisering. Veel hout, een ongedwongen huiselijkheid en een belangrijke voorwaarde is dat iemand in theorie kan gaan zitten zonder iets te bestellen. Rozen­verkopers die even hun ogen mogen sluiten en een glas kraanwater krijgen. Een café is ook een publieke ruimte, een democratische vrijplaats waar wij, die elkaar niet kennen, gewoon naast elkaar kunnen zitten en een babbeltje kunnen slaan.”

Dergelijke kroegen sterven uit, ook in België. “Het wordt cultureel erfgoed.”

In 2016 won Daem de Debuutprijs met zijn verhalenbundel Zelfs de vogels vallen. Daarna kreeg hij de opdracht een kort verhaal over Antwerpen te schrijven. Hij ging naar café De Raaf in Antwerpen, een mythisch volkscafé, beroemd geworden door het boek Café De Raaf nog steeds gesloten van cultschrijver Jean-Marie Berckmans.

Daem nam plaats met zijn laptop, keek rond en begon te schrijven. Keek niemand daar raar van op? “Ik had alleen in het begin wat moeilijk­heden, omdat niemand het password van de ­wifi kende. Daar had nog nooit iemand naar ­gevraagd. Zo’n soort kroeg was dat, dan weet je al hoe laat het is.”

Collectieve eenzaamheid

Zijn opdracht was vijf pagina’s, hij schreef er veertig. Het verhaal van Tekens van leven zat er al in: ex-reclameman zoekt toevlucht in café om gebroken relatie te verwerken en stelt zich de vraag: is het makkelijker mijn verwoeste leven terug op te bouwen of helemaal vanaf nul opnieuw te beginnen?

Daem: “Ik wist, dit wordt het boek. De wereld die ik hier voor me zie, loopt op zijn einde. In dergelijke cafés moet je het hebben van het alcoholisme van de klanten, mensen die vanaf ’s ochtends hun uitkering of loon komen opdrinken. In collectieve eenzaamheid. Het is makkelijk daar een oordeel over te vellen. Ik wilde juist op zoek naar de schoonheid daarvan. Het idee van: ik ben niet alleen.”

Hij keerde terug naar zijn woonplaats Brussel en werkte drie jaar aan zijn roman, in cafés met de fraaie namen Prestige en Au petit Stella. “Een fenomenale kroeg. Als iemand op vakantie gaat, stuurt hij een ansichtkaart naar het café en die komt op een prikbord te hangen.”

Zijn personages zijn samenraapsels van figuren die hij ontmoette. Voelde hij zich geen ­voyeur? “Ik probeerde subtiel te zijn en na een tijd hoorde ik ook tot het meubilair. Ik was dat mistroostige individu dat daar elke avond aan de zijkant zat, met zijn laptop en zijn pintje. Ze dachten: als dat uw leven is. Ze hadden eerder medelijden met mij en ik kan het hun ook niet verwijten.”

Hij schreef ’s nachts, zeker de laatste acht, ­negen maanden, vanaf thuiskomst tot zeven uur ’s ochtends. “Dat was mijn ritme, ik leefde volledig omgekeerd. Mijn vriendin vond het ­zalig, ze had het hele bed voor zichzelf. Ik ging slapen een uurtje voordat zij moest opstaan om te werken.”

Zijn vriendin wordt in het nawoord uitbundig bedankt.

Vertrouwd gevoel

In de kroegwereld van Daem kent iedereen ­elkaar, een universum op zich, hoe klein ook. “Voor een worm in een mierikswortel is de ­wereld een mierikswortel, luidt een ­Hebreeuws gezegde. Ook voor deze mensen is de wereld niet groter dan hun café en dat is een heel geruststellende gedachte. We zijn allemaal op zoek om onze plek te hebben. Een vertrouwd gevoel, een kern die klopt.”

Dat is droevig en prachtig tegelijk. “Op dat spanningsveld zit mijn roman. Dat vertrouwde van het verleden is een illusie, waarnaar steeds opnieuw teruggegrepen wil worden, maar dat bestaat niet meer. Er is alleen nog maar vooruit, constant vooruit.”

Voor zijn boekpresentatie bouwde Daem een echt café na. Het was de bedoeling tijdelijk cafébaas te worden in zijn eigen fictieve café, maar door corona ging dat allemaal niet door. “Dat was even een bittere pil, maar ik heb het vrij snel kunnen relativeren. Iedereen zat in dezelfde misère en dan is het niet gepast te wentelen in zelfmedelijden.”

Een gesloten café, hij ziet er zelf de symboliek wel van in. “Het is het lot dat al die echte volkscafés te wachten staat.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden