Plus

Schrijver en cardioloog Maxim Osipov: ‘Ik dacht dat het al te laat was om te gaan schrijven’

De verhalen in De wereld is niet stuk te krijgen van Maxim Osipov zijn droevig, wrang en humoristisch en gaan over hoe te leven in Rusland. Noem hem niet de tweede Tsjechov. ‘Mijn verhalen zijn gecompliceerder.’

Maxim Osipov: ‘Ik vind het belangrijk dat de lezer zelf aan de slag gaat. Ik wil het niet allemaal uitleggen.’ Beeld -
Maxim Osipov: ‘Ik vind het belangrijk dat de lezer zelf aan de slag gaat. Ik wil het niet allemaal uitleggen.’Beeld -

‘Ik was te lui.” Hij leunt achterover om, zo lijkt het, zijn woorden kracht bij te zetten. Hij legt nog net niet zijn handen op zijn buik om zich voor te doen als een eigentijdse Oblomov. “Maar toch wist ik dat ik een schrijver was. Dat heb ik altijd gevoeld.” Maxim Osipov, 57 jaar. Zoomend vanuit zijn datsja in Taroesa, Rusland. Opgeleid tot cardioloog en werkzaam in Moskou, tot hij daarmee stopte om een uitgeverij van in het Russisch vertaalde medische boeken te gaan leiden.

Tot dat ging knagen. “Op een dag realiseerde ik me dat ik een dokter was zonder patiënten, en een schrijver zonder boek.” Hij pakte het ambt van cardioloog weer op, verhuisde van zijn ­geboorte- en woonplaats Moskou naar het op twee uur rijden gelegen Taroesa, waar hij als kind vele zomers had doorbracht, en waar hij inmiddels een datsja had gebouwd. Omdat ze in het lokale ziekenhuis een cardioloog nodig hadden, ging hij daar werken. “Maar ik had nog steeds geen regel gepubliceerd, en ik dacht eerlijk gezegd dat het al te laat was.”

En toen stierf paus Johannes Paulus II. Maar belangrijker voor Maxim Osipov was dat ook een vriend van hem net was doodgegaan. Een priester. “Ik was ontzettend bedroefd, en ik wilde iets voor hem doen. In mijn dagboeken – nee, die zijn absoluut niet voor publicatie bedoeld – zocht ik naar wat ik over hem had geschreven. Ik schreef die stukken aan elkaar en overhandigde dat verhaal aan de weduwe. Het zou haar troost bieden, dacht ik. Ik vroeg ook om het aan niemand anders te laten zien. Ja, misschien was ik niet overtuigd van de kwaliteit en schaamde ik me een beetje.”

Zeven geamputeerde benen

Maxim Osipov frutselt wat aan het scherm van zijn computer. “Ze liet het aan iedereen lezen. Ze stuurde het zelfs naar een Russisch-orthodox tijdschrift in Parijs. Dat wilde de tekst graag publiceren, maar wel sterk ingekort. Ik voelde er niet veel voor, maar mijn vrienden zeiden dat ik het moest doen ter nagedachtenis aan mijn vriend. En toen ging de paus dood, en moest mijn verhaal nog een keer door de helft omdat ze meer ruimte nodig hadden voor Johannes Paulus II. Ik was woedend. Geef mij die tekst over de paus, dan kort ik die wel in, liet ik ­weten.”

Een bulderende lach schalt uit Rusland richting Nederland. “Daar konden ze in Parijs niet om lachen, dus ik gaf het aan een Russisch literair tijdschrift, en dat publiceerde de volledige tekst. Daar vroegen ze me om een tekst te schrijven waarin ik mezelf introduceerde. Dat essay maakte me enigszins beroemd. Het is nog niet vertaald, in het Engels heet het In my hometown.”

In dat vrij krankzinnige stuk verhaalt Osipov over de barbaarse toestanden in het ziekenhuis van de fictieve stad N. (wellicht Taroesa). Ook over de zeven geamputeerde benen. “Ah, dat heb je gelezen? Ja, die benen… Regels van de ­autoriteiten.”

Om duistere redenen mochten geamputeerde ledematen opeens niet meer worden verbrand. Waarop de zeven benen met een dakloze mee het graf ingingen. Het essay viel op – een uitgever noemde het ‘een cardiogram van het Russische leven’ – en was het startschot van een late, literaire loopbaan. Wat resulteerde in een aantal verhalenbundels, waaruit dertien verhalen zijn gekozen voor De wereld is niet stuk te krijgen.

“Of de lezer iets van het hedendaagse Rusland kan leren? Over Poetin? Het gaat hier niet om Facebookpagina’s, mijn vriend. Deze verhalen gaan vooral over de angst, de woede, de sfeer, het humeur van alledag. Er is ook troost, optimisme. Maar het gaat er vooral om hoe te leven, hoe je staande te houden in een land waar dingen gebeuren waar je met je gezonde verstand niet bij kunt.”

En over artsen die bijklussen, corruptie, desillusie, de nieuwe rijken, over vroeger (het ­communisme) en nu. Wrang-humoristische verhalen, deels autobiografisch, zoals het meesterlijke De zigeunerin. Osipovs stijl hangt tegen het poëtische aan. Korte, soms vreemde zinnen. Je moet je hoofd er goed bijhouden.

“Mijn verhalen neigen meer naar de poëzie dan naar de roman. Daarom kun je van romans ook meer leren dan van korte verhalen. Alles wat ik van Napoleon weet, bijvoorbeeld, heb ik uit Oorlog en vrede van Tolstoj. ”

Extreem grappig

En daar is de pijp! Op de spaarzame foto’s van Maxim Osipov is hij vaak te zien met een pijp. Zo’n kromme. Lijkt ie toch een beetje op zo’n ­negentiende-eeuwse schrijver. Tsjechov bijvoorbeeld, waarmee hij tot vervelens toe wordt vergeleken. Ook nu weer.

“Ik moet er altijd om lachen, het maakt me…”

Trots?

“Nee, dat is te simpel. Tsjechov was een dokter, ik ben een dokter. Tsjechov schreef verhalen, ik schrijf verhalen. De nieuwe Tsjechov, werd ik al eens genoemd. Een vriend van me, een dichter, werd al eens de nieuwe Chodasevitsj genoemd. Dat was een beroemde Russische dichter. Hij gaf me niet zo lang geleden zijn nieuwe bundel. Met een opdracht: ‘Voor de nieuwe Tsjechov, van de nieuwe Chodasevitsj.’ We hebben er hard om gelachen.”

Hij vindt de vergelijking oppervlakkig. “Mensen willen je categoriseren, maar ze denken er niet bij na. Ik ben geen negentiende-eeuwachtige schrijver, ik ben ook niet de enige die de nieuwe, of tweede Tsjechov wordt genoemd. Ik heb het opgezocht. Er zijn er een stuk of vijf. Ik zou graag een conferentie beleggen voor tweede ­Tsjechovs. Lijkt me interessant.”

Maxim Osipov verwijst naar Joeri Trifonov en Nikolaj Zabolotski die hem hebben beïnvloed. Niet Konstantin Paustovski, van wie hij, als vierjarige jongen op de schouders van zijn vader, de begrafenis bijwoonde. “Paustovski… Een aar­dige man, maar zijn tijd is voorbij. Ik kan me ook niet voorstellen dat mijn kinderen hem nog zullen lezen.”

Hij neemt de pijp uit zijn mond als hij hoort dat zijn Nederlandse uitgever zeer veel lof oogst met het uitgeven van Paustovski.

“Echt? Dan heb ik niets gezegd.” En hij lacht.

Om meteen over te stappen op de klassieke Russen. “Tolstoj, Dostojevski. Daar leer je altijd van. Dostojevski is de grootste humorist in de Russische letteren. Extreem grappig. Als Arkadi Svidrigailov in Misdaad en straf zegt: ‘Ik geef toe dat slechts zieken geestverschijningen hebben; maar dat bewijst immers alleen maar dat geestverschijningen niet anders kunnen voorkomen dan bij zieken, maar niet dat ze op zichzelf niet bestaan.’ Dat is heel erg diepzinnig én grappig.”

Beginner

Nog even terug naar zijn wat poëtische stijl. Die ontstond gewoon toen hij ging schrijven, hij heeft er eigenlijk geen verklaring voor. En nee, hij is nooit ook maar aan een gedicht begonnen.

“Mijn stijl… ik vind het belangrijk dat de lezer zelf aan het werk gaat, ik wil het niet allemaal uitleggen. De lezer moet flink tussen de regels door lezen. Wanneer je voor de eerste keer een gedicht leest, dan is het net de eerste keer dat je naar een muziekstuk luistert. Wil je het nog een keer aangaan? Dat geldt ook voor korte verhalen.”

En daar is ie toch weer, en nu noemt Maxim Osipov hem zelf. “Ik heb veel van Tsjechovs verhalen vaak herlezen, en elke keer vallen me nieuwe dingen op. Als het goed is, gebeurt dat ook in die van mij.”

Dan komt hij nog even terug op de door anderen hem opgelegde negentiende-eeuwse stijl. “Neem mijn verhaal Objects in mirror, dat heeft een gecompliceerde compositie. Zo componeerden negentiende-eeuwse schrijvers hun verhalen echt niet.”

Klein schopje naar Tsjechov.

Oké, verhalen. En hij schreef al essays. Zit er iets anders in het vat? Een grote roman wellicht? “Ik denk echt dat de tijd van grote romans de ­negentiende en begin twintigste eeuw was. ­Grote symfonieën. Maar misschien zeg ik dit omdat ik mezelf niet in staat acht zo’n roman te schrijven. Ik ben pas een beginner, mijn eerste fictie schreef ik in 2009. Ik oefen me op een langere adem.”

Dus wat kunnen we verwachten?

“Meer verhalen.”

Gezien die in De wereld is niet stuk te krijgen, is dat geen straf.

Maxim Osipov, De wereld is niet stuk te krijgen, vertaald door Yolanda Bloemen en Seijo Epema, Van Oorschot, €25, 384 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden