Plus Interview

Schrijver Colson Whitehead: ‘Nu is een white supremacist president!’

Uitbuiting, mishandelingen en verkrachtingen, soms met de dood tot gevolg: Pulitzer-winnaar Colson Whitehead dook voor zijn roman De jongens van Nickel in de waargebeurde geschiedenis van een Amerikaanse jongenstuchtschool.

Specialisten zoeken naar menselijke resten bij de Arthur G. Dozier School for Boys in Marianna, Florida. Beeld Reuters

‘Als ik er een halfjaar eerder of later op was gestuit, zou het denk ik niet zo hardnekkig door mijn hoofd zijn blijven spoken. Dan had ik misschien niet het gevoel gehad dat ik er iets mee móést doen,” zegt Colson Whitehead (1969) over het waar­gebeurde verhaal waarop zijn sobere, felrealistische zevende roman is geïnspireerd.

De opvolger van De ondergrondse spoorweg (2016) is het. Die duizelingwekkende mix van fantasyachtige verbeelding en historische feiten rondom onder meer het slavernijverleden en de Ku Klux Klan, die destijds zijn internationale doorbraak betekende. En, beaamt hij, na de loodzware research voor dat boek, had hij zich dolgraag over luchtiger materiaal gebogen.

Sterker, de schrijver die in het verleden al de meesterlijke postapocalyptische zombiethriller Zone One (2011) afleverde, was eigenlijk van plan om aan een in het New York van de jaren zestig spelende misdaadroman te beginnen. ‘Een cool idee met coole personages’ waaraan hij inmiddels alsnog werkt.

Gruwelgetuigenis

Maar ja, het was nu eenmaal in 2014, in wat hij ‘the summer of outrage’ noemt, dat de kiem voor De jongens van Nickel werd gelegd. “De zomer dat Michael Brown door de politie werd dood­geschoten in Ferguson, Missouri. Dat Eric ­Garner op Staten Island door een witte agent werd gewurgd, omdat hij op straat illegale sigaretten verkocht en die overleed nadat hij elf keer ‘I can’t breathe!’ had geroepen.” De zomer van ‘Hands up, don’t shoot!’ en Black Lives Matter.

Tegen die achtergrond kwam Whitehead op Twitter dat artikel tegen over de Arthur G. Dozier School for Boys in Marianna, Florida. Een in 1900 geopende tuchtschool, die in 2011 de deuren moest sluiten nadat officieel onderzoek van de staat en het ministerie van Justitie had uitgewezen wat een helleoord het was ­geweest. 

Een plek waar crimineel of moeilijk ­opvoedbaar geachte ‘leerlingen’ al die tijd systematisch waren uitgebuit, mishandeld en ­verkracht, en waar op het terrein later 82 ­clandestiene graven van slachtoffers van dat schrikbewind werden gevonden.

Het lugubere topje van de ijsberg, vermoedelijk, waarvan de contouren lokaal al decennialang bekend bleken. “Al in 1903 kwamen de ­eerste berichten naar buiten dat er kinderen werden geketend, in eenzame opsluiting gezet en met leren zwepen geslagen… en daarna is die tent dus nog ruim een eeuw open gebleven! Zo’n beetje elke tien à twaalf jaar ontstond er ophef over de zoveelste gruwelgetuigenis. Dan werd er een rapportje opgesteld, beloofd dat er hervormingen zouden volgen en zodra er niemand keek, ging alles gewoon weer op de oude voet verder.”

“In eerste instantie was ik geschokt dat ik niet eerder van Dozier had gehoord en het drama daar niet veel meer aandacht kreeg. Er was wel uitgebreid over geschreven in de lokale pers in het noorden van Florida, maar het verhaal haalde pas veel later de landelijke pers en werd daarin nog niet al te groot gebracht ook.” Het leek ­bizar. “Tot ik me realiseerde dat het eigenlijk al een wonder was dat het überhaupt de krant had gehaald.”

De andere helft

“Zoals tegenover het ‘incident’ met Eric Garner, politiegeweld dat toevallig werd gefilmd met een mobiele telefoon, ontelbare onrechtvaardigheden staan die niet worden vastgelegd, zo kun je je hier afvragen: als één zo’n horrorinternaat in het nieuws komt, hoeveel moeten er in werkelijkheid dan wel niet zijn geweest?”

Opvallend bovendien: “Verreweg de meeste oud-leerlingen die over hun ervaringen aan het woord kwamen, waren wit. Terwijl zeker vijftig procent van de schoolpopulatie zwart was. Ik wilde weten wat er op de andere helft van de campus was gebeurd.” 

Al besloot hij ­tegelijk pas na afloop de zwarte leerlingen te spreken die hij in De jongens van Nickel op ­indringende wijze een stem geeft. “Want ­binnen een heel ­vergelijkbare setting wilde ik wel mijn eigen personages kunnen creëren.”

Die setting werd de fictieve Tucker Academy, waar de intelligente, idealistische Elwood ­Curtis terechtkomt, vlak voor zijn eerste jaar aan een college voor zwarte studenten in Tallahassee. “Op weg daar naartoe krijgt hij een lift van de verkeerde persoon, iemand die een auto blijkt te hebben gestolen. Ze worden aangehouden, en vervolgens ligt zijn bestaan compleet overhoop.”

Dat gebeurt in 1963, ‘op het hoogtepunt van de segregatie en de Jim Crow-wetten’, maar de link met het heden is zonneklaar: “Nog elke dag worden jongeren zonder aanleiding gefouilleerd of naar een identiteitsbewijs gevraagd. Reiken ze maar iets te snel naar hun portefeuille, dan denkt zo’n agent voor je het weet dat ze naar een pistool grijpen, en worden ze neergeschoten. Als je jong en zwart bent, kan een ontmoeting met de politie altijd op een levensveranderende ervaring uitdraaien.”

White supremacists

Elwood is schrijnend genoeg een optimistische modeljongen, die een elpee met toespraken van Martin Luther King grijsdraait. “Dat een puberjongen als hij tegen Dr. King opkijkt, leek me logisch. Het ís ook wonderbaarlijk held­haftig dat hij en zijn medestanders telkens weer protestmarsen bleven lopen, terwijl ze wisten dat aan het eind van de straat mensen hen stonden op te wachten met pikhouwelen, breekijzers en brandslangen. Elwood groeit op met de burgerrechtenbeweging en beschouwt zichzelf als lid van een generatie die sociale veranderingen en vooruitgang gaat brengen.”

Zonder mensen met een dergelijke houding was er nooit iets bereikt, weet Whitehead. Maar zijn stem schrééuwde wat hem betreft wel om het tegengeluid van Tucker, de cynische jongen met wie Elwood op Nickel bevriend raakt en uiteindelijk besluit te ontsnappen.

“Dat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat toen ik in het voorjaar van 2017 definitief de knoop doorhakte dat dit mijn volgende roman zou worden, Donald Trump was verkozen. Ik bedoel, in mijn vorige boek had ik geschreven over white supremacists, en nu was er eentje ­president! Terwijl we in de jaren onder Obama het idee hadden dat we op de goede weg waren… Elwood en Turner werden spiegels van mijn ­eigen positieve en negatieve gedachten. Zijn we nog op een Elwood-achtige manier vooruitgang aan het boeken? Of zullen we altijd moeten vechten om te overleven, zwart en wit nooit op een bestendige manier met elkaar leren samenleven?”

Fictie Colson Whitehead De jongens van Nickel Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema, Atlas Contact, €22,99,- 271 blz.

Tegelijk zijn er ook universelere parallellen te trekken. “Bij de misstanden aan Nickel Academy denk ik bijvoorbeeld niet in eerste instantie aan slavernij of Amerikaanse katoenplantages. Ik denk aan de concentratiekampen die we nu aan de grens met Mexico hebben ingericht en waar vluchtelingenkinderen worden vast­gehouden. Aan de Canadese kostscholen waar kinderen van inheemse stammen ooit gedwongen de witte cultuur werd bijgebracht en het er net zo aan toeging.” Net als in kampen voor ­Aboriginals in Australië, of katholieke wees­huizen waar ook ter wereld.

De sombere conclusie lijkt: “Overal waar kwaadaardige en corrupte machthebbers ermee weg kunnen komen de machtelozen te onderdrukken en misbruiken, zullen ze dat doen.”

“Ik zou me waarschijnlijk heel makkelijk kunnen overgeven aan totale wanhoop,” glimlacht de schrijver. “Zeker nu de Amazone in brand staat en rechtse regeringen niet alleen in de VS de macht hebben gegrepen, maar ook in Brazilië, in Groot-Brittannië… Maar het punt is: ik heb jonge kinderen. Dus uiteindelijk moet ik er wel van uitgaan dat de normale conjunctuur­bewegingen hun werk zullen doen en redelijke, progressieve krachten hen ooit weer zullen ­aflossen.”

Colson Whitehead

De Amerikaanse schrijver Colson Whitehead (New York, 1969) studeerde in 1991 af aan Harvard. Tussen 1994 en 1996 was hij recensent voor de New Yorkse gratis tabloid The Village Voice. In 1999 debuteerde hij als romanschrijver met The Intuitionist. Zijn boek The Underground Railroad (2016) was het lievelingsboek van president Barack Obama. Hij won er The National Book Award for Fiction en de Pulitzer Prize mee. Hij schrijft essays voor o.a. The New York Times en The New Yorker. The Nickel Boys verscheen in juli. ­Whitehead werkt nu aan een misdaadroman die speelt in het Harlem van de jaren zestig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden