PlusInterview

Schrijver en vluchteling Blasim: ‘In het licht van de dood is het leven een illusie’

Hassan Blasim: 'Ik vind het saai als humor niet wringt. Er moeten verschillende emoties bij komen kijken, dat benadert de menselijke aard het beste.'  Beeld Katja Bohm
Hassan Blasim: 'Ik vind het saai als humor niet wringt. Er moeten verschillende emoties bij komen kijken, dat benadert de menselijke aard het beste.'Beeld Katja Bohm

Schrijver en filmmaker Hassan Blasim (1973) vluchtte uit zijn thuisland Irak. Nu woont hij in ballingschap in Finland. In zijn roman Allah 99 probeert hij de clichés over vluchtelingen te ontkrachten.

“Allah heeft 99 namen, vluchtelingen hebben 99 verschillende karakters; sterk, zwak, blij, verdrietig, beschadigd. Maar Europeanen hebben hun ideeën over vluchtelingen in beton gegoten: Vluchtelingen hebben een trauma, ze zijn beschadigd, ze liegen. Onzin, vluchtelingen hebben allemaal hun eigen manieren om met trauma’s om te gaan,” zegt Blasim tijdens een gesprek via Zoom vanuit zijn Finse woning. Hoofdpersonage Hassan de Uil, een dierenarts die uit Irak naar Finland vluchtte, tekent voor zijn blog de verhalen op van vluchtelingen in Europa en blikt terug op zijn eigen leven.

Daarin spelen seks, drugs en alcohol een terugkerende rol. De titel zou door moslims kunnen worden opgevat als een provocatie of een belediging. Blasim reageert: “Zodra je mijn naam met de titel combineert, ontstaat er een probleem. Mijn roman wordt geweerd in Arabische landen, maar al mijn boeken zijn daar verboden, dus dat is niet nieuw. Het boek is niet gericht tegen de islam, het is fictie, maar in Arabische landen zijn ze zo gevoelig voor de klassieke taboes; religie, politiek, seks. Ik kan nooit meer terug naar Irak, dat is te gevaarlijk. Mijn moeder zal sterven zonder dat ik haar ooit nog zie. Dat vind ik heel verdrietig.”

“Ik verliet Irak in 1998, omdat ik in vrijheid films wilde maken en wilde schrijven. Eerst ging ik naar Iraaks-Koerdistan. Dat gebied wordt beschermd door de VN, dus het is er redelijk veilig. Het eerste wat ik deed was mijn naam veranderen om mijn familie te beschermen. Ik moest een nieuw verblijf vinden, maar ik had geen paspoort, dus ik deed wat alle immigranten in mijn situatie doen: ik liep. Ik heb vier jaar gelopen: van Irak naar Iran, van Iran naar Turkije, van Turkije naar Bulgarije, van Bulgarije naar Hongarije. Per toeval kwam ik in Finland terecht. Sommige immigranten hebben een heel gericht doel. Ze zijn onderweg naar een land waar familie woont. Ik had geen doel, behalve dat ik ergens heen wilde waar ik kon schrijven in veiligheid. Een vriendin van me, een Koerdische actrice, woonde in Finland. Ze zei: ‘Kom hierheen en kijk of het je bevalt.’ Dus dat deed ik. Finland is klein en vredig. De natuur is er prachtig en je kunt mensen hier vertrouwen. Als iemand zijn woord geeft, is dat bindend als een contract.”

“Finland heeft geen geschiedenis met immigratie, veel immigranten voelen zich niet welkom. Dat gaat niet op voor mij. Een schrijver is altijd welkom. De mensen die in restaurants werken of in de schoonmaak worden anders behandeld dan ik. Als schrijver ben ik geprivilegieerd. Ik kan met de Finnen praten over James Joyce of een filmmaker als Oliver Stone. Ik heb een gedeelde taal, die maakt dat de mensen niet bang voor me zijn. Als je geen gespreksonderwerpen hebt, behalve het vluchtelingencliché, zijn mensen bang voor je.”

Afkeer van het cliché

Die afkeer van het cliché is een terugkerend thema in het gesprek. Blasim doet er alles aan om het cliché te vermijden, ook in de vorm van zijn boek. Allah 99 is een experimentele roman; een collage van (fictieve) interviews, anekdotes, kroeggesprekken, herinneringen en brieven van ene ‘Alia’ die het werk van de Roemeense filosoof Emil Cioran vertaalt in het Arabisch. Verteller Hassan is onbetrouwbaar. Af en toe stapt hij uit een interview en gaat hij in gesprek met de auteur, probeert hij het verhaal bij te sturen.

Blasim: “Het boek is een dialoog tussen mij en het fictieve personage dat ook Hassan heet en een gesprek tussen ons en bestaande personen. De interviews zijn fictief, maar hoeveel procent ervan fictief is, kan ik je niet zeggen. Ik heb me laten inspireren door de postmoderne roman. Die vorm draag ik in me. Ik schrijf theaterteksten, artikelen, interviews, poëzie, filmkritieken. Ook in mijn roman combineer ik verschillende teksten. Vergelijk het met muziek maken, je moet gevoel voor ritme hebben. Ik heb het ritme van het boek gevoeld. Daarbij vond ik het interessant om platte onderwerpen, zoals seks, te combineren met filosofie. Het boek is opgebouwd rondom tegenstellingen: thuis versus ballingschap, plat versus diepzinnig. Dat was de kerngedachte die ik had bij het schrijven. ’

Maskers voor de verminkte doden

Allah 99 bevat een rijke schakering aan interessante personages, zoals Dokter DJ; een arts die zo getraumatiseerd is na het verlies van haar man en de slachtoffers van de gevechten dat ze alleen nog maar wil opgaan in techno. Of de wrede politieagent, met de bijnaam ‘Sprinkhanenvreter’. Hun verhalen zijn aangrijpend, zoals het verhaal over de maskermaker die grappige siliconenmaskers maakt. Op een dag wordt hij bezocht door een leraar, wiens vrouw bij de ontploffing van een autobom is omgekomen. Haar gezicht is ernstig verminkt. De leraar vraagt of hij een replica van haar gezicht wil maken op basis van een foto. Een journaliste hoort dit verhaal en schrijft erover in de krant. Vanaf dat moment ontvangt de maskermaker verzoeken uit het hele land om maskers voor de verminkte doden te maken. ‘Levenden hebben een instinctieve, menselijke behoefte om afscheid te nemen van de gezichten waarvan ze hebben gehouden, niet van de gezichten die zijn verscheurd door haat,’ schrijft Blasim.

Een huiveringwekkend mooi verhaal. “Verzonnen,” zegt de schrijver, als ik hem ernaar vraag, “maar het bevat een kern van waarheid.” Hij heeft gehoord van de verzoeken die plastisch chirurgen ontvangen van nabestaanden van slachtoffers van oorlogsgeweld.

Blasim schrijft: ‘Als jongen heb ik God vaak om levenservaring gesmeekt, in de hoop daardoor een betere schrijver te worden. Maar het leven is te ver gegaan en heeft me vermalen, gekneed, gebakken, opgegeten en uitgescheten. Erger dan nodig was. Zo erg dat ik inmiddels geen onderscheid meer kan maken tussen mijn echte leven en mijn verbeelding.’

Opgroeien met de dood

Is dat het geheim van zijn verbeeldingskracht, zijn vermogen verhalen te vertellen? De auteur haalt zijn schouders op: “Als je opgroeit met de dood en van kinds af aan vriendjes en familie verliest, drukt dat een stempel op wie je bent. Ik denk elke dag aan de dood. En in het licht van de dood is het leven een illusie. Je wordt geboren en je zult sterven. Uit die gevangenis zul je nooit ontsnappen. Alleen literatuur biedt een vorm van ontsnapping.”

In Allah 99 komen mensen om door oorlogsgeweld, er worden mensen verkracht, gemarteld, er wordt iemand in brand gestoken. Toch weet Blasim ook de luchtigheid te bewaren. Hij vertelt: “Er zijn zoveel verschrikkelijke dingen in mijn leven gebeurd. Als schrijver schrijf ik niet rechtstreeks vanuit mijn beleving, maar ik schrijf vanuit mijn kennis van deze materie. Ik vind tragedie of komedie niet interessant en ik houd ook niet van melodrama. Wel houd ik van zwarte humor. In Irak is oorlog, maar mensen worden elke ochtend wakker en gaan naar hun werk, ze kopen boeken, hebben liefdesverdriet. Het leven stopt niet door de tragedie. Ik ben niet bang om het geweld te tonen, maar ik zorg er altijd voor dat mensen ook kunnen lachen. Dat mag.”

“Over mijn korte verhalen zeiden mensen: ‘Soms wil ik huilen, Hassan, maar ik moet ook vaak lachen.’ Waarop ik zei: ‘Zo is het leven.’ Als je te veel hebt gezien, zoals ik, is deze houding je houvast. Ik vind het saai als humor niet wringt. Er moeten verschillende emoties bij komen kijken, dat benadert de menselijke aard het beste. Ik heb meerdere keren in mijn leven in detentie gezeten. Als je je focust op de tragedie, hoe je tien dagen nauwelijks hebt gegeten of dat iemand je heeft geslagen, is de situatie onhoudbaar.”

“Humor houdt je op de been. Bijvoorbeeld toen ik met andere vluchtelingen werd vastgehouden in de Turkse gevangenis bij de Turks-Koerdische grens. Er liep een muis door de cel. De bewaker zei: ‘Over zes maanden zit de gevangenis vol met muizen. Ze zullen jullie opeten!’ We moesten lachen. Weet je, de mensen in die cel waren van Afghanistan naar Turkije gelopen, hadden de grootste verschrikkingen doorstaan, dit viel daarbij in het niet. Wij zeiden: ‘Die muis moet oppassen, anders eten wij hem op.’

null Beeld

Allah 99

Hassan Blasim
Vertaald door Djûke Poppinga
Uitgeverij Jurgen Maas
€24,50
280 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden