PlusInterview

Schrijver Bertram Koeleman: ‘Ik geloof in het gebruik van de overtreffende trap’

In zijn nieuwe verhalenbundel Het dreigbed zoekt Bertram Koeleman de escalatie op. ‘Ik vind het fijn als ik weet dat de lezer een beetje aan het wankelen wordt gebracht.’

Bertram Koeleman: ‘Ik gebruik vaker de naam Bertram, ook omdat ik soms denk: hoe moet dit personage nou weer heten?’Beeld Foto: Jelmer de Haas

‘Vermeld details als kleuren en makelij ­alleen wanneer die ­zaken een cruciale rol zullen spelen in de rest van het verhaal,’ schrijft Bertram Koeleman in Aantekeningen over het schrijven – een verhaal. ‘Hetzelfde geldt voor de fysieke verschijning van de personages. Beschrijf je het haar van de vrouw in bed als dik en golvend goud, dan moet het er op zeker moment in bloederige lokken worden uitgetrokken. Beschrijf je het blauw van haar ogen als dat van een diep en ondoorgrondelijk water, verzuip haar dan een paar alinea’s later in de wastafel.’

Een mooi over the top inkijkje in de totstandkoming van dit verhaal en de overige teksten in zijn onlangs verschenen bundel Het dreigbed. Koeleman (40), eerder genomineerd voor de Anton Wachterprijs, de J.M.A. Biesheuvelprijs en de BNG Bank Literatuurprijs, laat zijn verhalen graag ontsporen. De situatie verergeren – door iets absurds, iets vreemds, ongewoons, angstaanjagends of gewelddadigs.

Zo kan het gebeuren dat een jonge moeder in plaats van haar baby haar minnaar zoogt; dat met een implantaat kan worden ingelogd op andere mensen om hun emoji’s te lezen; dat de wurgmoord op een pastoor in een kerkje op het Chinese platteland door een oude heer in rolstoel een van de voortekenen is van de komst op aarde van een bezwangerende heiland; en dat twee huurmoordenaars in Kansas na het montere verzagen van het lichaam van een boer die zijn neus te diep in de plaatselijke cocaïnehandel heeft gestoken in een magisch-realistische setting van hemel en hel terechtkomen.

Een duistere ziel achter een beschaafd voorkomen...

“Nou, duistere ziel. Laten we zeggen dat ik een rijke verbeelding heb.”

Volgens uw uitgeverij zijn dit uw meest ‘persoonlijke’ verhalen. Kun u uitleggen wat er persoonlijk aan is?

“Voor het eerst heb ik een aantal verhalen geschreven vanuit mijn persoonlijke optiek, vanuit een situatie die echt letterlijk de mijne was. Zoals het verhaal Hoe ik mijn rijbewijs haalde – daarin heb ik mijn eerste worstelingen tijdens de rijlessen beschreven. Hoe ik panisch achter dat stuur zat.”

De hoofdpersoon heet ook – een tijdje – Bertram. Maar ook dat verhaal loopt vreselijk uit de hand.

“‘Ik heet ook niet Bertram,’ zegt mijn hoofdpersoon op een gegeven moment. ‘Verder is alles waar.’ Ik gebruik vaker de naam Bertram, ook omdat ik soms denk: hoe moet dit personage nou weer heten? Ik schrijf vaak in de eerste persoon. Door te spelen met mijn eigen naam kan ik mijn verhalen soms een bredere dimensie geven. Het is een spel dat ik speel.”

“Ik vind het heel fijn om een verhaal een beetje gecontroleerd te laten escaleren. Op Het dreigbed, mijn eerste verhaal in de bundel, ben ik heel trots. Ik beschrijf er een voor ouders herkenbare situatie, getob met een moeilijk kind, hoe gaan ze dat aanpakken? Maar dan komt er ineens een left turn die ik zelf ook niet zag aankomen. Een van de genoegens van het schrijven is dat ik zelf vaak niet weet waar het naartoe zal gaan. Ik laat het al associërend ontstaan.”

Nooit een plan vooraf, een kop en een staart?

“Dat kan wel, maar dan zegt het verhaal toch: laten we de andere kant opgaan. Eind vorig jaar was ik gevraagd om les te geven aan de Schrijversvakschool. Ik was vereerd, maar had vooraf al mijn twijfels. Mijn manier van schrijven is zo intuïtief, hoe kon ik daar nou schrijvers in wording mee van dienst zijn?”

“Ik heb het één avond gedaan, het was een glorieus debacle. Twaalf mensen die van mij dingen wilden horen over het kiezen van het vertelperspectief, over de keuze voor tegenwoordige of verleden tijd. Technieken waar ik helemaal niet over nadenk. Iemand zei heel geïrriteerd: ‘Ja maar u bent toch de expert.’ Nou: nee! Ik kan aan mijn schrijven geen regels voor anderen koppelen. Ik wil dat schrijfproces een mysterie laten blijven, ik laat het in het duister bestaan.”

Daar hebben we het toch weer, het ‘duister’.

“Het begint in mijn verhalen vaak heel aards, maar dan komt er geweld bij kijken, of het bovennatuurlijke, het gevoel van manipulatie of een zweem onwerkelijkheid. Ik kan intens genieten als ik iets heb geschreven dat voor mezelf niet is te herleiden tot iets wat ik eerder gelezen of gezien heb. Ik vind het fijn dat ik weet dat de lezer een beetje aan het wankelen wordt gebracht.”

“Ik onderga dat soort verhalen ook graag. Stephen King is een van mijn grote voorbeelden, en Shirley Jackson, die meesterlijke korte verhalen schreef in een alledaagse setting. Ze blijven binnen de perken van het menselijke en beschaafde, maar onder de zinnen voel je de wreedheid en barbaarsheid die daar elk moment doorheen kunnen breken. Dat ongemak is wat ik ook graag bij de lezer bewerkstellig. Het moet altijd nog erger worden gemaakt, ik geloof echt in het gebruik van de overtreffende trap.”

Atlas Contact, €21,99, 265 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden