PlusInterview

Schrijfster Maria Farag ging op zoek naar antwoorden in Egypte

Maria Farag schreef Het huis van mijn moeder over haar Egyptische familie en een markante grootvader die beknot werd in zijn ambities en meer wilde voor zijn kinderen.

Maria FaragBeeld pr

Toen Maria Farag (39) de liefdesbrieven van haar grootvader en grootmoeder te zien kreeg, intrigeerden die haar meteen. Haar Egyptische ‘geddo’ Nazmi, een jaar na haar geboorte overleden bij een ongeluk, was in 1940 op 29-jarige leeftijd ­getrouwd met de 18-jarige Tahani; voorafgaand aan het huwelijk schreven ze elkaar intens romantische epistels – in het Engels. Waarom, vroeg Farag zich af. En wat had haar grootvader gedreven om al zijn kinderen Egypte te doen verlaten?  

Ze besloot in Egypte op zoek te gaan naar antwoorden. Ondertussen kwamen er alleen maar meer vragen opborrelen: Zou ze zich thuis voelen in Egypte? Zouden Egyptenaren haar zien als mede-Egyptenaar? Haar boek Het huis van mijn moeder is een verslag van die reis, een ­reconstructie van het sociale, politieke en religieuze leven van haar grootouders en een zoektocht naar haar eigen identiteit.

“Mijn oma heb ik nog gekend, ze is overleden toen ik op de basisschool zat, ik zal een jaar of negen zijn geweest. Zij sprak Arabisch, een taal die ik niet heb leren lezen al heeft mijn moeder haar best gedaan. Waarom schreven ze elkaar in hemelsnaam in het Engels? Via de brieven, ik heb ze in mijn boek opgenomen, zijn ze echt aanwezig. Zij hebben de pen vastgehouden, het papier, en met hun woorden hun liefde aan ­elkaar betuigd. Heel indrukwekkend.”

Was u al eerder bezig geweest met uw Egyptische achtergrond?

“Lastige vraag. Ik ben koptisch christen, als kind besefte ik wel dat dat iets anders was dan het geloof van de kinderen die naar de gereformeerde school met de Bijbel gingen. Het is iets wat ik altijd meedraag, het is onderdeel van wie ik ben, maar het is niet iets waar ik hiervoor veel mee bezig was. Soms, als iemand ernaar vraagt of er valt me zelf iets op, besef ik dat ik een extra schatkistje heb – ik zie het meestal als iets positiefs waar ik uit kan putten.”

Uw moeder kwam in 1970 naar Nederland om omroeper te worden bij de Wereldomroep in Hilversum. Zij stelde voor met u mee te gaan naar Egypte, wat vond u daarvan?

“Ik was eerst not amused, ik dacht: dit is mijn reis, hoezo? Maar ik werd ik ook wel nieuwsgierig hoe dat zou gaan. En ik gunde het haar, ik wilde haar de kans niet ontnemen om dat met mij te doen, als moeder en dochter, zolang wij samen hier op aarde zijn en gezond van lijf en leden.”

“Er was een opportunistische bijgedachte: zij kan Arabisch lezen, zij kent de mensen. Uiteindelijk bleek het van onschatbare waarde dat ze mee was gegaan. Ik had achteraf niet anders gewild en gekund. Ze kon waardevolle informatie aandragen en oprakelen. En ik ben haar beter gaan begrijpen.”

Vond u het antwoord op de vraag waarom uw grootvader zijn kinderen had gestimuleerd weg te gaan uit Egypte? 

“Ja. Als kopt en lid van een gediscrimineerde godsdienstige minderheid had hij, begeesterd docent Engels, nooit aan de universiteit kunnen promoveren. Daarom moesten zijn kinderen uitvliegen. Wat het betekent voor mijn eigen identiteit, dat persoonlijke verhaal, is wat mij betreft in het boek ondergeschikt. De hoofdmoot van het boek gaat over mijn grootouders en hun sociale, politieke en religieuze omgeving. En over de rol van mijn grootvader bij de toekomst van mijn moeder. Het gaat niet over mij.”

U ontdekte dat uw grootvader een groot liefhebber was van de atheïstische, ‘onzedige’ dichter Shelley, u vond een door hem geannoteerde dichtbundel. Is hij voor u gaan ‘leven’?

“Het is zo fantastisch dat ik die gedichten in mijn boek heb kunnen opnemen, ze zijn speciaal vertaald door Jan Kuijper. Hoe trots zou mijn opa zijn! Ik heb nu een vollediger beeld van hem gekregen. Daarvoor had ik alleen het verhaal van mijn moeder, hij was haar held, in haar ogen kon hij niets fout doen. Dat maakte mij natuurlijk ook achterdochtig, want niemand is perfect. Ik heb meer gelaagdheid gevonden. Hij was zo gedreven door leren; geen carrièretijger die een dik salaris wilde, maar leren voor zelfontplooiing, voor je ontwikkeling als mens en individu. Dat is ten koste van het gezin gegaan, dat is versnipperd geraakt vanwege die ijver.”

En hoe staat u nu tegenover uw Nederlandse en Egyptische identiteit?

“Bij terugkomst dacht ik: het maakt geen ene bal uit. Dat is wat ik ervan heb geleerd. Alleen al in Nederland zijn er zoveel verschillende huishoudens, van yuppen tot Goois tot tokkies. En zoals er niet één Nederland is, is er ook niet één Egypte. In welk van al die verschillende hokjes wil je dan precies passen? Dat lukt je niet, dat lukt niemand. Daarmee is de vraag oninteressant geworden.”

Maria Farag, Het huis van mijn moeder, Thomas Rap, €22,50, 302 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden