PlusKlapstoel

Schrijver Alex Boogers: ‘Ik stond als jongen bekend als een driftkikker’

Alex Boogers (1970) is schrijver. Hij debuteerde in 1999 onder het pseudoniem M.L. Lee met Het boek Estee. In 2016 haalde zijn Alleen met de goden de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Onlangs verscheen De zonen van Bruce Lee.

Alex Boogers.Beeld Harmen De Jong

Vlaardingen

“Ik heb nooit ergens anders gewoond. Het naamloos gat. Zo noem ik het in mijn boeken. Helemaal niet als een belediging bedoeld, al denken sommige plaatsgenoten van wel. Het is juist ontstaan als geuzennaam. In het begin van mijn schrijversloopbaan kwam ik voor het eerst vaker in Amsterdam. Op uitgeversfeestjes gaf niemand blijk van herkenning als ik vertelde uit Vlaardingen te komen. Rotterdam, dat zei ze wel wat, maar wat daar omheen lag? Als ze er weer naar vroegen, was ik ze voortaan voor: ‘Ik kom uit het naamloos gat Vlaardingen.’ Meer om aan te geven dat die Amsterdammers niet verder keken dan hun neus lang was.”

Bruce Lee

“De eerste keer dat ik hem zag was, toen mijn oudoom Bas een videoband van hem opzette. Bij mijn oma thuis was dat, bij haar woonde een aantal zeevarende oudooms van mij. Oom Bas had een fascinatie voor kungfufilm. Hij voer op de Oost en was zo aan de interesse gekomen. Toen ik tussen de middag thuiskwam, had hij weer een verse voorraad VHS-banden aan wal gebracht. ‘Moet je kijken, die Chinees slaat ze helemaal de pleuris in!’ riep hij. Hij keek Bruce Lee in Enter the Dragon, zijn laatste en populairste film. Ik zag een man met ontbloot bovenlijf, een soort gewelddadig ballet. Ik snapte de context niet, maar ik had nog nooit zo’n ongelooflijk gedetailleerd, gespierd lichaam gezien. Dat straalde volledige toewijding aan zijn sport uit. Ik was een verschoppelingetje uit een arbeidersmilieu, bij wie de mannelijke figuren snel uit zijn leven waren verdwenen. Hoe meer ik over Bruce Lee te weten kwam, hoe meer hij stond voor de mogelijkheden die er ook voor iemand onder aan de ladder waren. Zo werd Bruce mijn leidsman in het leven.”

Vechten

“Vechtsport is voor mij een pure kunstvorm. Ik begon er aan om weerbaarder te worden. Mijn vriendje Laynel was donker, werd gediscrimineerd en in elkaar geslagen. Hij wilde zich leren verdedigen. Ik ging met hem mee en werd verliefd op de kunst van het vechten. Voor die tijd vocht ik alleen op het schoolplein. Zo kwamen er vroeger meer jongens op de sportschool terecht. Dat had niets met die hippe types van nu te maken. Het ging er echt om iets te overwinnen. Ik stond als jongen bekend als een driftkikker. Op het moment dat ik tegenover iemand op de mat stond, vertegenwoordigde die voor even alle rottigheid die ik in mijn leven had meegemaakt. Zo vocht ik mijn eerste wedstrijden, puur uit woede en frustratie. Later leerde ik dat af. Je moet die woede kanaliseren. Vechtkunst is in die zin ook levenskunst.”

Corona

“Sociale onthouding werkt voor mij beter als ik de enige ben die zich daarmee bezighoudt, merk ik. Het is mijn levensstijl, behalve in de periode dat ik lezingen en interviews heb voor een nieuw boek. Normaal gesproken precies deze tijd dus. Maar alles is afgezegd. Mijn boek is nu ruim een maand uit. Dat is eigenlijk nog kersvers. Ik kan niet meteen weer met een nieuw boek beginnen. Het voelt als een loopgravenoorlog. Je zit het uit. Je wacht. Je ver­dedigt jezelf, niet met wapens, maar met vitaminen. En achter een muur van wc-rollen.”

“Ik heb een hond. Die geeft me ritme. Normaal ben ik tijdens mijn rondje met dat beest alleen met mijn gedachten. Als ik nu de deur uit stap, voelt het alsof ik midden in een soort ­Center Parcs ben beland. Overal wandelaars, oudere mensen die een beetje rondhangen en gezinnen met joelende kinderen en een verveeld kijkende vader. Nee, ik had het beter naar mijn zin toen ik als enige in quarantaine zat.”

Brommerongeluk

“Ik was zestien en stapte bij een vriendje achter op zijn opgevoerde Zündapp. We hadden een afspraakje met twee meisjes in Maassluis. Op de terugweg belandden we op een onverlichte, verlaten weg. Mijn vriend reed stevig door. Ik denk dat dat ding wel 80 kilometer per uur haalde. We zagen niet dat de straat was opgebroken en knalden vol op een stapel bakstenen. Ik werd van die bromfiets geslingerd, sloeg over de kop en landde op mijn rug op die stenen. Wervels in rug en hals braken en verschoven.

In het ­ziekenhuis moesten ze me opnieuw in elkaar zetten. Met botspanen uit mijn bekken hebben de artsen mijn ruggengraat geconstrueerd. In een gipskorset moest ik afwachten tot alles weer aan elkaar groeide. Met een kunststof ­korset leerde ik daarna opnieuw staan en lopen. Bijna een jaar ben ik bezig geweest met mijn herstel. Terwijl ik een heel beweeglijke jongen was die al veel bezig was met vechtsport. De hoop dat ik daarin de wereldtop kon halen, was daarmee vervlogen.”

King Lear

“Doel je op Shakespeare die King Lear schreef toen hij vanwege een pestepidemie in quarantaine zat? Nou, de Nederlandse literatuur bestaat sowieso niet uit Shakespeares. Dus de grote coronaroman zie ik niet uit deze crisis voortkomen. Althans: ik hoop het niet. Je moet er toch niet aan denken dat al die millennial-auteurs, die absoluut kunnen schrijven maar van wie de meesten absoluut geen verhaal ­hebben, zich nu allemaal aan de corona gaan wagen. Dat je, alsof het een soort Tweede Wereldoorlog is geweest, de komende zeventig jaar alleen maar coronaboeken te lezen krijgt. Alsjeblieft niet, zeg.”

Jeet Kune Do

“Een toentertijd nieuwe, filosofische benadering van het gevecht, gepropageerd door Bruce Lee. Het allesomvattende gevecht, daar ging het om. Dus niet in je eigen stijl blijven hangen, maar ook mensen uit andere takken van vechtkunst uitnodigen. En verschillende facetten van het gevecht leren afwisselen. Die opvatting was in de tijd van Bruce Lee ongekend.”

“Jeet Kune Do is eigenlijk compleet on-Nederlands. Hier moet alles in kaders en vakjes, anders begrijpen we het niet. Daarom moest ik me die filosofie wel aanleren. Want ik hoorde nergens bij. We hebben het tegenwoordig veel over diversiteit, over de ondervertegenwoordiging van mensen van kleur in de letteren. Maar echte working class, white trash-schrijvers zoals ik waren er óók niet toen ik begon. Als ik in die hokjes was blijven denken, had ik nooit een positie veroverd. Ik moest juist dwars door alles heen, dwars door afkomst, identiteit en elite. Zo heb ik een plaats in de literatuur veroverd.”

“Met De zonen van Bruce Lee heb ik nu weer met beperkende vakjes te maken. Behalve zijn leven beschrijf ik mijn eigen jeugd, het vaderschap en een reis die mijn zoon en ik maakten door de Verenigde Staten langs belangrijke plekken uit Bruce Lees bestaan. Het is in feite faction. Maar mensen kunnen zo’n boek niet plaatsen, heb ik gemerkt. Gaat het over Bruce Lee? Da’s een vechtsporter, dus is het een sportboek. Ligt mijn boek ineens naast de biografie van Van Basten in boekhandel. Zegt iets over hoe bekrompen er in de letteren nog steeds wordt gedacht.”

Özcan Akyol

“Ik heb zijn essay gelezen, ja. Het leek in opzet op het schotschrift dat ik in 2015 maakte, De lezer is niet dood. Het grote verschil is dat hij, om een lelijk Engels begrip te gebruiken, aan naming-and-shaming doet. Ik heb hem erover gesproken, mede omdat hij mijn manifest ook noemt. ‘Doordat je namen noemt, is de kans groot dat het in de media alleen maar over die namen gaat en niet meer over de inhoud,’ zei ik. Mensen vinden de sensatie van een mediapersoonlijkheid die collega’s aanpakt natuurlijk veel smeuïger dan een boodschap over ontlezing en laaggeletterdheid.”

“Maar goed, Eus was vanwege de Boekenweek uitgekozen om een rebel op bestelling te zijn. Die rol heeft hij goed gespeeld. Ik vind het altijd goed als er een lepel door die brij van de literaire wereld gaat.”

Wereldkampioen

“Hoever ik zonder dat ongeluk zelf als vechtsporter zou zijn gekomen, is onmogelijk te zeggen. Maar met mijn leerling Soumia Abalhaja heb ik bewezen dat mijn instelling, mijn benadering van de sport tot resultaat kan leiden. Op haar veertiende liep Soumia, een Marokkaans meisje uit een gezin onder toezicht uit de Haagse Schilderswijk, onze sportschool binnen en zei dat ze wereldkampioen wilde worden. Dat leek toen de droom van een kind, maar ik zag haar talent. Ik heb haar geslepen als een diamant, ben maniakaal met haar bezig geweest. Uiteindelijk is ze drie keer wereldkampioen geworden. Via haar heb ik toch bereikt wat ik wilde. Zo voelt dat echt. We hebben het altijd als een dubbelprestatie gezien. Lief van haar dat dat mocht.”

Kickboksende schrijver

“Ik geef nog steeds les, ja. Recreatief. Een paar uurtjes per week. We moeten de mediatermi­nologie van de kickboksende schrijver wel in stand houden natuurlijk. Ik ben wel chronisch pijnpatiënt, dus doe niet altijd meer mee met het sparren. Mijn rug is als de Toren van Pisa. Hij hangt scheef, je denkt dat ie in elkaar zakt, maar hij blijft toch staan.”

Rico Verhoeven

“Ik vind hem niet de meest interessante vechter die er is, daarin moet ik eerlijk zijn. Het is me iets te veilig, die stijl van hem. Hij is zwaargewicht. In die klasse geldt bijna altijd: je slaat je tegenstander knock-out óf je gaat knock-out. Bij Rico is het toch vaak iets ertussenin. Dan vind ik Badr Hari spannender. Bij hem is het vaker alles of niets, snap je?”

“Maar begrijp me niet verkeerd: Rico levert een grote bijdrage aan de verbreding van de vechtsport. Een Hollandse jongen, zonder tatoeages, eenvoudige credo’s. Precies wat de vechtsport nodig had. Dankzij hem mogen nu niet alleen Achmed en Youssef, maar ook Tim en Marie kickboksen leuk vinden. Daarvoor verdient hij alle krediet.”

Cees Vervoorn

“Een voormalig zwemkampioen? Ik heb helemaal niets met zwemmen. Ik kan het niet eens. Heb ooit wel aan schoolzwemmen gedaan, maar nooit diploma’s gehaald. In een zwembad blijf ik altijd in het ondiepe.”

Alex Boogers, De zonen van Bruce Lee, Uitgeverij ­Inside, €21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden