PlusInterview

Schrijver boekenweekgeschenk: ‘Blijf doordrongen van besef dat je jezelf zou moeten verbeteren voor liefde van je leven’

Laat Ilja Leonard Pfeijffer (54) avonturen beleven met zijn geliefde en hij is volmaakt gelukkig. De auteur van het boekenweekgeschenk over de onstilbare honger naar verhalen, het leven als een spel, en natuurlijk de liefde.

Sandra Donker
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: ‘We hebben geen ijzeren ketenen waaraan we vastzitten, maar een hypotheek.’ Beeld Shody Careman | Met dank aan restaurant Mama Kelly
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: ‘We hebben geen ijzeren ketenen waaraan we vastzitten, maar een hypotheek.’Beeld Shody Careman | Met dank aan restaurant Mama Kelly

Ilja Leonard Pfeijffer zit op het terras in de lentezon achter een espresso, een zilverkleurig doosje tabak voor zich op tafel. Hij is voor de gelegenheid in zijn schrijversoutfit naar Amsterdam gekomen en ziet eruit als de directeur van de botsautootjes – zoals hij het zelf met gevoel voor ironie zou kunnen omschrijven. Krijtstreeppak, das, barokke ringen, lange zilveren haren golvend vanonder zijn Borsalino. Een voluptueuze jas om de schouders.

Hij is uit Genua naar Amsterdam gekomen voor de promotie voor zijn boekenweekgeschenk Monterosso mon amour. De bedoeling was dat ook de auteur van het boekenweekessay, Marieke Lucas Rijneveld, zou aanschuiven, maar die meldde zich op het laatste moment af wegens ziekte.

Hebben ze elkaar weleens ontmoet, zou de vraag hebben geluid als beide schrijvers aanwezig waren geweest. “Meer dan eens,” vult Pfeijffer in. “Ik bewonder haar – of hem is het tegenwoordig, hè. Dat kan ik zonder enige veinzerij of ironie zeggen. Ik vind Rijneveld een heel goede schrijver. De grimmigheid in zijn boeken is cool. Een overeenkomst is dat we beiden zijn gedebuteerd als dichter. We zijn eigenlijk altijd dichter, ook als we proza schrijven. Het gaat om de muzikaliteit van taal, en elke zin moet opnieuw de beste zijn van het boek. Waarin we ook op elkaar lijken, is de ambitie. Daar heb je raakvlak nummer twee. Hij wil de beste schrijver van de wereld worden.” Pfeijffer laat welbewust een pauze vallen. “Dat zal hem helaas niet lukken, want dat ben ik. Maar de een na beste, dat zou wel kunnen.” Gelach.

Een van de thema’s die steeds terugkeert in uw werk is de spanning tussen feit en fictie.

“Dat is niet alleen omdat ik daar literair allerlei spelletjes mee kan spelen, maar vooral omdat het een thema van nu is. Het is in toenemende mate lastig om een scheidslijn te trekken tussen feit en fictie.”

Het is nu zelfs heel gevaarlijk. Kijk naar al het nepnieuws. Het bedreigt de wereldvrede.

“Precies. De oorlog in Oekraïne heeft ermee te maken, de uitverkiezing van Trump ook. Er worden alternatieve werkelijkheden geschapen. In de Russische propaganda heerst een andere werkelijkheid dan in onze propaganda. Ook in Nederland leven mensen in totaal verschillende werkelijkheden. Heel zorgwekkend. Kijk naar de pandemie. Gesprekken tussen het ene kamp en het andere kamp waren onmogelijk. Als je het niet eens kan worden over de feiten die ten grondslag liggen aan een discussie, houdt het helemaal op.”

Het is bijzonder lastig te bestrijden.

“Het achterhalen van de werkelijkheid wordt een individuele verantwoordelijkheid. Je kunt ontsnappen uit de fabeltjesfuik, maar je moet het wel zelf doen. Je moet, zoals filosoof Karl Popper zegt, op zoek naar de falsificatie van je eigen theorieën. Je moet kijken of je je eigen opvattingen kan weerleggen.”

Nepnieuws lijkt wel de norm.

“Je ziet ook bij sociale media dat de werkelijkheid niet langer het uitgangspunt is. Facebook is gemaakt om ‘spontane’ inkijkjes te geven in je dagelijks leven. Maar als je kijkt hoe mensen het daadwerkelijk gebruiken, is het helemaal niet spontaan. Het wordt heel selectief gebruikt om doelbewust een imago neer te zetten, bijna als een avatar. Je geeft een fictief leven vorm. De momenten die het meest geschikt zijn om je eigen imago vorm te geven, zijn vaak uitzonderingsmomenten. Vakanties bijvoorbeeld. Ik zie niet veel mensen die de hele dag foto’s delen van hun kantoor, hè. Dus die drie weken per jaar dat je op vakantie bent gebruik je om te laten zien dat je eigenlijk een fantastisch leven hebt.”

Misschien is het een verlangen naar het ideale leven. Maar dat is onbereikbaar omdat je geld moet verdienen om de gasrekening te kunnen betalen.

“Er is iets mis met het systeem, dat klopt. We hebben het idee dat de slavernij is afgeschaft, maar dat is natuurlijk niet zo. Alleen zijn de middelen geraffineerder vandaag de dag. We hebben geen ijzeren ketenen waaraan we vastzitten, maar een hypotheek.”

Dat is toch een keuze?

“Néé, daartoe worden we gedwongen. Het systeem is zo ingericht dat een basisbehoefte zoals wonen zo onbereikbaar is geworden dat je levenslang een schuld moet afbetalen als je die basisbehoefte wilt vervullen. Je kan dat alleen afbetalen door slavenarbeid te verrichten in een kantoor. En het is nog geraffineerder: er is een soort propaganda dat je daar trots op moet zijn. Want je identiteit ontleen je aan je werk, je schept erover op hoe ontzettend druk je bent, dat je wel tachtig uur per week werkt.”

Bent u er inmiddels achter wat u gelukkig maakt?

Lange pauze. “Het zijn twee dingen, maar die zijn niet zo verrassend. Ik ben in willekeurige volgorde gelukkig als ik kan doen wat ik het liefste doe, namelijk schrijven. En ik ben gelukkig als ik avonturen kan beleven met Stella. Als ik mijn leven kan delen met de persoon die dat het meest verdient… ik weet niet of ik haar ook verdien, maar zij verdient mij in elk geval wel.”

Waarom zegt u dat laatste?

“Nou, het is niet slecht om de hele tijd doordrongen te blijven van het besef dat je jezelf zou moeten verbeteren voor de liefde van je leven. Ik kan nog een veel betere man worden voor haar. En zolang ik dat blijf vinden, gaat het goed. Je moet nooit het idee hebben dat je achterover kan zakken met een pijpje bier in je mond.”

U schreef in NRC Handelsblad dagelijks over de pandemie vanuit Genua, voel u nu de urgentie om te schrijven over Oekraïne?

“Die voel ik wel, ja. Ik las ooit een interview met de Canadese schrijfster Margaret Atwood, waarin de interviewer vroeg of ze het haar taak vond te reflecteren op de actualiteit. Haar antwoord was: ‘Nee, dat is mijn taak als burger. Mijn taak als schrijver is ervoor zorgen dat jij de bladzijde omslaat.’ Een goed antwoord.”

‘Monterosso mon amour’ krijgt u in de Boekenweek (9 t/m 18 april) cadeau als u minimaal € 15 uitgeeft aan Nederlandstalige boeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden