PlusInterview

Schrijfster Kira Wuck: ‘Ik vond mijn jeugd zelf niet zo heftig’

In haar eerste roman Knikkerkoning vertelt Kira Wuck het verhaal van haar Finse moeder en Indische vader, die elkaar in de jaren zeventig in hun zucht naar vrijheid ontmoetten in het Vondelpark.

Hippies in het Vondelpark (1979), de plek waar de ouders van Kira Wuck elkaar leerden kennen.  Beeld ANP
Hippies in het Vondelpark (1979), de plek waar de ouders van Kira Wuck elkaar leerden kennen.Beeld ANP

Ze had zichzelf twee regels opgelegd, toen ze besloot een roman te schrijven over haar ouders. Haar eerste roman ook, na twee poëziebundels en een verhalenbundel, en het onderwerp was onontkoombaar. Ze voelde het al lang jeuken, hun verhaal móést worden verteld. Regel een: ik ga niemand sparen. En regel twee: een goed verhaal is beter dan de werkelijkheid.

“Het moest ook in de opbouw en balans een goed boek worden, dus heb ik sommige dingen die in het echt erger waren minder erg gemaakt, of dingen die minder erg waren erger. Of neem dat verhaal van mijn vader over Brigitte Bardot. Hij heeft altijd aan zijn zussen verteld dat hij door haar was uitgenodigd op een party. Het blijft in het midden of dat echt is gebeurd of niet. Mijn vader schepte veel op. Hij was de beste geweest in knikkeren, in schaken en dammen en noem maar op. Hij had geen fijne jeugd gehad, maar hij vertelde altijd mooie verhalen.”

Kira Wuck is de dochter van een Finse moeder en een vader van Indonesische komaf. Beiden maakten de vlucht naar waar zij dachten de vrijheid te vinden: het Amsterdam van de jaren zeventig. Haar moeder liet de torenhoge verwachtingen van haar verstikkende moeder achter zich; haar vader het juk van zijn onberekenbare vader, oud-KNIL-militair, die het van alle kinderen uit zijn eerste en tweede huwelijk vooral op hem had gemunt.

Wuck schrijft in haar als drieluik opgebouwde roman over de jeugdjaren van ‘Anne’ en ‘Otto’ en hun ontsporende bestaan; hun laatste jaren samen worden bezien door de ogen van dochter ‘Jane’, die haar moeder ziet afglijden in de vervoering die drank en pillen haar brengen. Haar moeder overleed toen Wuck elf jaar oud was, haar vader vijf jaar later.

Vaak aarzel ik om een roman zomaar ‘autobiografisch’ te noemen. Maar u benadrukt dit aspect zelf, onder meer door de twee foto’s achterin het boek: van de trouwdag van uw ouders in 1977 en een gezinsfoto in Finland waarop u zichzelf identificeert als ‘Jane (Kira)’.

“Ik heb ervoor gekozen die foto’s toe te voegen, omdat ik de lezer dat pleziertje wilde gunnen. Het voegt iets toe omdat mijn boek zo dicht bij de realiteit staat. Ik heb wel getwijfeld hoe ik het op de markt zou zetten. Ik vind dat je moet oppassen; wat voor jou interessant is, hoeft dat niet te zijn voor anderen. Maar ik vond het verhaal van mijn ouders bijzonder genoeg om het niet alleen bij mij te houden. Bovendien is het ook een eerbetoon aan hen.”

Ik vond uw boek soms hartverscheurend; de zelfkant waarin uw moeder in Amsterdam belandt, de terreur van die Indische vader in dat grote gezin in de Biblebelt. Maar ook wat u betreft: zo’n klein meisje dat zo veel meekrijgt van de sores van haar ouders.

“Het is misschien raar, maar ik heb dat zelf niet als zo heel heftig ervaren. Mijn kinderjaren waren toch vooral heel avontuurlijk. We gingen vaak ongepland op reis, als het geld op was, moesten we liften en slapen op het station of het strand. Ik vond het wel spannend waar we nu weer in verzeild zouden raken. Ik zie mezelf zeker niet als een beschadigd kind, eerder als street smart.”

“Voor mijn boek vond ik het vooral interessant om een soort tijdgeest te laten zien waarin nog niet alles zo voorgekauwd was. Ik vind het nu soms wel heel bekrompen. Er was in die tijd meer anarchie, meer vrijheid, meer tijd om jezelf te ontplooien. Er was meer ruimte voor mensen die eigenlijk niet in het systeem passen.”

U beschrijft hoe – u was negen – uw vader u uitlegde dat uw moeder alcoholist was. Daarmee kreeg u een woord voor wat u al zag. Ik werd heel erg geraakt door uw laconieke antwoord: ‘Alle moeders zijn wat. Nu weet ik eindelijk wat mijn moeder is.’

“Ik vind het heel goed van mijn vader dat hij erg open was. Hij wilde mij alles zo helder mogelijk vertellen. Toen ze uit elkaar waren gegaan, miste ik mijn moeder. Ze gaf me als ze er was heel veel liefde, ze knuffelde me altijd hard. Die liefde was belangrijk. Maar ik wist ook dat ze niet een moeder kon zijn die me om negen uur naar school zou brengen en ’s middags weer op zou halen. ”

Kira Wuck: ‘Ik vond het fijn het allemaal nog een keer te beleven – al klinkt dat misschien raar.’ Beeld Hans Willem Gijzel
Kira Wuck: ‘Ik vond het fijn het allemaal nog een keer te beleven – al klinkt dat misschien raar.’Beeld Hans Willem Gijzel

“Dat wilde ik ook helemaal niet. Ze zag er heel opvallend uit, met haar gekleurde mini-jurkjes, pauwenveren, stiletto’s en vele make-up. Ik denk dat dat haar een extra laag gaf naar de buitenwereld toe, ze was heel getalenteerd maar eigenlijk ook erg onzeker en bang. Ze viel op, overal waar ze kwam, maar je kon toch niet echt dicht bij haar komen. Dat zie ik achteraf veel duidelijker, destijds besefte ik vooral dat ze een beetje apart was.”

Hoe heeft u zo veel kunnen achterhalen van de levensgeschiedenissen van uw ouders?

“Ik heb ruim vier jaar aan dit boek gewerkt en er is een lange reserachperiode aan vooraf ge­gaan. Mijn vader heb ik natuurlijk langer meegemaakt dan mijn moeder, dat maakte veel uit. En ik heb veel vrienden van hem kunnen vinden, en zijn broers en zussen gesproken over het regime van hun vader.”

“Daar wilden ze wel over praten. Ik voelde als kind al dat er iets met hem was, ik vertrouwde mijn opa niet zo. Ik heb hem ook een paar keer bezocht om hem te interviewen, maar ik kreeg niet veel uit hem. Misschien was ik niet streng genoeg, ik zag een sterke, maar ook gebroken man.”

“Mijn vader wilde er zelf nooit over praten, al liet hij zich af en toe wel iets ontvallen. De ‘sambalstraf’ bijvoorbeeld: dat hij van zijn vader een pot sambal moest leegeten.”

Die sambal laat u nog een keer terug komen in uw boek: dan straft uw vader zichzelf vanwege zijn onvermogen uw moeder overeind te houden.

“Maar dat is wél fictie. Zoals ik al zei: een goed verhaal… Het paste hier zo goed, hij heeft zich lang schuldig gevoeld om hoe het met mijn moeder ging. Hij stond er heel machteloos tegenover. Dat is voor hem heel zwaar geweest.”

Het lijkt me voor u ook wel zwaar geweest om zo in dit verleden te duiken.

“Dat is zo, maar ik vond het ook heel leuk om hiermee bezig te zijn. Er was veel archiefmateriaal: brieven, maar ook het dagboek dat mijn vader bijhield, hij was daar drie jaar voor mijn geboorte mee begonnen. Hij kon ook best aardig schrijven. Hij had alleen de lts gedaan maakte veel spelfouten, maar er zit een mooi gevoel van melancholie in. Daarmee had ik genoeg materiaal over zijn relatie met Anna en de vriendschap met een figuur als de Amsterdamse Ron, over wat ze deden en uitspookten.”

“Ik vond het mooi om vanuit die verschillende perspectieven te schrijven, en dus op het laatst vanuit ‘Jane’ die naar haar ouders kijkt. Ik was benieuwd hoe dat zou uitpakken, maar ik denk dat het goed klopt met hoe ik als kind dacht. Ik vond het ook fijn om het allemaal nog een keer te beleven – al klinkt dat misschien een beetje raar als je het boek hebt gelezen. Het helpt om te relativeren, al was ik me er niet van bewust dat ik dat kennelijk nodig had.”

Bent u uw ouders ook beter gaan begrijpen?

“Mijn boek gaat van de jaren vijftig tot de jaren negentig, dat is best een lange tijdsspanne. Ik vond het belangrijk voor het totaalbeeld om ook naar de jeugd van mijn vader en moeder te kijken – naar hoe je opvoeding kan doorwerken, en de keuzes die je daarin zelf maakt. Mijn vader koos ervoor om optimistisch en licht in het leven te staan. Mijn moeder ging eraan onderdoor, het lukte haar niet. Maar zij heeft juist altijd iets ongrijpbaars gehouden, iets mysterieus.”

Heeft u er daarom voor gekozen te eindigen met verschillende manieren rond haar dood te bekijken?

“Ja, dat vond ik interessant. Omdat níemand in haar hoofd kon kijken, niemand wist hoe ze zich toen exact voelde. Ze was op een minder goed punt in haar leven, ze had net de verkeerde lover gekregen… Ik heb hem nog vaak zien fietsen, maar niet meer sinds ik aan het boek ben begonnen. Ik heb er spijt van dat ik hem toen niet mijn vragen heb gesteld.”

Het is al met al toch wel bepalend geweest voor uw ontwikkeling, durf ik te veronderstellen. U beschrijft ook hoe er op school zorgen waren over uw ontwikkeling, er was ‘iets mis’. Uw moeder was er zelfs voor de deur uitgegaan om een psychologisch handboek te kopen…

“Dat herinner ik me nog wel, dat het mijn moeder erg bezighield; ze wilde testjes met me doen en oefenen, terwijl mijn vader meer iets had van: als ze maar gelukkig is. Pas toen ik zestien was, is de diagnose gesteld dat ik extreem dyslectisch ben. Dat ik niet kon spellen en rekenen in combinatie met die niet-ideale thuissituatie, heeft op school kennelijk belletjes doen rinkelen. Maar ik weet nog dat ik me altijd heel goed in mijn eentje heb kunnen vermaken in mijn kamer, ik kon urenlang nadenken. Zolang ik me kan herinneren ben ik bezig geweest met verhalen maken in mijn hoofd.”

Kira Wuck: Knikkerkoning, Podium, €20,99, 208 blz

Winnaar NK Poetry Slam

Kira Wuck (1978) ­studeerde aan de Hogeschool Utrecht en aan de Schrijversvakschool. In 2011 won ze het NK Poetry Slam. Haar poëziedebuut Finse meisjes (2012) werd bekroond met de C.W. van der Hoogtprijs. In 2016 verscheen haar verhalendebuut Noodlanding. In 2018 kwam haar tweede poëziebundel uit, De zee heeft honger.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden