PlusInterview

Schrijver DBC Pierre: ‘We maken ons veel te kwetsbaar’

DBC Pierre schrijft een aanklacht tegen de ‘greedy motherfuckers’ die ons online­leven beheersen en ons brein beïnvloeden.

DBC Pierre. De schrijver (DBC staat voor ‘Dirty But Clean’) won in 2003 de Man Booker Prize voor zijn debuutroman Vernon God Little. Beeld Getty Images
DBC Pierre. De schrijver (DBC staat voor ‘Dirty But Clean’) won in 2003 de Man Booker Prize voor zijn debuutroman Vernon God Little.Beeld Getty Images

Met de 50.000 Britse pond prijzengeld die hij in 2003 won toen zijn ­debuut ­Vernon God Little werd bekroond met de Man Booker Prize, kon hij de schulden uit zijn drugsverleden afbetalen. Zijn gehavende gebit verraadt nog altijd de diepe dalen van DBC Pierre van destijds, zoals ook die drie letters: ‘Dirty But Clean’ in het pseudoniem van de Australische schrijver Peter Warren Finlay (60).

Pierres nieuwe roman Ondertussen in Dopamine City is een dystopische, maar ook weer niet zó dystopische rollercoaster. Die al meteen in overdrive aftrapt als Shelby, de dochter van weduwnaar Lonregan Cush, het woord ‘teabaggen’ in de mond neemt (wie het niet kent, zoeke het op) en hij daarachter een wereld van verdorvenheid vermoedt.

‘Lon’ is net door nieuwe technologie over­bodig gemaakt als rioolwerker en verstokte digibeet in een samenleving die volledig in de greep is van algoritmes en nieuwe media.

Octagon, hoofdkantoor van Het Concern, trekt als een Big Brother de macht naar zich toe. En via hun telefoonschermpjes geven de inwoners zich onbelemmerd bloot in hun zucht naar de alternatieve onlinewereld die hun wordt voorgeschoteld– en die DBC Pierre als een even hilarische als hysterische tweede stem op opgesplitste boekenpagina’s weergeeft.

Hoe de mensen in Dopamine City zich over­leveren aan hun telefoons – dat komt toch al behoorlijk dicht bij hoe achteloos wij omgaan met apps waarvan we inmiddels best zouden weten dat die ons met huid en haar opvreten. Is uw boek te lezen als een aanklacht?

“Ja! We zakken nu heel snel weg in een soort irrationele zone waarin we alles wat we doen laten monitoren. En wat mij daarbij het allermeest beangstigt is hoe blind we daarvoor verkiezen te zijn. Er wordt ontzettend agressief informatie verzameld om ons te veranderen; ze willen elke ademhaling weten, elk woord dat je gewisseld hebt met vrienden, je medische gegevens, je mails, je hartritme ’s nachts, je partner en je ex-partners van de twintig jaar daarvoor. Als we niet oppassen wordt dit het einde van onze menselijke zelfbeschikking en ik vind het scary as hell.”

Maar uw Lon wil er eigenlijk niet aan – tot hij wel moet…

“Ik heb bewust gekozen voor een soort laatste der Mohikanen, die nog vasthoudt aan onze oude menselijke waarden. Waarden die we ­zullen kwijtraken, mensen vergeten zo snel en daar doen die techreuzen hun voordeel mee. Toen ik Dopamine City schreef, had ik The Age of Surveillance Capitalism van Shoshana Zuboff nog niet eens gelezen – sindsdien ben ik alleen maar banger geworden. Daarmee ­vergeleken is Dopamine City slechts een comédie humaine over onze verslaving, over hoe lui we zijn en onszelf veel te kwetsbaar maken. We weten dat we in de gaten worden gehouden en dat onze data worden verzameld, maar we accepteren en negeren het.”

U brengt het letterlijk in beeld door pagina’s in uw boek op te delen, waarbij de onlinegebeurtenissen een tweede stem krijgen. Waarom hebt u hiervoor gekozen?

“De eerste regel die je als schrijver wordt voorgehouden is ‘show don’t tell’. Ik had het boek ­feitelijk al af voordat ik deze keuze maakte: als je over dit fenomeen schrijft, moet je het ook letterlijk laten zien en niet alleen uit de tweede hand vertellen. Het is als het ware een allegorie.”

“Algoritmes kiezen wat het meest wordt bekeken – een acteur beweert iets over iemand op Twitter, van die kleine, private, zinloze dingen. Die worden dan door BBC Online overgenomen en nog meer bekeken, zo ontstaat een nieuw keurmerk van wat belangrijk is. En dat is nog een onschuldig voorbeeld. Want CNN meldde onlangs dat meer dan de helft van de leden van extreemrechtse onlinegroepen daar via een Facebookalgoritme terecht is gekomen.”

“De huidige situatie in de Verenigde Staten zou niet bestaan zonder die online platforms en die reageren nu, bijvoorbeeld door Trumps Twitteraccount op te heffen, uit angst om medeverantwoordelijk gehouden te worden voor de onlusten. Maar ze doen het vooral om te voorkomen dat we gaan kijken wat er nu echt aan de hand is.”

“Er wordt via je mobieltje gevochten om de ruimte in je hoofd – het is letterlijk een gevecht om de stoffen die je aanmaakt, de dopamine als geluksstof, de cortisol die je alert houdt. Giganten als Facebook leren steeds beter hoe ze je brein kunnen gebruiken en sturen; de bittere ironie is dat ze dat doen als ‘dienst’, terwijl het eigenlijk één grote daterape is waarbij het allemaal draait om geld.”

U laat het zelfs zover komen dat pop-upadvertenties voor alcohol met het klikken op een ‘poepiesnoepie-beestje’ gekoppeld worden aan verzekeringsgegevens, belastingdossiers én regeringsbeleid. Een schrikbeeld?

“Ik ben absoluut, absoluut tegen koppeling van dit soort gegevens. Ik ga zelf toch altijd uit van het goede in de mens; over het algemeen zijn we vredelievend, we houden van stabiliteit. Maar het is het einde van onze tijden als we gedwongen worden ons te gedragen op een manier waarmee we niet vooraf hebben ingestemd. Dat is een nieuw soort slavernij. Maar ze hebben de mogelijkheden al. Neem de Fitbit, dat de data van gebruikers verkoopt aan Google.”

In uw boek plaatst u de hang naar traditionele waarden op één lijn met technofobie. Bent u zo’n technofoob?

“Nee, dat zou je misschien kunnen denken als je me zo tekeer hoort gaan, maar juist helemaal niet. Ik zie absoluut de lol ervan, en de mogelijkheden die de nieuwe technologieën bieden. Het gaat mij om de geheime operatie die erachter schuilgaat: dat ze doelbewust ingezet worden om ons verslaafd te maken en onze hersenen binnen te dringen. Het is zo zonde, die platforms hadden revolutionair kunnen zijn door de mensheid echt te verbinden, maar de bedoelingen waren van meet af aan corrupt.”

“We zouden sociale media zonder angst moeten kunnen gebruiken, zonder datadiefstal. En dan kunnen ze nóg rijk worden, die greedy motherfuckers. Gewoon door te adverteren. Onlineshopping, prima! Maar dan moet je je tevreden willen stellen met een miljoen dollar en niet gaan voor de 100 miljard.”

“Sociale media zijn een ongelooflijke uitvinding en we kunnen er niet meer buiten. Maar er zijn monopolies ontstaan. Het zou ook anders kunnen, de technologie op zich is geen rocket science. Maar het gevaar bestaat dat het dan weer te elitair wordt en alleen wordt gebruikt door mensen die hoogopgeleid genoeg zijn om in te zien hoe we massaal worden verkracht.”

En zoals u schrijft: wij behoren tot de laatste generaties die hun vrienden op school hebben ontmoet. De generaties van nu groeien op met sociale media.

“Ja, er worden de komende tien jaar kinderen volwassen die de wereld nooit zonder hebben gekend. Naar die mensen steken ze hun tentakels uit, die willen ze in hun klauwen hebben. Dat is extreem verontrustend. Ik ben geboren tijdens de Varkensbaaicrisis, opgegroeid tijdens de Koude Oorlog, met de dreiging van kernwapens. Maar deze tijd is gevaarlijker.”

In uw boek is er een, laten we het ‘onorthodoxe’, uitweg noemen met een sprankje hoop. Maar als ik u zo hoor, kunnen we het eigenlijk wel vergeten.

“Nou, we hebben nog niet besloten dat we ons voor eens en altijd onder curatele stellen en alle macht overdragen aan Mark Zuckerberg en co. Kijk naar #MeToo, ook op dat gebied is er een kentering geweest, zijn mensen ontwaakt uit een slechte droom. Ook nu moeten we wakker worden.”

“Het is ontzettend stom dat regeringen niets ondernemen om de macht van sociale media in te perken. Sociale media bepalen politieke agenda’s. De wereld zou zich niet moeten laten regeren door een paar niet-verkozen jonge witte mannen. Als de mensheid deed wat ze zou moeten moet doen, zouden deze jongens de rest van hun leven in de gevangenis doorbrengen.”

Fictie

DBC Pierre
Ondertussen in Dopamine City
Vertaald door René Kurpershoek, Podium, €25, 432blz.

null Beeld
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden