Plus

Schrijver Charlotte Bouwman: ‘Mijn suïcidale kant is te vaak beduveld’

Schrijver en journalist Charlotte Bouwman (27) lijdt aan een dissociatieve stoornis. Na een wachttijd van bijna drie jaar is de behandeling nu toch begonnen. ‘Nadenken over suïcide is voor mij de ultieme vorm van verdoving. Ik voel dan helemaal niets meer.’

Charlotte Bouman  Beeld Marc Driessen
Charlotte BoumanBeeld Marc Driessen

Harry Houdini (1874-1926) bevrijdde zichzelf uit handboeien en dwangbuizen. Ook ik was een ontsnappingskunstenaar toen ik als kind een anoniem bestaan leidde in de Rigolettohof in Alphen aan den Rijn. Mijn vader was vertrokken, mijn moeder altijd aan het werk, maar dit sleutelkind was om met Willem Kloos te spreken ‘een verliefde van zijn fantasieën’. Alleen op mijn kamertje zong ik liedjes op gitaar en droomde daar een publiek bij. Bij elk open doekje stond ik op, het voelde zo echt.

Op mijn zeventiende werd ik de vaste tekstschrijver voor Madonna, ik weet nog hoe ik glom toen ze me bij de uitreiking van de MTV Awards bedankte. Ik werd er zielsgelukkig van, alleen was het niet echt en werd het steeds moeilijker om droom en realiteit van elkaar te scheiden. Jaren later, toen ik in het werkelijke leven als dichter mocht optreden in een vol Vredenburg, viel dat in het niet bij mijn eerdere liveshows in Madison Square Garden, die natuurlijk nooit hadden plaatsgevonden.

“Jij ziet dat fantaseren als iets ergs,” zegt Charlotte Bouwman, “maar ik beschouw het vooral als iets positiefs. Als dat jou op dat moment gelukkig maakte is het toch goed? Ik zie het als een associatieve manier van jezelf uit de realiteit halen. Zolang je maar niet tegenover anderen beweert dat je echt de tekstschrijver van Madonna bent, zit het wel goed.”

Bouwman doet het tegenovergestelde van associëren. Ze dissocieert. Dat doet iedereen in enige mate, denk maar aan dat je uit het raam staart terwijl je nog wel hoort wat er om je heen gebeurt. In haar geval neemt het veel ingrijpender vormen aan en is er sprake van een dissociatieve stoornis.

Even wat medische termen: zo’n aandoening zit tussen een complexe posttraumatische stressstoornis en een dissociatieve identiteitsstoornis in. Het dissociëren komt in de vorm van depersonalisatie of derealisatie. In het eerste geval koppelt iemand zich los van de eigen persoon, waardoor diegene zichzelf niet meer herkent of het gevoel heeft dat zijn lichaam niet meer van hem is. In het tweede geval voelt de buitenwereld nep aan en is het alsof iemand in een film speelt. Bij sommigen verandert door het dissociëren ook iets in iemands identiteit en gaat hij als het ware bestaan uit meer delen.

Ook voor Bouwman voelt het vaak alsof ze verschillende kanten heeft, die volgens haar psycholoog hypothetisch gezien elk een eigen bewustzijn hebben. Dat merk ik zelf tijdens het gesprek op momenten dat ze zichzelf soms letterlijk tegenspreekt, alsof er meer dan twee mensen in de kamer zitten waarin we het gesprek voeren. “Ik heb dus ook een kant in mij die ervan overtuigd is dat die dissociatieve stoornis me is aangepraat, of dat ik het labeltje op mezelf heb geplakt om onder verantwoordelijkheden uit te komen of om zielig gevonden te worden. Vanwege die twijfel is het voor mij erg moeilijk om over te praten.”

Interne paradoxen

Bouwman is al jaren suïcidaal. Zo wordt ze vaak geïntroduceerd als ze in het nieuws komt, bijvoorbeeld met haar protestacties tegen de wachtlijsten in de ggz in de hal van het ministerie van Volksgezondheid. Op website lijmdezorg.nl staat een manifest waarin wordt opgeroepen om de acute crisis in de jeugdzorg en ggz aan te pakken. Het is al 72.000 keer ondertekend. “Op een gegeven moment was ik 24/7 alleen maar met suïcide bezig. Mensen dachten: binnen nu en een paar maanden is het klaar. Dat is nu anders, maar het is niet weg. Het is nooit helemaal weg, maar ik slaag er wel beter in om het vóór te zijn. Voel ik de neiging, dan kan ik dat aangeven, waar vroeger de neiging mij overnam – dan werd ik dus suïcidaal. Ik weet nu dat er een kant in mij is die het wil, en ook dat er andere kanten zijn die het niet willen.”

Twee tegengestelde gedachten, verenigd in één persoon. “Ik kamp voortdurend met dat soort interne paradoxen. Ik wil dit gesprek met jou voeren, maar ik wil het niet. Ik vertel dingen over de verschillende kanten in mij, maar liever praat ik er helemaal niet over. Ik heb vaak ook last van geheugenverlies, soms helemaal en soms gedeeltelijk, waardoor ik er pas later achter kom dat ik iets heb gezegd of toegezegd waar niet alle kanten in mij achter staan. Zo balanceer ik voortdurend tussen het ene en het andere en daar heb ik ook nog eens een enorm oordeel over.” Dat oordelen maakt het pas echt zwaar, zegt Bouwman. In therapie komen ze steeds met het woord compassie, waar ze graag wat meer van zou hebben. “Maar het is moeilijk om níét te oordelen wanneer je dingen in jezelf voelt of dingen denkt of doet waar je totaal niet achter staat.”

Dissociëren wordt door Bouwman beschouwd als een vorm van verdoving, al komt die verdoving dan uit haarzelf en niet uit, zeg, een fles. Ze kan zichzelf als het ware uitzetten. “Voordat de therapie die ik nu volg begon, belde ik de crisisdienst op avonden dat het slecht ging en ik suïcidaal was. Dan zeiden ze dat het even zou duren voor ze zouden terugbellen, en dat kon zo twee, drie uur zijn. Heel vaak had ik die periode dan gedissocieerd. Had ik dat niet gedaan, dan was het denk ik misgegaan.”

Er stond een gesprek met een arts gepland waar ze erg zenuwachtig voor was. Het zou om drie uur ’s middags plaatsvinden. Om tien uur ’s ochtends voelde ze: dit ga ik niet halen. Ik ga het hier straks helemaal in elkaar timmeren, dacht ze, het gáát gewoon niet. “Toen ben ik naar mijn kamer gegaan en ben ik op bed gaan liggen. Uren later, toen de arts kwam, werd ik wakker gemaakt uit mijn dissociatie. Ik kan het me verder niet meer goed herinneren, maar wat ik nog wel weet is dat ik uitgeput was. Het lijkt alsof je niks doet, want ik lag op bed, maar ik had alles geblokkeerd en voortdurend al mijn spieren aangespannen, dat kost verschrikkelijk veel energie. Deze extreme mate van dissociëren gebeurt vrijwel dagelijks.”

Denken over suïcide is voor Bouwman de ultieme vorm van verdoving, want als ze daarmee bezig is, voelt ze niets meer. “Het voorbereiden maakt me heel rustig. Ik ben óók bang, want ik weet dat het niet vrijblijvend is, er is geen weg terug. De dood is groter dan alles in het leven. Als je dood bent hoef je je nergens meer zorgen over te maken, niets maakt nog wat uit, alles is weggevallen.”

Vrijblijvend over de dood nadenken, zonder voorbereidingen te treffen om de daad bij het woord te voegen, dat kan dan weer niet. Want in dat geval zou de suïcidale kant binnen in Bouwman zich niet serieus genomen voelen. Die is, zoals ze zelf zegt, te vaak beduveld. “Dan zei ik: vandaag doe ik geen poging, want morgen word ik opgenomen. En de volgende dag zei ik het weer: vandaag geen poging, want morgen word ik opgenomen. Maar ik werd steeds niet opgenomen, want er was een lange wachtlijst, dus inmiddels geloofde die kant er niet meer in, met als gevolg dat ik vele malen heb geprobeerd een einde aan mijn leven te maken.”

De spelonken van haar brein

Voor mij als buitenstaander is het opnieuw alsof we het hebben over iemand anders, terwijl de kant die ze benoemt deel is van haarzelf. Het is fascinerend om zo rondgeleid te worden door de spelonken van haar brein.

Door Bouwmans openheid over de stoornis en het suïcidaal zijn nemen veel mensen contact met haar op die vergelijkbare problemen hebben. Die vertelt ze waar ze terechtkunnen, maar op vragen of verzoeken kan ze maar tot een bepaalde hoogte ingaan. “Ik probeer duidelijk te zijn en meteen aan te geven dat ik iemand niet kan helpen. Maar ik stuur mensen ook niet weg, want ze worden al overal weggestuurd. Ik vind het moeilijk om die grenzen aan te geven, maar ik kan het echt niet aan. Het is te zwaar. Ik kom veel sterker over op mensen dan ik eigenlijk ben. Dat overkomt me zelfs bij mijn eigen psychiater.”

Op Instagram schreef ze: stuur me alsjeblieft geen dm als je suïcidaal bent of opgenomen wilt worden. “Mensen deden dat eerder wel, of ze vroegen me: waarom ben jij opgenomen en ik niet? Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? Ik begrijp die berichten heel goed, ik herken die wanhoop, maar tegelijkertijd is het voor mij in mijn huidige situatie niet goed om dat soort berichten te lezen.”

Drieënhalve maand opgenomen zijn valt haar zwaar, zeker tijdens deze lockdown. “Ik heb me nog nooit zo ziek gevoeld als nu, maar ik voel me ook geprivilegieerd, want ik krijg tenminste hulp. Ik werk ergens naartoe, ook al is dat soms heel zwaar. Veel mensen hebben die hulp niet en dat is, zeker in deze tijd, ondoenlijk.”

Denk je aan zelfmoord of maak je je zorgen om iemand? Praten over zelfmoord helpt en kan anoniem via de chat op www.113.nl of telefonisch op 113 of 0800-0113.

Onverdoofd

Paroolcolumnist Erik Jan Harmens (1970) stopte acht jaar geleden met drinken en schreef daar onder meer de autobiografische roman Hallo muur over. Hij leeft niet langer in het donker, maar het licht is eigenlijk té licht en het verlangen naar bedwelming nooit helemaal weg. In gesprekken met veelgebruikers en gematigden, te lezen in de krant en te beluisteren als podcast, zoekt hij antwoord op de vraag: is het mogelijk om onverdoofd te leven?

Podcast

Deze aflevering van Onverdoofd, een productie van Het Parool en De Stroom, is als podcast te beluisteren op de website van Het Parool en via alle podcastkanalen. Reacties zijn welkom op onverdoofd@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden