PlusInterview

Schrijver Conny Braam: ‘Dat racisme was verslagen, dachten we maar’

De Zuid-Afrikaanse soldaten die dachten na de Tweede Wereldoorlog vrij te zijn, wachtte apartheid. Over deze pijnlijke geschiedenis schreef Conny Braam Wij zijn de wrekers over dit alles.

Conny Braam: ‘De periode waarin ik streed tegen apartheid was de mooiste van mijn leven.'Beeld Robert Lagendijk/HH

Vier jaar geleden publiceerde Conny Braam (72) Ik ben Hendrik Witbooi, over de Namibische strijder die zijn volk wilde bevrijden van de Duitse koloniale overheersing. Het nieuwe Wij zijn de wrekers over dit alles is een meeslepende vertelling over Hendriks kleinzoon Jakob, die een andere strijd heeft te voeren. De Zuid-Afrikaanse troepen worden in 1942 in Libië door de Duitsers verslagen en de duizenden witte, bruine en zwarte soldaten worden als krijgsgevangenen naar Italië verscheept. Als de geallieerden oprukken, volgt een nieuwe overplaatsing: naar werkkamp Auschwitz III. In januari 1945 volgt voor Jakob nóg een beproeving: een maandenlange voettocht naar bevrijd gebied. Daar worden de zwarte soldaten direct weer gescheiden van de witte. Terug in Afrika gaat alles op de oude voet verder, en wordt Jakob Witbooi weer de ‘slaaf’ van Duitse bazen.

Een roman over de kleinzoon van Hendrik Witbooi – kwam het idee voor dit verhaal op uw pad tijdens de research voor uw vorige roman?

“Nee, het ontstond pas daarna, bij toeval. Ik was me diep met Hendrik Witbooi verbonden gaan voelen en ik vond het moeilijk hem los te laten. Daarom zat ik wat op internet te struinen, zoekend op de naam Witbooi, en ik kwam tot de ontdekking dat die naam voorkwam op oorlogsmonumenten in Noord-Afrika en Italië. Een oude vriend van me, een witte, Joodse Zuid-Afrikaan, had me ooit verteld dat hij met de Zuid-Afrikaanse troepen in Italië had gevochten. Destijds besteedde ik daar niet veel aandacht aan, maar nu ik de naam Witbooi tegenkwam op Italiaanse monumenten, kwamen die twee verhalen bij elkaar en begon die geschiedenis me te fascineren.”

Heeft Jakob Witbooi echt bestaan?

“Laat ik het zo zeggen: hij had kúnnen bestaan. Mijn boek is een roman en Jakob Witbooi een samenstelling van een aantal Witboois die ik tijdens mijn research tegenkwam. Jakob staat symbool voor de zwarte soldaten uit Zuid-Afrika, die door Churchill en Roosevelt waren opgeroepen zich aan te melden voor het leger. Het ging om 120.000 man, onder wie verschillende Witboois. In de archieven trof ik talloze aanmeldingsformulieren aan, maar ook dagboeken en memoires van soldaten.”

Wat vond u zo intrigerend?

“Zodra het over Zuid-Afrika gaat, heb je met de rassenkwestie te maken – en zeker in die tijd was dat het geval. Witte, bruine en zwarte soldaten werden in aparte divisies ondergebracht. De zwarte soldaten mochten aanvankelijk geen geweren dragen, alleen speren. De blanken waren als de dood dat ze na de oorlog met een leger zouden zitten van zwarte soldaten die met wapens konden omgaan. Dus de zwarte soldaten moesten het tegen de legers van Hitler opnemen met speren. Waanzinnig!

“Ik werd ook verrast door de enorme aantallen waar het om ging: bij Tobroek in Noord-Libië bijvoorbeeld werden tienduizend krijgsgevangenen gemaakt. Toen ik dat ontdekte, wist ik: nu heb ik een verhaal. Want die tienduizend Afrikaanse mannen van alle kleuren werden op elkaar gedreven en waren op elkaar aangewezen om te kunnen overleven.”

Toch staan die groepen elkaar haast naar het leven vanwege hun huidskleur. Pas tegen het einde van de oorlog ontstaat er enige verbroedering tussen witte en zwarte soldaten.

“Dat klopt. Ze hebben daarvoor een lange weg te gaan. Het automatisme dat uit de dagboeken van witte soldaten sprak over de onderlinge verhoudingen, vond ik schokkend. Ze dachten niet: dit is mijn medesoldaat, mijn kameraad. Nee, ze dachten: dit is een zwarte, hij is mijn bediende. Ze bleven de zwarte soldaten als minderwaardig beschouwen. In het krijgsgevangenenkamp kregen de zwarte soldaten het minste te eten, en moesten ze op de slechtste plekken slapen, naast de latrines. Zij verzetten zich nauwelijks, omdat ze nooit iets anders hadden meegemaakt.”

Jakob verheugt zich erop dat hij iets van de wereld gaat zien. Is dat uit het leven gegrepen?

“Uit de dagboeken van soldaten die ik heb gelezen sprak opwinding. Het waren jongemannen van tussen de 20 en 30 jaar die nog niets van de wereld hadden gezien. Ze wisten niet wat er in Europa gaande was, dus alleen al het feit dat ze daarheen gingen, riep allerlei fantasieën en gedachten op. Zo’n atlas als Jakob Witbooi heeft in de roman, waarmee hij probeert hun reis te volgen, heb ik echt gevonden. Die paste net in de grote zakken van een soldaat.”

“In Italië ontdekken ze een samenleving waarin mensen op een andere manier met elkaar omgaan en de zwarte soldaten niet per se racistisch worden bejegend. Maar de oorlog is nog niet voorbij of ze worden door de legerleiding van de geallieerden direct weer naar ras gescheiden. Vervolgens komen ze thuis en huppekee: apartheid. Ik heb er met historici en heel veel mensen in Zuid-Afrika over gepraat: dit is het grote verraad geweest. Churchill en Roosevelt hadden beloofd dat de landen die tegen Hitler vochten na de oorlog (weer) zelfbeschikkingsrecht zouden krijgen. De documenten waarin dat stond, bestaan nog steeds. Maar die belofte bleek alleen maar te gelden voor Europa en de VS; niet voor de miljoenen mensen in de koloniën.

Hoe reageerden de oud-soldaten daarop?

“De veteranen vormden de basis voor de bevrijdingsbewegingen vanaf de jaren vijftig. Die oud-soldaten hadden in Europa contact met de partizanen, die streden tegen racisme en voor gelijkheid. Nu werd er verschil gemaakt tussen witte en zwarte veteranen. Blanken werden als helden ontvangen en kregen een uitkering. Zwarten kregen een fiets en een paar laarzen, en konden vervolgens weer als knecht aan het werk. Daar kwamen ze tegen in opstand.”

Wat kunnen we leren van dit verhaal?

“Dat racisme een vernietigende kracht is, en dat het gevaarlijk is als die de hoogste regionen van de samenleving, de politiek, aanstuurt. Na de oorlog dachten veel mensen dat we de ultieme vorm van racisme hadden verslagen: het nazisme. Maar nog geen drie jaar later kwam apartheid en was er doodse stilte. Het kwaad dat net was overwonnen, stak weer de kop op. Dat leert ons dat we alert moeten blijven en dat we dit kwaad moeten blijven bestrijden.”

Vindt u dat strijd en verzet noodzakelijk zijn?

“Ja, maar die brengen ook het beste in mensen naar boven. De periode waarin ik, samen met anderen, streed tegen apartheid en voor de vrijlating van Nelson Mandela, was de mooiste tijd van mijn leven. Terwijl we door gevaarlijke en donkere tijden gingen, hadden we ook onwaarschijnlijk veel lol met z’n allen – mensen van alle kleuren, jong en oud, man en vrouw.”

“Ik denk dat het belangrijk is verhalen als deze te lezen, omdat je je als lezer dan al een keer in zulke ervaringen hebt ingeleefd en jezelf hebt afgevraagd wat je in bepaalde situaties zou doen. Voor mij heeft dat wel zo gewerkt. Als meisje vrát ik de verhalen over de verzetsstrijders Hannie Schaft en Freddie Dekker-Oversteegen. Wat zij als jonge meiden durfden en deden… Dat zette destijds mijn denkraam wagenwijd open, die verhalen hebben me geïnspireerd om zelf ook moed op te brengen. Zo’n ervaring gun ik alle jonge mensen. Want het biedt vertrouwen in al het goede waartoe de mens in staat is.”

Letteren Live

De vierde aflevering van Letteren Live, het boekenprogramma van SPUI25, het Letterenfonds en Het Parool, is een aangepaste editie, zonder publiek en duopresentatie. Op een lege Parool-redactie spreken Roos van Rijswijk en Ronald Ockhuysen met Conny Braam en Thomas Verbogt. Ook te gast: Sebastiaan Chabot. Léés hun boeken. Juist nu. En kijk via www.parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden