PlusInterview

Schrijfster Leïla Slimani: ‘Soms ben ik ook seksistisch, racistisch, gemeen of agressief’

Leïla Slimani: ‘Als je zoveel tijd met een personage doorbrengt, probeer je vooral te begrijpen hoe het is om in zijn of haar schoenen te staan.’  Beeld Merlijn Doomernik/ANP
Leïla Slimani: ‘Als je zoveel tijd met een personage doorbrengt, probeer je vooral te begrijpen hoe het is om in zijn of haar schoenen te staan.’Beeld Merlijn Doomernik/ANP

In Kijk ons dansen, het tweede deel van haar familietrilogie, schrijft de Frans-Marokkaanse Leïla Slimani over de generatie van haar ouders. Het hielp haar om haar eigen identiteit beter te begrijpen. ‘Ik ben een minderheid en ik heb het recht om te bestaan.’

Dieuwertje Mertens

Stond in het eerste deel van de familietrilogie van Leïla Slimani (41), Mathilde, de generatie van haar grootmoeder centraal, in deel twee Laat ons dansen draait het om de generatie van haar moeder. De Elzasser Mathilde heeft met haar Marokkaanse man Amine inmiddels een bloeiend boerenbedrijf opgebouwd. Hun zoon Selim doet het slecht op school, wordt stapelverliefd op zijn tante en gaat met een stel hippies op reis. Dochter Aïsha studeert geneeskunde in Frankrijk en wordt gynaecoloog. Zij wordt verliefd op een idealistische econoom, Mehdi.

Hoe kwam u op het idee voor een trilogie over uw familiegeschiedenis?

“Ik wist altijd dat ik op een dag over mijn familie zou gaan schrijven. Toen ik mijn eerste boek had geschreven, vertelde ik mijn uitgever hierover. Hij zei: ‘Het is een prachtig verhaal, maar je moet wachten, je bent nog te jong. Je hebt meer afstand nodig tot je geschiedenis.’ Ik denk dat hij bang was dat mijn aanpak te autobiografisch zou zijn. Maar ik wist dat het geen psychoanalyse over mijzelf en mijn familie moest worden, maar een, deels fictief, episch verhaal.”

Hoe wist u dat de tijd rijp was om met dit omvangrijke project te beginnen?

“Ik was gefrustreerd over de vragen die ik voortdurend krijg over mijn identiteit. In Frankrijk vragen mensen altijd naar mijn Marokkaanse afkomst, in Marokko naar mijn Franse afkomst. Ik ben een publiek figuur en ik liep overal tegen mensen aan die vonden dat ik geen recht had om vanuit een bepaald perspectief te schrijven. Ik dacht: wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Ik wist direct dat dit een omvangrijk project zou zijn. Ik dacht: het is beter als ik hieraan begin nu ik jong ben en nog de energie heb, want dit gaat me jaren kosten.”

Mathilde is de spil van deze familiesaga. Hoe kwam zij tot u als personage?

“Mathilde is geïnspireerd op mijn grootmoeder. Ze was heel belangrijk voor mij en voor de familie. Zij bracht de familie bij elkaar rond de feestdagen en in de vakanties. Ze was enorm liefhebbend, maar ook grof: ze hield ervan heel onbeschofte dingen te zeggen of grappen over seks te maken. Ze hield ervan mensen te choqueren en schandaliseren. Tegelijkertijd was ze genereus en ontfermde ze zich over arme mensen en mensen in nood. Ze was nieuwsgierig: ze leerde Arabisch en Berbers. Ze wilde alles weten over de cultuur waarin ze zich bevond. Daarnaast was ze een fantastische verhalenverteller.

Toen ik een personage van haar wilde maken, gebruikte ik het beeld dat ik van haar had toen ik een jaar of 6 was. Ze was erg groot, had blond haar en groene ogen en ze vertelde me verhalen over dat land waar ze vandaan kwam, over de oorlog, over de liefde tussen haar en mijn opa. Als ze de mogelijkheid had gekregen om te gaan studeren en a room of one’s own had gehad, zoals Virginia Woolf het zei, was ze schrijfster geweest, daar ben ik van overtuigd. Ze kon een personage opbouwen en had een goed gevoel voor suspense. Ze was echt getalenteerd.”

Uw personages hebben verschillende perspectieven op het Westen, kolonisatie en emancipatie. Sommige personages zijn ronduit seksistisch of gewelddadig naar vrouwen toe. U bent feminist, was het soms niet lastig om een oordeel achterwege te laten?

“Ik schrijf vanuit mijn duistere kant. Soms ben ik ook seksistisch, racistisch, gemeen of agressief. Die kanten zoek ik op en probeer ik te gebruiken. Het komt niet in me op om personages te veroordelen. Als je zoveel tijd met een personage doorbrengt probeer je vooral te begrijpen hoe is om in zijn of haar schoenen te staan. Wat is je blik op de wereld als je een politieagent in Marokko in de jaren zeventig bent? Of als je alleen of ziek bent? Ik probeer in hun lichaam te kruipen, dat is in beginsel meer aanwezig dan hun geest. Ik denk altijd: is hij knap of lelijk? Is zij groot of klein? Lijdt hij aan een ziekte? Heeft hij honger of dorst? Dat helpt meer dan psychologie. Als het te moeilijk blijkt om in de huid van een personage te kruipen, dan laat ik het liggen, dan denk ik: dit personage is niet voor mij.

Het personage van de politieman vond ik aanvankelijk ingewikkeld, omdat hij gewelddadig is en erg zwart-wit denkt. Ik vond een ingang in het gegeven dat hij zijn zicht langzaam verliest en dat hij uitgeput is van de hele situatie. Hij heeft affectie, liefde en tederheid nodig. Ik laat hem terugkeren in de armen van zijn zus. In mijn familie zijn veel mannen als ze jong zijn agressief en gewelddadig, maar aan het eind van hun leven werden het baby’s en kwamen ze terug bij mijn oma.”

Politiek, dekolonisatie en het repressieve bewind van Hassan II spelen voor de oudere generatie nauwelijks een rol. Maar de generatie van uw ouders, belichaamd door Aïcha en Mehdi, is politiek zeer bewust.

“Bij de meerderheid van de mensen is politiek een ver-van-hun-bedshow. We hebben vaak het gevoel dat we machteloos zijn en geen invloed kunnen uitoefenen. Mijn personages zijn gewone mensen. In de jaren zestig worden jonge linksgeoriënteerde mensen in Marokko, net zoals in Frankrijk en op andere plekken ter wereld, politiek bewust. Ze willen een revolutie, seksuele gelijkheid, vrede. Voor deze generatie was het bijna onmogelijk om politiek te vermijden.”

Uw familiegeschiedenis kent de nodige taboes. Zo krijgt Selim een liefdesaffaire met zijn tante Selma, die ongewenst moeder is. Voelde u zich helemaal vrij om alles op te schrijven wat u wilde?

“In het begin vond ik het moeilijk, maar toen ik eenmaal op dreef was, kon ik dat loslaten. Uiteindelijk wil ik gewoon een goede roman schrijven. Ik geloof zo in de kracht van literatuur. Ik denk dat een goed boek altijd een excuus is om alles te mogen zeggen. Verder is iedereen van die generatie overleden. Alleen mijn moeder leeft nog. Mijn moeder zei al toen ik klein was dat ik schrijver zou worden. En het is echt niet zo makkelijk voor haar geweest: mijn debuut In de tuin van het beest was een heel erotisch boek. Mijn tweede boek Seks en Leugens gaat over de hypocriete seksuele moraal in Marokko. Als mijn grootmoeder en vader nog zouden leven, zou ik het lastig hebben gevonden deze familiegeschiedenis te schrijven. Tegelijkertijd mis ik ze heel erg. Over hen schrijven is dus ook de voortzetting van een conversatie die met hun dood is gestopt.”

Heeft dit project geholpen bij uw zoektocht naar een identiteit?

“Toen ik opgroeide was ik niet Marokkaans en niet Frans, we waren niet religieus, we waren niet traditioneel. Mijn ouders spraken veel over politiek, vooral Franse politiek en wereldpolitiek, lieten me Italiaanse films zien en Russische boeken lezen. Ze waren erg vooruitstrevend en feministisch. Maar ze zeiden ook altijd: als je naar buiten gaat is het anders. Je moet voorzichtig zijn. Buiten zeiden mensen: je bent niet echt Marokkaans. Je gedraagt je Frans. Je ziet er anders uit. Ik was lang beschaamd dat ik tot een minderheid behoorde. Nu denk ik: het is niet mijn probleem. Het is het probleem van mensen die vinden dat je als de rest moet zijn. Ik ben een minderheid en ik heb het recht om te bestaan.”

Kijk ons dansen
Leïla Slimani, vertaald door Gertrud Maes
Nieuw Amsterdam
€24,99
302 blz.

null Beeld -
Beeld -

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden