PlusInterview

Schrijver Emma Stonex: ‘Het mysterie van Flannan Isles Lighthouse sloeg bij mij in als een bom’

In De lichtwachters schrijft Emma Stonex over de mysterieuze verdwijning van een driekoppige vuurtorenbemanning. Een roman over de woeste elementen en een vervlogen tijdperk.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Ze heeft een fascinatie voor vuurtorens. Altijd gehad. De eerste in haar leven was Needles Lighthouse, een nog altijd actieve, negentiende-eeuwse rood-wit gestreepte granieten toren op de kalkrotsen van Isle of Wight. “Mijn oma woonde daar en ik logeerde er vaak. Mijn grootvader voer en zij leidde eigenlijk een bestaan zoals dat van de vrouwen van de lichtwachters die vroeger vuurtorens op zee bemanden – je man een lange periode van huis en dan weer even thuis, terwijl de zee alweer trekt. Ik voelde een soort melancholie en verlangen, het was ook een beetje desolaat.”

Het is de sfeer die Emma Stonex (38) haar debuutroman De lichtwachters heeft meegegeven. Drie lichtwachters bemannen hun geliefde vuurtoren The Maiden Rock, vijftien mijl ten zuidwesten van Land’s End in Cornwall; hoofdlichtwachter Arthur Black, eerste lichtwachter William ‘Bill’ Walker en tweede lichtwachter Vincent Bourne. Ze roken, koken, drinken ­eindeloze koppen thee tussen hun werkzaamheden door in een soort ingesleten broederschap. Alledrie hebben ze hun redenen waarom The Maiden meer thuis voelt dan thuis. Met gemengde gevoelens wachten ze in december de aflossing af van een van hen en bezien ze met zorgen de toekomst – ze zijn een verdwijnend slag, steeds meer vuurtorens worden elektrisch.

Maar als de aflossing komt, is de deur van de toren op slot en ontbreken de lichtwachters. De tafel is gedekt voor een niet gegeten maaltijd (voor twee bovendien), de klokken staan stil op 8.45 uur. En in het logboek van de hoofdlichtwachter wordt een storm beschreven terwijl de lucht die hele week helder is geweest. Twintig jaar later worden de vrouwen van de verdwenen lichtwachters benaderd door een schrijver die probeert te achterhalen wat er gebeurd is.

U heeft zich laten inspireren door een echte vermissing, las ik.

“Toen ik, jaren geleden alweer, hoorde van het mysterie van Flannan Isles Lighthouse sloeg dat bij mij in als een bom. In december 1900 verdwenen drie lichtwachters van de vuurtoren op het rotseilandje Eilean Mor in de Schotse Buiten-Hebriden. Thomas Marshall, James Ducat en Donald MacArthur. Ze zijn nooit teruggevonden, niemand weet wat er met hen is gebeurd en er waren allerlei rare omstandigheden. Inderdaad die klokken die stilstonden, schippers ook die rapporteerden dat ze steevast drie vogels zagen rondcirkelen boven de vuurtoren. Waren ze weggevaagd door een onverwachte hoge golf? Maar waarom zat dan die deur op slot? Waarom waren maar twee van de drie oliejassen weg? Er hing een zweem van het bovennatuurlijke omheen. Dat bleef me bezighouden en ik wilde er al heel lang iets mee. Maar eerst heb ik alles wat los en vast zat gelezen over vuurtorens en het leven op de vuur­toren. ”

U heeft een forse disclaimer voorin het boek: De lichtwachters is geschreven ‘in respectvolle herinnering aan die gebeurtenis’, maar het is fictie.

“Zelfs mijn vuurtoren is fictie! The Maiden is geïnspireerd op nóg weer een andere vuurtoren, The Rock Lighthouse op de Wolf Rock, een rotseiland bij Cornwall. Mijn boek gaat over een vervlogen tijdperk, in 1989 werd de laatste vuurtoren elektrisch. Mijn lichtwachters zien met leedwezen aankomen dat ze niet meer nodig zijn, terwijl zij hun hele leven hebben gewijd aan het onderhoud van de toren, het ontsteken en bewaken van het licht; zij zorgden ervoor dat anderen op zee veilig waren. Ik hoop dat mijn boek in die zin een eerbetoon is aan alle lichtwachters van toen en dat het hun nagedachtenis levend zal houden.”

Emma Stonex Beeld Melissa Lesage
Emma StonexBeeld Melissa Lesage

De Lichtwachters is een caleidoscopische roman. U kruipt in het hoofd van de lichtwachters, laat hun vrouwen aan het woord, gebruikt brieven en nieuwsberichten. Met elke bladzijde kantelt het beeld over wat er speelde in 1972 en speelt in 1992. Waarom heeft u voor deze vorm gekozen?

“Ik wilde dat al die verschillende stemmen de lezer van de ene versie van het verhaal naar de andere zouden werpen; iedere keer een nieuwe kijk, het zit toch telkens net weer anders dan je dacht – maar klopt dat wel? Ik wilde onzeker­heden laten, zoals de oorspronkelijke vermissing ook nooit is opgehelderd. En ik wilde daarmee ook de beweging van de zee weergeven, het getij, eb en vloed. Heel belangrijk ook voor mij: ik wilde zelf niet als vertelstem in het boek. Elk verhaal is in de eerste persoon geschreven, met de stem van degene die het meemaakt. De boeken die ik las over vuurtorens waren vaak memoires, dus ik kon me de innerlijke wereld van de lichtwachters eigen maken, het voelde heel natuurlijk om het verhaal zo te vertellen.”

U had het net al even over het bovennatuurlijke element in de speculaties over wat er bij de Schotse vuurtoren gebeurd kon zijn. Ook u gaat daarmee aan de haal, van witte raven tot een ‘zilveren man’ met een attachékoffer. Was u niet bang dat het verhaal daarmee een beetje zou weglopen?

“Nee, ik heb geen seconde getwijfeld. Ik vond het fascinerend wat er allemaal omheen werd bedacht. Het gaat mij om de manier waarop mensen voor gebeurtenissen die niet uit te leggen zijn toch een verklaring proberen te vinden. ‘Wat als…’ Daar heb ik mee gespeeld.”

De schrijver die u opvoert denkt dat hij het ­verhaal rond heeft – er komt een plausibele ‘oplossing’. Maar de bladzijden van zijn manuscript verwaaien met de wind.

“Ik wilde de lezer een rond verhaal bieden – veel mensen vinden het heel vervelend als een boek geen afloop heeft. Dus een afloop is er. Maar ik hoop ook dat er lezers zullen zijn die zich vrij voelen om het daarmee oneens te zijn. Ze krijgen een vijfgangenmenu, maar misschien is er nog een zesde gang, of een zevende.”

Welke personage voelt voor u het dichtstbij?

“Ik denk toch Arthur, de hoofdlichtwachter die zo vergroeid is geraakt met zijn vuurtoren en met de zee. Net als hij kan ik heel goed op mezelf zijn. Maar ik heb er zo van genoten ook in de andere personages te kruipen, te schrijven over zoveel verschillende belevingswerelden. Die drie mannen, tot elkaar veroordeeld in die toch wel heel claustrofobische, doorgerookte ruimte. ” Vraagt: “Hebben jullie in Nederland vuurtorens?”

Zelfs een vierkante, de Brandaris op Terschelling. U beschrijft hoe uw lichtwachters zelfs op halfronde bedden slapen, iets dat ik me nooit had gerealiseerd.

“Ja. ze sliepen krom als een banaan. En ik kan me zo voorstellen hoe ze zich dan, als ze thuiskwamen, niet alleen geestelijk moesten aanpassen maar ook lichamelijk. Hoe ze zich weer moesten uitrekken. Dat enorme contrast tussen het leven thuis en dat in de vuurtoren – dat is wat ik heb willen uitlichten.”

“Brandaris, hoe spel je dat? Ik wist helemaal niet dat er vierkante vuurtorens bestaan. Ik ga ’m even opzoeken. O wauw, striking! Daar moet ik naartoe.”

Emma Stonex, De lichtwachters Beeld
Emma Stonex, De lichtwachters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden